De zonnekoning van Turkije

© JENS CLAESSENS

Recep Tayyip Erdogan heeft wat hij wil: een tweede mandaat als Turks president, met nieuwe en verregaande bevoegdheden. De ooit zo beloftevolle hervormer verschanst zich achter de macht. De Turkse economie, de sokkel onder die macht, brokkelt intussen af.

Hij doet er vijf jaar bij als Turkse president, maar een klinkende verkiezingsoverwinning is het niet geworden. Recep Tayyip Erdogan haalde een matige 53 procent van de stemmen, ondanks de overdadige aandacht voor zijn persoon in de Turkse staatsmedia, die de tegenkandidaten zo goed als doodzwegen. Het referendum van vorig jaar over de uitbreiding van zijn presidentiële macht had Erdogan ook al met een armtierige meerderheid van 51 procent moeten binnenslepen.

Net over de eindstreep dus, maar de beloning is riant. De nieuwe bevoegdheden van Erdogan ogen indrukwekkend. Behalve president wordt hij ook premier. Hij kan ministers en hoge ambtenaren benoemen en ontslaan, en het parlement ontbinden. Hij krijgt ook de controle over de aanstelling van rechters en hij kan regeren bij decreet.

De scheiding der machten wordt een schijntje in het NAVO-land, maar dat is nodig, volgens Erdogan en zijn aanhangers. Dat moet Turkije behoeden voor zijn vijanden, en die zijn voor het grijpen, zoals de religieuze beweging van de prediker Fetullah Gülen, de terreurorganisatie IS en de Koerdische afscheidingsbeweging PKK. De noodtoestand, die is uitgeroepen in 2016 na een mislukte staatsgreep, is nog altijd van kracht.

Daarmee zit Erdogan steviger in het zadel dan ooit. Maar zijn verkiezingsoverwinning heeft hij nu ook weer niet gestolen. Het uitgestrekte Turkse platteland, ver weg van het moderne Istanbul, kreeg degelijke wegen en goede ziekenhuizen. Eigenlijk is het simpel, aldus een Turkse hoogleraar in de krant Hürriyet Daily News. “Vroegere regeringen stalen 80 procent van het belastinggeld. Erdogans regeringen en bureaucraten stalen slechts 20 procent en spendeerden de overige 80 procent in het belang van de natie.”

Teugels aanhalen

Geen wonder dus dat Erdogan al lang meegaat in de Turkse politiek. In de jaren negentig scoorde hij al goede punten als de pragmatische burgemeester van Istanbul, waar hij met succes problemen aanpakte zoals de luchtvervuiling, het watertekort en de verkeerschaos. In 2001 richtte Erdogan zijn eigen partij op, de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP). Nauwelijks twee jaar later werd hij Turks premier, een functie die hij tot in 2014 bezette.

Ook als premier oogstte Erdogan aanvankelijk lof. Hij bouwde voort op de moedige hervormingen van Kemal Dervis, die tot 2002 minister van Economie was geweest. Daardoor kon het land zich vrij snel herstellen van een zware economische crisis. Turkije werd een voorbeeld voor de opkomende economieën. De economische groei trok aan, het buitenlandse geld vloeide binnen, de overheidsschuld zakte.

Maar in 2013 brak de veer. Buurtprotest tegen de herinrichting van het Gezipark in Istanbul mondde uit in massademonstraties, waarbij ook doden vielen. Een corruptieschandaal, waarbij de namen van de zonen van drie ministers vielen, deed Erdogan wankelen. Hij herschikte zijn regering, haalde de teugels strakker aan en heeft ze sindsdien niet meer losgelaten. Vooral na de staatsgreep van 2016 ging het hard. Duizenden ambtenaren belandden in de gevangenis, samen met meer dan honderd journalisten.

Economische middenmoter

Brute macht kan mensen knevelen, maar niet de economische variabelen. De wisselkoers van de Turkse lira verloor zowat een vijfde van haar waarde dit jaar. Dat was niet zozeer te wijten aan de beperkte economische kennis van Erdogan – volgens hem wakkert de hoge Turkse rente de inflatie aan – maar aan het wantrouwen van de markten. Erdogan heeft nooit het hardnekkige tekort op de lopende rekening klein gekregen, zodat Turkije kwetsbaar blijft voor de grillen van de internationale geldschieters. Een vernietigende muntcrisis loert altijd om de hoek, en daarmee ook een populariteitsduik voor Erdogan.

De val van de lira wordt mee in de hand gewerkt door de stijgende Amerikaanse rente, die dollarbeleggingen aantrekkelijker maakt. Maar zulke argumenten zullen de Turken niet sussen. Ook al groeit de Turkse economie, de galopperende inflatie en hoge werkloosheid wekken gemor op. Bovenal is Turkije een economische middenmoter gebleven onder Erdogan: te weinig kennisintensief, te afhankelijk van buitenlandse producten en een te matig onderwijs. Erdogan moet zijn macht niet versterken, maar zijn economie.

Recep Tayyip Erdogan (64)

· Is: president van Turkije

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content