Mobiliteitsplan Belfius moedigt verantwoord pendelen aan

09/09/15 om 12:04 - Bijgewerkt om 12:03

Bron: Trends

Wat een Parijzenaar zo mooi omschrijft als 'métro-boulot-dodo', is meer dan een cliché. Dagelijkse sleur is een probleem dat ondernemingen en administraties moeten oplossen. Dat zegt Bernard Dehaye, Coördinator Mobiliteit, Milieu en Duurzame Ontwikkeling bij Belfius.

Mobiliteitsplan Belfius moedigt verantwoord pendelen aan

Pendelen © Istock

Het zit niet in het DNA van de Belgische werknemer om zo dicht mogelijk bij het werk te wonen. Velen veroordelen zich zelf tot pendelaar en overladen zo onze vervoernetwerken. Door ons massaal te verplaatsen tijdens de spitsuren scheppen we files op de snelwegen en proppen we de treinen, de bussen en de metro vol. De infrastructuur aanpassen om die stromen op te vangen, zou onbetaalbaar zijn.

Het is een moeilijk probleem voor om het even welke organisatie. Die wil immers zo toegankelijk mogelijk zijn voor haar klanten, en tegelijk kunnen rekenen op stressvrij personeel. Stress achter het stuur leidt tot absenteïsme. Die vaststelling overtuigde ons in 2000 om een mobiliteitsplan in te voeren dat solorijden ontmoedigt en alternatieve manieren om op het werk te geraken bevordert.

Solorijden ontmoedigen

Bij dat soort maatregelen moet rekening gehouden worden met de gemiddelde woon-werkafstand: hoe groter die is, hoe meer de trein zich opdringt als het beste alternatief voor de auto. Bij Belfius bedraagt die afstand 42 km, het dubbele van het Belgische gemiddelde. Daarom hebben we besloten het personeel van de hoofdzetel onder te brengen in gebouwen die dicht bij een groot station of de metro liggen. Door het openbaar vervoer gratis aan te bieden willen we een verschuiving van de auto naar de trein in de hand werken. We betalen ook de parkingkosten terug voor wie zijn auto aan het station achterlaat. En we dragen bij in de verplaatsingskosten tussen woning en station.

Tweede krachtlijn: solorijden ontmoedigen. Wie alleen met de auto naar het werk komt, betaalt ongeveer 350 euro per jaar voor een parkeerplaats onder zijn gebouw in Brussel. Voor carpoolers, mensen met beperkte mobiliteit, motorrijders en fietsers is dat gratis. Bij carpooling is niet alleen de parking en het abonnement bij de centrale gratis, de chauffeur en zijn passagiers krijgen ook een identieke vergoeding.

Tweewielers in de watten leggen

Derde krachtlijn: de tweewielers in de watten leggen. Bij ons beschikken ze over een beveiligde en goed uitgeruste stalling, een kleedkamer, douches en een individueel opbergkastje. Wie met de fiets of te voet komt, krijgt 0,22 euro per kilometer, vrij van belastingen en sociale lasten.

Daarnaast zijn er nog begeleidende maatregelen, zoals glijdende werkuren (aankomst op het werk tussen 7.30 en 10 u 's morgens), telewerk dat door een op twee werknemers gedaan wordt, thuis of in een telecenter, occasioneel of structureel (8 procent), of de 36-urige werkweek gespreid over vier dagen, waarvan 8 procent van het personeel gebruikmaakt.

Het resultaat:

  • In 2000 kwam 55 procent van ons personeel alleen in de auto naar het werk in Brussel;
  • Vandaag is dat nog maar 18 procent (waarvan slechts 10 procent met een bedrijfswagen), terwijl het Belgische gemiddelde rond 67 procent ligt. Twee derde van onze medewerkers komt met de trein en 7 procent maakt dagelijks gebruik van de fiets, 5 procent om naar het station te rijden en 2 procent om rechtstreeks naar kantoor te komen.

Lees meer over:

Onze partners