Roeland Byl
Opinie

22/12/11 om 10:37 - Bijgewerkt om 10:37

Pensioenhervorming boezemt weinig vertrouwen in

Het is lang niet zeker of de nu bijeengeharkte pensioenhervormingen volstaan.

De vakbonden en oppositiepartijen reageren verbolgen op het regeringsvoorstel om de pensioenen te hervormen. De minister van Pensioenen, Vincent Van Quickenborne (Open Vld), probeert nog voor de kerstvakantie zijn pensioenplannen door het parlement te jagen. Geen voorbeeld van parlementaire transparantie.

Eén feit staat vast: de kosten in de sociale zekerheid om de pensioenen te betalen stijgen. Daar is ook steeds meer belastinggeld uit de algemene middelen voor nodig. Geld dat nu elders wordt weggesaneerd. Het probleem met de stijgende pensioenlasten sleept al meer dan een decennium aan. Iedereen is het erover eens dat langer werken de juiste remedie is. Zo stijgen de inkomsten in de sociale zekerheid en dus zijn er minder algemene middelen nodig om de verouderende bevolking _ die ook steeds langer leeft _ te onderhouden.

Het Generatiepact was een eerste poging om oudere werknemers langer aan het werk te houden, het succes was matig. Onder andere omdat het brugpensioen het ultieme glijmiddel blijft voor sociale vrede. Het is precies de vervroegde uittreding van oudere werknemers die de regering-Di Rupo verplicht om na 540 dagen talmen plots zo'n haast te maken met de pensioenhervorming.

Omdat de werknemers hun pensioen een jaar op voorhand aanvragen, moet de hervorming voor 31 december gestemd zijn om al vanaf 2014 effect te hebben. Daarom is er geen tijd meer voor parlementaire debatten of sociaal overleg, en probeert de regering de wijzigingen aan het pensioenstelsel via amendementen aan de wet over diverse bepalingen nog snel door te drukken. Dat is geen fraaie methode voor de hervorming van een hoeksteen van ons maatschappelijk model. Pro forma mogen de sociale partners begin deze week nog eens op de koffie bij Di Rupo, maar de immer ambitieuze Q. heeft op voorhand al verduidelijkt dat er geen marge is voor compromissen.

Uiteraard zijn de werkgeversorganisaties blij dat er eindelijk iets gebeurt. Onze buurlanden met vergrijzingsproblemen verhoogden de pensioenleeftijd al eerder, terwijl België maar bleef doorpraten over hervormingen. Het is lang niet zeker of de nu bijeengeharkte hervormingen volstaan voor succes. De echte uitdaging is niet mensen langer aan het werk te houden, maar wel dat zoveel mogelijk mensen de sociale zekerheid blijven spijzen. Een neveneffect van de impulsieve aanpak van de regering-Di Rupo wordt allicht dat wie het nog kan massaal zijn vervroegd pensioen aanvraagt. Op korte termijn heeft dat een negatief effect.

Op langere termijn overtuigt de pensioenhervorming evenmin. Zo blijven er een aantal gunstregimes bestaan. Opvallend, gouverneurs hebben recht op een volledig pensioen na twaalf jaar en politici na twintig jaar. Gewone stervelingen kunnen pas na 40 jaar vervroegd met pensioen. Zo'n ongelijke behandeling ondermijnt de bereidheid tot solidariteit en verhoogt de kans op een vlucht in fiscale constructies die uiteindelijk wegen op de inkomsten in de sociale zekerheid.

De visie van de nieuwe minister van Pensioenen belooft weinig goeds. Van Quickenborne kondigde aan dat hij op termijn de pensioenen van werknemers, ambtenaren en zelfstandigen gelijk wil schakelen. Als zelfstandigen ook meer gaan bijdragen aan de sociale zekerheid, is dat uiteraard een goed plan. Voor elke euro die een werknemer nu aan het systeem bijdraagt, betalen zelfstandigen slechts 0,6 euro. Het valt nog te bezien of Van Quickenborne zijn achterban kan overtuigen om meer af te dragen aan de Staat.

Roeland Byl

Onze partners