06/07/11 om 10:07 - Bijgewerkt om 10:07

Ons onderwijs zit muurvast in verouderde structuren en corporatistisch eigenbelang

Soms treedt er een toevallige convergentie der dingen op. Zo overkwam mij althans korte tijd terug.

Eerst was er een erg opgemerkte presentatie van ondernemer en technologie-visionair Peter Hinssen die op de hem heel eigene manier - leerzaam, onderhoudend en zelfs ludiek tegelijkertijd - het publiek aanwezig op het Brandtpunt Gala van Peter Antonissen in Antwerpen in zijn ban hield. Hinssen waarschuwde dat er een alsmaar grotere kloof dreigt tussen de technologische vooruitgang en de manier waarop ons onderwijs daarmede omgaat. Deze kloof, aldus Hinssen, wekt steeds meer wrevel bij de jongeren die van nature een sterke affiniteit hebben met alles wat er in de wereld van die nieuwe ICT-technologieën omgaat. Bovendien tast deze kloof de potentie van onze maatschappij aan om groei, jobs en welvaart te creëren.

Daags na het Hinssen-bad leverde de dagelijkse internet-surftocht eerder toevallig een erg boeiende economische researchpaper op. Een groep rond Harvard-professor Andrei Shleifer bestudeerde de oorzaken van de verschillen in regionale ontwikkeling op basis van een enorme statistische steekproef, meer bepaald slaand op 1569 regio's in 110 landen. De conclusies van het Schleifer-onderzoek vallen in één zin samen te vatten. Veruit de voornaamste oorzaak van ontwikkelingsverschillen tussen regio's is de graad van ontwikkeling van het menselijk kapitaal ("human capital"). Ook de aanwezigheid van ondernemerschap speelt een belangrijke rol maar het aspect menselijk kapitaal domineert toch duidelijk.

Het Schleifer-onderzoek en de Hinssen-thesis convergeren uiteraard bijna naadloos want het gaat telkens om onderwijs, scholing en opleiding. Als we er als maatschappij echt op willen vooruitgaan en onze actuele problemen onder controle willen krijgen, dan zullen we heel veel aandacht moeten besteden aan het onderwijs van onze kinderen. De voorbije periode ontstond de indruk dat onze welvaart eigenlijk vooral bepaald wordt door het monetaire en budgettaire beleid van onze overheden. Dit is een fundamentele foute visie ook al mag het belang van die twee types van beleid niet onderschat worden.

Aan monetair en budgettair beleid kleeft een duidelijke assymetrie. Daar mede bedoelen we het volgende. Laten de overheden de zaken op monetair en budgettair vlak uit de hand lopen, dan zal het ganse economische bestel daar onder lijden, hoe goed uw onderwijssysteem ook mag zijn. Houdt men monetair en budgettair alles netjes onder controle, dan heb je een deugdelijke omgeving voor economische groei en maatschappelijke voorwaarde maar ook niet meer dan dat. De combinatie van een goed ontwikkeld menselijk kapitaal en een deugdelijke omgeving voor ondernemerschap trekken uiteindelijk de kar van de vooruitgang. De Shleifer-studie levert terzake echt wel indrukwekkend bewijsmateriaal.

De boodschap van iemand als Peter Hinssen is tegen bovengaande achtergrond behoorlijk ondubbelzinnig: de handen moeten aan de ploeg willen we naar een onderwijssysteem dat in staat is om ons qua welvaart en welzijn te blijven optillen. Het is zeker niet enkel een kwestie van er massa's vers geld tegen aan gooien, integendeel. Zelfs met minder middelen zou méér kunnen op voorwaarde dat de zaken ernstiger aangepakt worden. Vlaams onderwijsminister Pascal Smet is bijzonder goed van de tongriem gesneden maar zijn beleid stelt echt niet veel voor. Ons onderwijs zit muurvast in verouderde structuren en corporatistisch eigenbelang. Zo staat, bijvoorbeeld, het principe van de vaste benoeming van leraren haaks op de noodzaak om een voortdurend vernieuwend onderwijssysteem te hebben dat er kan voor zorgen dat onze stock aan menselijk kapitaal up-to-date blijft.

Het aspect menselijk kapitaal speelt overigens ook een belangrijke rol in het kader van de eurocrisis. Zeker landen als Griekenland en Portugal lieten zich de voorbije twee decennia vangen in een dubbele tang. Enerzijds kwam er van doortastende zorg om hun menselijk kapitaal weinig in huis. Het onderwijs en het hele opleidingssysteem stellen echt niet veel voor. Anderzijds liet men in de euforie die ontstond in het zog van de intrede in het euro-walhallah de loonkosten totaal uit de hand lopen. Gevolg: een structurele aantasting van het internationaal concurrentievermogen.
Toen de vroegere Oostbloklanden uit hun communistische winterslaap opstonden, beschikten zij wel over een redelijk behoorlijk opgeleide beroepsbevolking. Toen zij met lagere lonen en een meer waardevol human capital hun intrede maakten, voelden landen als Griekenland en Portugal hun competitieve achterstand vrij snel in alle scherpte aan. Menselijk kapitaal en onderwijs staan vandaag nergens echt vooraan op de beleidsagenda's. Dat is een heel foute benadering.

Onze partners