Alain Mouton
Alain Mouton
Redacteur bij Trends
Opinie

28/02/14 om 10:47 - Bijgewerkt om 10:47

Privémanagers mijden overheidsbedrijven steeds meer

Met de oplegging van een loonmaximum voor overheidsmanagers heeft de federale regering in haar eigen voet geschoten.

Een van de laatste dossiers die de regering- Di Rupo voor de verkiezingen moet afhandelen, is de aanstelling van een nieuwe CEO voor bpost. De PS wil niet dat het loon van de nieuwe overheidsmanager meer dan 650.000 euro per jaar bedraagt (500.000 vast en 150.000 variabel). Een principekwestie.

Maar het voorbeeld van de nieuwe Belgacom-CEO, Dominique Leroy, leert dat dit plafond van 650.000 euro theorie is. Door allerlei extralegale voordelen kan haar totale compensatiepakket oplopen tot 800.000 euro. Minister van Overheidsbedrijven Jean-Pascal Labille (PS) maakte vorige week echter duidelijk dat 650.000 euro - 'alles inbegrepen' - een absoluut loonmaximum is voor de CEO van bpost.

Labille mag van geluk spreken dat een interne kandidaat, directeur Koen Van Gerven, op de shortlist staat van executive searcher Russell Reynolds. Daarnaast werd ook de naam van twee externe kandidaten doorgegeven - zij blijven anoniem - die zich zeker niet hadden tevredengesteld met een loonpakket van 650.000 euro. En dan zat de regering met een probleem. Want eigenlijk gaan Labille en co in tegen de corporate-governanceregels die het als belangrijkste aandeelhouder van overheidsbedrijven moet volgen: het is de raad van bestuur die beslist over de verloning van de CEO, na het advies van het remuneratiecomité. De regering heeft zich daar niet mee te moeien. Maar de voorbije maanden doet ze niets anders.

De hele discussie over het loon van de managers van overheidsbedrijven is het gevolg van de ideologische verblinding van de PS, die niet beseft dat de CEO van een overheidsbedrijf - beursgenoteerd op de koop toe - niet verschilt van de topman van een privébedrijf. Labille en co maken de fout de functie van CEO van Belgacom, bpost of de NMBS gelijk te stellen met die van de manager van een federale overheidsdienst of het hoofd van de federale politie.

Maar laatstgenoemde functies opereren niet in een competitieve omgeving. Dat is een fundamenteel verschil met de directieleden van een internationaal logistiek bedrijf zoals bpost. Door die loonplafonds zal het in de toekomst steeds moeilijker worden om sterke kandidaten voor topfuncties aan te trekken. De moeilijke zoektocht naar een commercieel directeur voor de NMBS is daar een perfect voorbeeld van. De regering schiet met die loonplafonds dus in haar eigen voet.

En er is nog een andere reden waarom toptalent zijn neus zal ophalen voor overheidsbedrijven. Bij de selectie worden vaak executive searchers betrokken die van discretie hun handelsmerk hebben gemaakt. Zo'n koppensneller legt een shortlist van kandidaten aan waaruit de raad van bestuur kan kiezen. Afgezien van wie uiteindelijk CEO wordt, wordt geen enkele andere naam van een kandidaat bekendgemaakt. Tenminste, bij privébedrijven. Want als een headhunter zo'n opdracht voor de overheid uitvoert, is de discretie niet langer gegarandeerd.

De shortlist die een headhunter aanlegt voor een overheids-CEO wordt door politici al te vaak naar de pers gelekt. Een kandidaat-CEO van wie de naam zo publiek bekend wordt, lijdt zware reputatieschade in het bedrijf waar hij nog volop actief is. Hij blijft dan ook liever weg van zo'n vrijwel publiek selectieproces.

Onze partners