Bestaand kunstwerk voor reclame gebruiken

24/09/14 om 17:15 - Bijgewerkt om 17:15

Ik wil een reclamecampagne voeren op basis van een bestaand werk. Ik wil dat werk gebruiken om met een kwinkslag mijn boodschap over te brengen bij het publiek. Zijn er bepaalde vereisten waarmee ik rekening moet houden? Carina Gommers, partner & advocate bij Hoyng Monegier, geeft antwoord.

Bestaand kunstwerk voor reclame gebruiken

Een werk van Van Gogh gebruiken voor reclame © istock photos

Een bestaand werk zoals een foto, poster of afbeelding zal vaak het voorwerp vormen van bescherming door het auteursrecht. Als u dat werk wilt hergebruiken, hebt u de toestemming van de auteur van dat werk nodig. Toch zijn er uitzonderingen, waarbij u geen toestemming nodig heeft. Een van die uitzonderingen is de parodie.

U moet dan wel aan een aantal vereisten voldoen. De recentste rechtspraak in dat verband betreft een zaak waarin de erfgenamen Vandersteen optraden tegen een parodie van een Suske & Wiske-cover die op een nieuwjaarsreceptie in Gent werd verdeeld door een lid van het Vlaams Belang. In die zaak verwees het hof van beroep van Brussel enkele prejudiciële vragen naar het Europees Hof van Justitie om meer duidelijkheid te krijgen over de voorwaarden van de parodie-uitzondering.

Onlangs besliste het Europees Hof van Justitie in die zaak dat om te vallen onder de uitzondering aan het bestaande werk voldoende duidelijke verschillen moeten worden toegevoegd die humoristisch of spottend zijn. Duidelijk maken dat de parodie afkomstig is van een andere persoon dan de auteur van het bestaande werk of de noodzaak van bronvermelding, is dan weer niet nodig.

Wat wel nog moet gebeuren is de belangen afwegen tussen de auteur van het bestaande werk en de belangen van diegene die de parodie maakt. De belangen van die laatste zullen veelal te maken met het recht op vrije meningsuiting. Dat recht is niet absoluut: andere fundamentele rechten moeten tegen dat recht op vrije meningsuiting worden afgewogen, bijvoorbeeld het beginsel van niet-discriminatie. Wanneer bijvoorbeeld de vrije meningsuiting een politieke boodschap betreft van een nationalistische partij, zoals in de zaak van de erfgenamen Vandersteen, kan het zijn dat het recht van vrije meningsuiting niet opweegt tegen de rechten van de auteur van het bestaande werk. Het kan inderdaad voorkomen dat de auteur een rechtmatig belang heeft dat zijn bestaande werk niet met de boodschap van de parodie wordt geassocieerd. Dat moet geval per geval beoordeeld worden.

Onze partners