16/03/11 om 12:51 - Bijgewerkt om 12:51

Prijscontroles geven aanleiding tot meer werkloosheid en minder groei

Voor een analyse van de gevolgen van meer veralgemeende prijscontroles moet een onderscheid gemaakt worden tussen twee basisscenario's.

Bij het zien van de ravage in Japan word je heel stilletjes, zeker als een kernramp helaas tot de mogelijkheden blijft behoren. Uiteraard vloeien de gedachten in de eerste plaats naar de duizenden doden en de nog talrijker mensen wier leven op de één of andere wijze in enkele minuten tijd een verwoestende klap incasseerden. Het Japanse volk, zo leert de geschiedenis, kan veel hebben, maar dit moet de limieten van dit incasseringsvermogen toch zwaar op de proef stellen.

Zoals steeds gaat ook nu het leven voort. Met de redactie proberen we in Trends van deze week tot een zo goed mogelijke duiding van de financieel-economische gevolgen van deze alle verbeelding tartende ramp te komen.

De discussies en twistpunten waar we ons in België nu al maanden zo druk om maken, verzinken in het niets als ze afgezet worden tegen de drama's die zich nu in Japan afspelen en zich daar nog jaren laten voelen. En toch draait de mallemolen hier gewoon door. Te midden verwoede pogingen, de één al slinkser dan de andere, om de N-VA zwaar in verlegenheid te brengen over het nemen van verantwoordelijkheid, lanceerde PS-voorzitter Elio di Rupo het voorstel om de inflatie te lijf te gaan met omvangrijke prijscontroles, naar zijn zeggen voor minstens 200 producten.

De uitleg die de PS-voorzitter opdiept in een interview met De Tijd om prijscontroles te rechtvaardigen, klinkt gammel en onsamenhangend. De reden daarvan is dat hij de ware achtergrond van zijn voorstel niet op tafel wil leggen. Dat is, uiteraard, de discussie over de index. Een verstandig man als Di Rupo weet zeer goed dat hogere inflatie een zelfvoedend karakter krijgt bij behoud van het automatisch indexeringsmechanisme. Maar het is behoorlijk dom, en ieder geval goedkoop populisme, om te doen alsof je dat probleem kan oplossen met prijscontroles.

Integendeel, veralgemeende prijscontroles zouden onze sociaaleconomische problemen snel nog verder vergroten.
Voor een analyse van de gevolgen van meer veralgemeende prijscontroles moet een onderscheid gemaakt worden tussen twee basisscenario's. In het eerste scenario spelen de krachten van de markt voluit en reflecteren de prijzen die daaruit opborrelen het competitieve proces in die markten. Controle op de prijzen betekent hier per definitie het vastpinnen van de prijzen onder het niveau dat door de marktkrachten wordt voortgebracht, anders heeft het invoeren van controles überhaupt geen zin. Wederom per definitie leidt dit tot de aantasting van de bedrijfsmarges en dus een aanzet tot saneringen en rationaliseringen, en zeker ook tot uitstel van investeringen. Prijscontroles geven dan aanleiding tot meer werkloosheid en minder groei. Wil Di Rupo echt deze effecten in het leven roepen?

In het tweede scenario krijgen, om welke reden dan ook, de competitieve krachten niet de kans om tot een efficiënte prijsvorming aanleiding te geven. Alternatieven bieden zich dan aan. Er kan, bijvoorbeeld en zelfs bij voorkeur, door de beleidsverantwoordelijken werk gemaakt worden van veranderingen aan de institutionele omgeving van de markten dat de vrije prijsvorming wel haar verloop kan kennen.

Nemen we het voorbeeld van de Belgische elektriciteitsector. Het is een oud zeer dat we er maar niet in slagen om tot een meer marktconforme prijszetting in deze belangwekkende sector van de economie te komen. Dat heeft nadelige gevolgen voor de consument die te veel betaalt voor zijn elektriciteit. Hij moet dus beknotten op andere bestedingen, wat de groei en de tewerkstelling doorheen de rest van de economie afremt. Ook ons bedrijfsleven lijdt onder te hoge elektriciteitsprijzen. Voor sommige bedrijven is de handicap van de te hoge energiekosten de voorbije jaren belangrijker geworden dan de concurrentiële handicap als gevolg van te hoge loonkosten.

Een meer competitieve omgeving met alle weldoende effecten daarvan op de prijsvorming is perfect mogelijk binnen de Belgische elektriciteitssector. Omwille van efficiënte lobbying van Suez/Electrabel komt daar weinig of zelfs niks van in huis. De partij die tot de meest ontvankelijke behoort inzake die lobbying, is zonder twijfel de PS. Het zou het land, en de inflatie in dit land, veel meer baat brengen als de PS-voorzitter zijn gebazel over prijscontroles inruilt voor ernstige institutionele veranderingen inzake de organisatie van onze elektriciteitsmarkt.
Prijscontroles geven aanleiding tot meer werkloosheid en minder groei.

Onze partners