Roeland Byl
Opinie

26/04/12 om 12:03 - Bijgewerkt om 12:03

Innovatie is geen wetenschap

De uitgelekte versie van het rapport-Soete over innovatie was goed voor politieke deining. Innovatiesteun wordt zo politieke munitie in plaats van een economische hefboom.

Natuurlijk is innovatie nodig. En natuurlijk kan de innovatiesteun altijd beter: meer middelen en minder versnipperd graag. Vijf jaar geleden formuleerde een groep experts onder leiding van professor Luc Soete al drie uitdagingen voor het innovatiebeleid in Vlaanderen. De eerste daarvan was om het subsidie-apparaat wat minder complex te maken. De twee andere beoogden het Vlaamse innovatiebeleid te openen voor internationalisering en tegelijk de middelen meer te richten op kmo's.

Vijf jaar later wacht minister Ingrid Lieten (sp.a) op een nieuw verslag van Luc Soete. Ze heeft de professor uit Maastricht zelf gevraagd om zijn rapport uit 2007 te actualiseren. Vorige week kwam het geactualiseerde rapport in zijn voorlopige versie al terecht bij De Tijd. Daarin staat dat het innovatielandschap in Vlaanderen sinds 2007 niet vereenvoudigd is, maar nog complexer werd. Zoals het een competitief medialandschap betaamt, milderde Luc Soete vervolgens de kritiek in De Standaard.

In afwachting van het definitieve rapport dat de minister op 2 mei krijgt, valt er wel wat te zeggen over ons innovatiebeleid. Om te beginnen dat Vlaanderen al sinds de jaren tachtig consequent innovatie als economische motor erkent. Met resultaat: imec en VIB zijn twee innovatiefabrieken met internationale faam. En dat leidt ook tot duizenden arbeidsplaatsen voor hoogopgeleide werknemers. Een succes, al betekent het nog niet dat kmo's ondertussen massaal het pad van innovatie hebben gekozen.

Die visie van innovatie als economische hefboom predikt de Vlaamse regering al bijna drie decennia. De Vlaamse regering komt nochtans niet aan de 1 procent investeringen in onderzoek en ontwikkeling die ze heeft beloofd voor de EU 2020-doelstellingen. De industrie raakt evenmin aan de 2 procent die ze volgens de Europese innovatienorm zou moeten spenderen aan onderzoek en ontwikkeling. Zolang die ambitie dode letter blijft, is alle andere kritiek al bij voorbaat vooral gemorrel in de marge. Niet voor niets trok de Belgische Storify-oprichter Xavier Damman naar Silicon Valley. Tenslotte zijn de budgetten die hij daar ter beschikking heeft voor zijn innovatieve idee pakken hoger.

Aan de andere kant bleek eerder deze maand uit een doorlichting van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en technologie (IWT) dat zeven op de tien innovatiesubsidies aan bedrijven ook concreet resultaat opleveren. Die subsidiepot van bijna 370 miljoen euro is al bij al dus goed besteed. Er is meer dan het IWT. Zo krijgt het FWO jaarlijks ook 196 miljoen euro subsidies om fundamenteel onderzoek te promoten. En er zijn de steunmaatregelen van het Agentschap Ondernemen. Bovendien kunnen innoverende ondernemingen ook een beroep doen op de Participatiemaatschappij Vlaanderen. Die geeft weliswaar geen subsidies, maar investeert in innovatiebedrijfjes.

Het bos is nauwelijks zichtbaar door de bomen. Maar iedereen met een idee kan er wel in gaan wandelen. De kwestie is niet of de weg naar innovatiesteun transparant is, de vraag is wel of ondernemers die innovatie-steun nodig hebben de weg vinden. In die zin is de versnippering van middelen ondergeschikt aan het juiste ondernemersklimaat. Innovatiebeleid is geen wetenschap, maar een kwestie van de juiste sfeer. Wie wil uitvinden, zal uitvinden. En de rest is een kwestie mechaniek.

Roeland Byl

Onze partners