Scholen van Morgen komt op kruissnelheid

28/01/15 om 14:13 - Bijgewerkt om 14:13

Het vraagstuk van het scholenvastgoed is complex. Want de noden zijn immens en de middelen beperkt. De pps-formule Scholen van Morgen biedt een begin van een oplossing.

Scholen van Morgen komt op kruissnelheid

Hilde Crevits legt de eerste steen van een nieuwe school in sfeer. © TR

Volgende maand levert Scholen van Morgen, een samenwerkingsverband tussen de Vlaamse overheid en de tandem AG Real Estate en BNP Paribas Fortis, een nieuw schoolgebouw op in Sint-Niklaas. Het is nog maar de tweede realisatie van Scholen van Morgen. Voormalig minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke initieerde Scholen van Morgen met als doel een deel van de achterstand in de scholenbouw weg te werken. Het programma kende onder meer door de financiële crisis een moeizame start, maar in 2015 komt het op kruissnelheid. Dit jaar kunnen zeker vijftien scholen hun nieuwe gebouwen betrekken.

Het totale programma omvat 165 projecten en meer dan 200 gebouwen. Voor 105 projecten heeft Scholen van Morgen een ondertekend contract met een aannemer. "Begin januari stond de teller nog op 92", zegt Philippe Monserez, programmadirecteur bij Scholen van Morgen. "We komen nu gemiddeld aan een ondertekening om de twee werkdagen." Scholen van Morgen maakt zich sterk dat tegen het schooljaar 2017-2018 150 projecten klaar zijn.

Geen nicheproduct

Indrukwekkende cijfers, maar Monserez geeft toe dat de grote inhaalbeweging daarmee nog geen feit is. "Voor de 165 scholen in het programma is het wel een serieuze sprong voorwaarts, maar er staan er nog altijd meer dan 2000 bouwprojecten van scholen op de wachtlijst."

Dirk Vanstappen, directeur van de Dienst Investeringen Katholiek Onderwijs (DIKO), plaatst de cijfers van Scholen van Morgen ook in een ruimer perspectief. "De totale omvang van het schoolgebouwenpatrimonium in Vlaanderen bedraagt bijna 16 miljoen vierkante meter. Dat is gigantisch. Scholenvastgoed is dus geen nicheproduct."

Het scholengebouwpatrimonium is niet alleen omvangrijk, het is ook sterk verouderd. Bijna 15 procent van de schoolgebouwen is meer dan honderd jaar oud. En zo'n 60 procent van de gebouwen dateert van voor 1970.

Snel maar duur

Een inhaaloperatie zoals met Scholen van Morgen, leek dus meer dan welkom. Scholen van Morgen is een publiek-private samenwerking met een DBFM-programma: het staat in voor het ontwerp (Design), de bouw (Build), de financiering (Finance) en het onderhoud (Maintain) van de gebouwen. De scholen betalen dertig jaar een vaste vergoeding voor dat totaalpakket. Na die periode worden ze eigenaar van het gebouw. Tijdswinst is volgens Philippe Monserez de essentie van de DBFM-formule. "Als je zo'n programma van 165 projecten case per case bouwt, dan ben je over vijftien jaar nog altijd aan je vijftiende school bezig.

In de onderwijswereld lijkt er een brede consensus te zijn dat Scholen van Morgen een in ander in beweging heeft gezet. Toch klinkt er vanop het (bouw)terrein ook gemor. Door de strenge (financiële) selectiecriteria kwamen alleen grote (consortia van) aannemersgroepen in aanmerking. Ook de architecten zijn niet allemaal even enthousiast. En ook het Katholiek Onderwijs, met iets meer dan 100 projecten nochtans de belangrijkste koepel in het programma, blijkt een koele minnaar. "Los van de voordelen van DBFM is het niet geschikt als standaardoplossing voor een sector met een chronisch tekort aan geld", stelt Dirk Vanstappen.

Het volledige artikel leest u in de vastgoedrubriek van Trends van 29 januari.

Lees meer over:

Postcode

Onze partners