Hans Brockmans
Hans Brockmans
redacteur bij Trends
Opinie

21/09/10 om 14:03 - Bijgewerkt om 14:03

Lernout & Hauspie: een arrest uit de oude doos

Dat Jo Lernout en Pol Hauspie een straf kregen wegens fraude in het LHSP-proces verbaast niemand. Opmerkelijk is de veroordeling van bedrijfsrevisor William Van Aerde, terwijl KPMG werd vrijgesproken. Ook Dexia bleef buiten schot, net als heel wat medewerkers van beide spraakmakers.

Lernout & Hauspie: een arrest uit de oude doos

Mogen ondernemers opgelucht ademhalen? Hoeven zij zich na het L&H-proces -- met in het achterhoofd de vrijspraak van bedrijfsrevisor KPMG en bankier Dexia -- geen zorgen meer te maken over hun strafrechtelijke aansprakelijkheid? Dat zou erg onvoorzichtig zijn. De feiten waarvan sprake dateren immers van 1999. Sindsdien is de aansprakelijkheid voor ondernemingen, zijn bestuurders en adviseurs enorm toegenomen.

Tijdens een recent M&D-fraudeseminarie stelde forensic accountant Evert-Jan Lammers (Instifin) dat in de periode toen de fraude bij Lernout & Hauspie werd gepleegd, een referentiekader ontbrak waaraan bedrijven zich konden toetsen. Elk bedrijf organiseerde het beleid tegen fraude op zijn eigen manier. Creativiteit was de boodschap.

Die tijd is voorbij. Amerikaanse fraude-onderzoekers schreven bijvoorbeeld regels neer in Managing the Business Risk of Fraud: a practical guide. Deze 40 bladzijden bieden ook in Europa de geijkte procedures voor de bestrijding van interne fraude en extern gesjoemel (belastingontduiking, corruptie) bij ondernemingen. De gids werd verleden jaar aangepast met nog strengere regels. Ook andere normen, zoals de regels voor corruptie van de Oeso en de Wereldbank, worden regelmatig bijgewerkt.

De steeds rigidere interne regels ter bestrijding van fraude vormen een sluipend strafrecht. Ondernemingen, bestuurders en adviseurs kunnen ze niet negeren. Vennootschappen kunnen niet alleen worden veroordeeld voor opzettelijke inbreuken, maar ook -- om een vonnis te citeren -- voor "een foutief beleid" of een "foutieve organisatie en leiding". Een ondernemingsorganisatie die fraude vergemakkelijkt, is strafbaar.

Het oogluikend toestaan -- en de facto financieel stimuleren -- van corruptie of gesjoemel door eigen personeel, de inschakeling van zelfstandige agenten om fraude "uit te besteden" of de verregaande bevoegdheidsdelegatie om verantwoordelijkheid te ontlopen, werden in 1999 misschien als normaal ondernemerschap beschouwd. Vandaag zijn die praktijken echter, terecht, ronduit crimineel.

Een kanttekening nog. Het Hof van beroep van Gent spendeerde 1,4 miljoen expertisekosten om het dossier-L&H te staven. Twintig personen werden ingezet op het onderzoek. Hogerhand achtte het dossier prioritair, dus mocht onderzoeksmagistraat Henri Heimans voluit gaan. Maar hij merkte in Trends ook op dat in ideale omstandigheden "een goed opgeleide politiemacht zo'n dossier moet aankunnen". Dat is vaak niet het geval.

Sjoemelaars in kleine faillissementen, fiscale of sociale fraude gaan daarom dikwijls vrijuit. Ze reppen zich van de ene vennootschap naar de andere, verrijken zich met illegale concurrentie, zuigen het bedrijf leeg en laten bonafide leveranciers met onbetaalde facturen zitten. "Zeker in kleine zaken is hun misdrijf geen prioriteit", zei de kamervoorzitter van de Antwerpse rechtbank van koophandel André Buysse aan Trends.

De Belgische justitie bewees in het mediatieke Lernout & Hauspie-onderzoek dat het zware fraude kan bestrijden. Maar waarschijnlijk brachten Jo & Pol minder financiële schade toe aan de Vlaamse economie, dan de seriële witteboordcriminelen in de huis-, tuin- en keukenfraude. Dat is uiteraard een schrale troost voor de duizenden gedupeerde beleggers die de ochtend na het arrest ontwaakten met een financiële kater.

Onze partners