Geert Noels
Geert Noels
Geert Noels is chief economist van Econopolis.
Opinie

14/02/11 om 19:16 - Bijgewerkt om 19:16

Index ondermijnt concurrentiekracht

Onder de deskundige leiding van Thomas Leysen werd een maximaal haalbaar loonoverleg afgesloten. De gehele formule is echter aan een grondige upgrade toe. Loonoverleg 2.0 moet rekening houden met nieuwe bedrijfsstructuren, de globalisering en prijsverhogingen door inefficiënties van dit land.

België is het laatste land met een automatische loonindexering. Op zich hoeft dat nog geen probleem te zijn, ware het niet dat ons land worstelt met een stug hogere inflatie. In 5 jaar tijd zijn de prijzen in België 3,5 procentpunt meer gestegen dan in Duitsland, Nederland of Frankrijk. Sinds de start van de euro zijn de consumptieprijzen in ons land maar liefst bijna 10 procentpunt sneller gestegen dan in dezelfde drie buurlanden. Als lonen dan gekoppeld zijn aan de index, loopt de handicap elk jaar verder op.

Die hogere inflatie wordt meestal toegeschreven aan de hogere energieprijzen in ons land. Dat is eigenaardig, omdat België voor meer dan de helft gebruikmaakt van kernenergie, in principe goedkoper dan andere energiebronnen. Maar gedreven door geldhonger heeft de Belgische staat de nutssector eerst verpatst, en is hem vervolgens in allerlei budgettaire rondes telkens meer gaan belasten, wat natuurlijk doorgerekend wordt aan de eindverbruiker. De hogere inflatie heeft dus minstens deels te maken met de hogere kosten van de overheid, zelfs als op het eerste gezicht de energieprijzen de schuldigen lijken.

Maar een hoge energieprijs is niet de enige oorzaak. De distributie in ons land is duurder dan in het buitenland. Ook de samenstelling van de index, door de sociale partners bepaald, maakt België kwetsbaarder. Ons land heeft getracht de effecten van prijsverhogingen op de lonen te milderen met de zogenaamde 'gezondheidsindex', maar ondertussen schaduwt die alternatieve index de gewonen consumentenprijsindex (CPI) en is het effect dus nihil.

Het is dus niets te vroeg dat de sociale partners een studie gaan maken om te zien wat er misloopt met onze indexering. Het is niet de enige structurele fout in ons loonoverleg. De essentie is dat het nog te veel gebaseerd is op een situatie van 15 jaar geleden. Vandaag is er bijvoorbeeld de euro, en dat creëert een nieuwe realiteit. In een muntunie is ontsporende inflatie nefast. De automatische indexering verdooft zodat er weinig urgentie gevoeld wordt om deze ontsporing te stoppen: de lonen en de uitkeringen zijn gekoppeld aan de index, dus ontbreekt meer druk van de consument om op prijsstijgingen te reageren. Werkgevers compenseren de hogere loonlasten dan weer door de productiviteit te verhogen, wat leidt tot herstructureringen.

Het overleg houdt ook onvoldoende rekening met andere aspecten van de nieuwe economie. Een one fits allakkoord gaat voorbij aan de globalisering. Voor de exporterende sectoren is de concurrentie feller dan tien jaar geleden. Zij moeten zich meer spiegelen aan Duitsland. Aan de andere kant zijn er nieuwe ondernemingsvormen die een soepelere, hogere beloning voor hun medewerkers willen. Daarin moet ruimte zijn voor prestatiegebonden loon, iets wat de bonden niet zien zitten.

Het voordeel van het IPA is alleszins dat dit het 'neen'-front tegen noodzakelijke hervormingen blootlegt. De aanpassingen zullen er vroeger of later toch moeten komen. In stijgende mate van pijn zullen ze door de nieuwe regering, de Europese Unie of het IMF worden geïnitieerd.

Onze partners