Alain Mouton
Alain Mouton
Redacteur bij Trends
Opinie

18/01/13 om 11:22 - Bijgewerkt om 11:22

Jobs creëren jobs

De regels voor het bijklussen na pensionering zijn versoepeld, terecht. Toch heeft onze arbeidsmarkt meer nodig.

De regels voor het bijklussen na pensionering zijn versoepeld, terecht. Toch heeft onze arbeidsmarkt meer nodig.

Wie een loopbaan van 42 jaar achter de rug heeft, mag na zijn 65ste onbeperkt bijverdienen. Dat heeft de federale regering beslist en dat is een goede zaak. De voorbije jaren nam het aantal Belgen toe dat na zijn pensionering nog bijkluste. Vooral bij de zelfstandigen is de stijging opvallend. In 2002 waren het er nog 54.510, in 2011 is dat gestegen tot 73.691. Maar gepensioneerden die bijverdienen, vind je ook bij de ambtenaren (15.000) en de werknemers (30.000). Over het algemeen zijn er twee redenen om bij te klussen: gepensioneerden willen actief blijven en hun netwerk onderhouden, en ze willen hun niet altijd even hoge pensioen aanvullen. Zeker voor zelfstandigen is dat laatste argument doorslaggevend.

Tot voor kort konden die 65-plussers hun inkomen slechts in beperkte mate aandikken. Wie 15 procent meer verdiende dan een grensbedrag verloor zijn volledige pensioen. Die regeling is aanzienlijk versoepeld. Wie als 65-plusser een loopbaan van 42 jaar kan voorleggen, mag onbeperkt bijverdienen. Wie nog niet zo'n lange carrière heeft, kan afhankelijk van het statuut en de gezinssituatie tussen ongeveer 17.400 en 26.600 euro per jaar bijklussen. Wordt die grens overschreden, dan volgt een proportionele boete. Bij een overschrijding van het grensbedrag met 25 procent valt het hele pensioen weg.

In het verbeterde systeem schuilen nogal wat onrechtvaardigheden. Waarom wordt een loopbaanvoorwaarde gekoppeld aan het onbeperkt bijverdienen? Zeker voor mensen die een intellectueel beroep uitoefenen en die dus vaak later dan hun 23ste aan de slag gingen, wordt het moeilijk. Bovendien worden gepensioneerden met een kortere loopbaan bestraft. Door hun kortere carrière hebben ze een lager pensioen - wat normaal is -, maar ze worden benadeeld als ze bijklussen.

De beperking moet dus afgebouwd worden. Ook dat is op langere termijn een overgangsmaatregel. Met een gemiddelde Belgische uittredeleeftijd die net onder de 60 jaar ligt, lijkt dit verre toekomstmuziek, maar het is onvermijdelijk dat de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar wordt opgetrokken. In de buurlanden Nederland en Duitsland is tegen het einde van het decennium al de grens van 67 jaar in het vizier.

Dat een gepensioneerde Belg nog altijd niet onbeperkt kan bijverdienen, heeft te maken met een volledig gedateerd economisch inzicht dat vooral bij de vakbonden leeft. Het is de zogenaamde lump of labour fallacy. Dat principe gaat ervan uit dat er een vaste hoeveelheid jobs is in een economie. Dat betekent dat een nieuwe job pas gecreëerd kan worden als iemand de arbeidsmarkt verlaat. In die redenering nemen de bijklussende gepensioneerden de jobs af van meer dan 100.000 jongeren. Wie de statistieken erop naslaat, weet dat dit onzin is. Waar het langst gewerkt wordt en de meeste uren worden gepresteerd, ligt de werkloosheid ook zeer laag. Jobs creëren andere jobs. Bovendien heeft onze arbeidsmarkt net nood aan mensen met een rijke expertise.

Onze partners