Boudewijn Vanpeteghem
Boudewijn Vanpeteghem
Boudewijn Vanpeteghem is redacteur bij Trends.
Opinie

21/01/11 om 15:58 - Bijgewerkt om 15:58

Journalisten mogen niet bedriegen

Er bestaat geen enkele verschoningsgrond voor de geluidsmontage van een niet bestaand schot uit een vuurwapen in een televisiereportage van de VRT over Haïti. Net zomin als voor een buitenlandse televisiezender die doet geloven vanuit Tunesië te berichten en waarvan de journaliste zich in Egypte bevindt. Vreselijk.

Niets rechtvaardigt zoiets. Een journalist mag niet bedriegen. Argumenteren dat het onveilig was in Haïti, dat de journalist buiten beeld een steen naar het hoofd kreeg geslingerd en dat hij daarom een schot liet horen, irriteert. Dat geweerschot was er niet. Punt.

Wie zegt dat de betrokken journalist niet aan zijn proefstuk is? Wat moeten we geloven van al de reportages die hij tot nog toe maakte? Redelijkerwijze kunnen we ervan uitgaat dat hij dezelfde kolossale stommiteit niet zal herhalen, maar zijn naam zal steeds met dat schot worden geassocieerd. Het is een schandvlek die hij niet meer zal kwijtspelen.

Verschillende omstandigheden werkten de stap naar bedrog in de hand. Vooral de commercie, die het dramatiseren of opleuken van nieuws meebrengt en de race om de eerste te zijn tot belachelijke proporties deed groeien. Dat leidt tot onnauwkeurigheden, ronduit foute berichtgeving en zoals we nu weten: valse berichtgeving.

Het gaat zover dat een redactie ooit blij was dat ze twee seconden eerder dan een concurrent een nieuwsbericht via de gsm van haar lezers wereldkundig had gemaakt. Of wat dacht u van het plaatsen van een opiniestuk in een krant met als argument dat veel exemplaren worden verkocht in de regio waar veel mensen dezelfde opinie delen?

Marketeers en journalisten hebben een gemeenschappelijk belang: hun product verkopen. Maar ze bevolken twee verschillende werelden en de afstand tussen de twee moet blijven.

Alleen journalisten mogen de beslissing nemen over de inhoud van hun nieuwsmedium. Marketeers kunnen dan hun deskundigheid inbrengen om die inhoud bij zoveel mogelijk nieuwsconsumenten te krijgen.

Het gebeurt dat die grens vervaagt en al een keer wegvalt. Dat is erg te betreuren. Let wel, marketeers zijn niet dezelfden als de verkopers van reclameruimte in een publicatie of op een zender. De figuurlijke Chinese muur tussen die mensen en de journalisten, kan niet hoog genoeg zijn.

Kwaliteitsinformatie staat onder druk, zoveel is zeker. De strijd om de lezer/luisteraar/kijker woedt hevig. De nieuwsconsument heeft aanbod te over, is volatiel en shopt, zoals kiezers dat doen met politieke partijen. Daarom hebben redacties hun aanbod verbreed en afgestemd op de grootste gemene deler. Ze doen veel dezelfde dingen en dat verwatert hun identiteit. Die evolutie heeft tot kwalijk gevolg dat belangrijk nieuws het steeds meer moet afleggen voor belangwekkend nieuws. Voor het nieuws waarover het op café zou gaan.

Een ander gevolg is het verkleuteren van het nieuws. Iemand heeft de radio- en televisiejournaals van de openbare omroep besmet met het virus dat alles verschillende keren doet herhalen. Het gaat als volgt: de nieuwslezer geeft de informatie, schakelt het liefst rechtstreeks over naar een collega ter plaatse die hetzelfde vertelt, waarna de nieuwslezer opnieuw in beeld komt en verduidelijkt wat hij/zij heeft onthouden.

Bestaat daar een vaccin tegen? Dit moet stoppen. Volwassenen op die manier behandelen, is ergerlijk en betuttelend. Het neemt overigens tijd in beslag die beter gaat naar het verdiepen van het nieuwsitem of naar andere onderwerpen.

De lees-, kijk- en luistercijfers zijn niet meer dan belangrijke graadmeters, maar ze werden heilige koeien. Het doet allemaal denken aan marktkramers, die vanachter hun uitgestalde goederen de bezoekers luidkeels proberen te overtuigen om bij hen te kopen.
Dat proberen redacties ook, met bijvoorbeeld smeuïge doch misleidende titels, dramatiek, sensationeel nieuws of hey-honey-berichtgeving. Die laatste zijn berichtjes waar een levenspartner aan de ontbijttafel zijn wederhelft er attent op maakt: 'hey honey, ...'.
Jawel, die terminologie bestaat. U mag gerust schaterlachen.

Onze partners