02/12/10 om 10:41 - Bijgewerkt om 10:41

Nodig en nuttig, maar graag anders

Het ACV heeft de voorbije week stevig uitgehaald naar VBO-topman Rudy Thomaes en naar Vlaams minister-president Kris Peeters.

Peeters kreeg ervanlangs omdat hij durfde te beweren dat er totaal geen ruimte bestaat voor reële koopkrachtverhogingen en meer nog omdat hij naar het Duitse voorbeeld over loonmatiging verwees. Thomaes kreeg de zwartepiet doorgeschoven omdat hij durfde te suggereren dat beschermde werknemers meer overgaan tot pestgedrag.

De agressie van het ACV tegenover Peeters en Thomaes stak schril af tegen de houding die de grote baas van de christelijke vakbond aannam tegenover de kwaal van de pesterijen op het werk. Luc Cortebeeck kwam in het tv-journaal nogal laconiek en minimaliserend over. Zonder discussie is er nog flink wat werk aan de winkel voor ondernemingen, maar dat geldt evenzeer voor de vakbond en zijn vrijgestelden. Het verhaal van de 200.000 euro ontslagvergoeding voor een vrijgestelde pesterijmedeplichtige zindert zwaar na.

De kregeligheid van de vakbonden is niet toevallig. Hun streven naar een totale bevriezing van alles wat met arbeidsmarkt en sociale zekerheid te maken heeft, komt steeds meer onder druk.

De kenmerken van een succesvolle sociaaleconomische ordening staan almaar haakser op wat onze vakbonden nastreven. Hun conservatisme jaagt steeds meer jobs over de kling. In de discussie over het eenheidsstatuut maakt het vakbondsstandpunt een deugdelijk vergelijk onmogelijk. Als het over de sanering van de publieke financiën gaat, hoor je van de vakbond alleen maar geprevel over belastingverhogingen. Over de sociale kosten van het gebrek aan loonkostenmatiging en de financiële kosten van de vergrijzing klinkt alleen syndicaal negationisme.

Dit is geen pleidooi om de vakbonden af te schaffen, integendeel zelfs. Ze zijn nodig en nuttig, ook in onze moderne, gemondialiseerde economie. Maar de link tussen werkgever en werknemer loopt via heel andere paden dan pakweg een kwarteeuw geleden, laat staan een halve eeuw.

Een gelijkaardige argumentatie geldt voor de banken. Beide instellingen moeten grondig van uitzicht en van aanpak veranderen, want ze wegen op de ontwikkeling van de economie.

Banken vervullen in essentie twee functies. Ten eerste moeten ze het betalingsverkeer in de brede zin van het woord organiseren. Ten tweede moeten zij zorgen voor transformatie, de omzetting van liggende gelden in productieve investeringen.

Zonder adequate invulling van deze beide functies kan een moderne economie niet naar behoren functioneren. Ook ondernemingen kunnen zich niet voluit ontwikkelen zonder een goed functionerend bank- en financiewezen. Tegelijk kunnen we na de financiële crisis nog moeilijk voorbijgaan aan de enorme kosten voor het op de klippen lopen van een bancair bestel.

Ten gronde gaat het bij de discussie om de banken om het too big to fail-syndroom. Banken die zo groot zijn en zo innig verweven zitten in de rest van het financiële systeem dat een faling onwaarschijnlijke chaos doorheen de hele economie zou veroorzaken. Het gaat dan in het jargon om systeembanken.

Als banken too big to fail zijn, zijn ze simpelweg too big. En dan moet je ze kleiner maken. Heel belangrijk daarbij is dat de argumenten pro mammoetbanken heel dunnetjes uitvallen en nagenoeg in het niets verzinken naast de maatschappelijke kosten als één of meer van de systeembanken platgaat.

Klassieke regulering van het bankwezen, zo leert de financiële crisis, is naast de kwestie want ze werkt niet, corrumpeert, wordt omzeild of niet adequaat gecontroleerd. Transparante, gemakkelijk afdwingbare maatregelen kunnen overwogen worden. Banken moeten bijvoorbeeld exponentieel stijgende kapitaalverplichtingen worden opgelegd; hoe groter, hoe verhoudingsgewijs meer kapitaal.

Grootbanken en vakbonden, heel nodig en heel nuttig, maar niet op de wijze zoals het nu loopt. Het algemeen belang wordt uitermate gediend met een fundamentele hertekening van het kader waarin zij kunnen functioneren. Een toekomstgerichte overheid moet beide organisaties de macht ontnemen om de sociaaleconomische evolutie van het land nog langer te hypothekeren.

Johan Van Overtveldt

Onze partners