Het verkavelingsmodel barst uit zijn voegen

12/02/14 om 13:59 - Bijgewerkt om 13:59

Bron: Trends

Er zit sleet op het hardnekkige ideaalbeeld van de klassieke verkavelingswoning. Dat laat zich vooral voelen in de oudere verkavelingen. Onderzoekers van de KU Leuven en Universiteit Hasselt bestuderen drie transformatiescenario's.

Het verkavelingsmodel barst uit zijn voegen

© Thinkstock

Ruimtelijk barst ons verkavelingsmodel al jaren uit zijn voegen. "Met de bevolking van een grote Europese hoofdstad hebben we een heel land verkaveld", verwoordt architect Leo Van Broeck het krachtig. Relatief nieuw is dat ook de vraag naar het typische verkavelingsproduct stokt, gewoon omdat het voor jongeren geen haalbare kaart meer is. Duurdere gronden en hogere bouwkosten als gevolg van strengere energienormen duwen de prijzen buiten het bereikbare.

Ook de markt van de bestaande woningen voelt de nieuwe trend. Het makelaarsnetwerk ERA maakte eind januari bekend dat oudere woningen moeilijker verkocht geraken. Vooral het segment van de alleenstaande woningen op een groot perceel zit al lange tijd in het sukkelstraatje. Veelal gaat het om woningen uit de jaren zestig, zeventig en tachtig met belabberde energieprestaties.

Door de grote percelen ligt de totale waarde van de grond hoog, wat zich vertaalt in een hoge vraagprijs. Maar het jongere koperspubliek is niet meer tuk op zo'n grote lap grond. Voeg daar nog aan toe dat het comfort en de stijl van veel van die woningen zelden aan de huidige standaarden beantwoorden, en de oude, ruime verkavelingswoning evolueert stilaan van droom naar probleem.

De huidige bewoners, veelal babyboomers, krijgen vaak niet de prijs die ze verwacht of gehoopt hadden. Wie niet gehaast is, opteert er daarom voor nog maar wat te blijven. Maar omdat velen die woonsituatie als tijdelijk beschouwen, stellen ze noodzakelijke investeringen uit.

Transformeren, verdichten of uitdoven

Een groot deel van ons woningpatrimonium zit op die manier geblokkeerd. Uit de socio-economische enquête van 2001 bleek dat de vrijstaande woning 39 procent van het totale woningbestand van ons land uitmaakt. Hoewel dat percentage intussen wat is afgetopt, blijft de vrijstaande woning dominant. Met het vooruitzicht van een aanhoudende bevolkingstoename en gezinsverdunning is het dan ook zonde die belangrijke voorraad woningen onderbenut te laten of zelfs volledig af te schrijven.

Kunnen we een deel van de bijkomende vraag naar huisvesting opvangen in die verkavelingen en landelijke woongebieden Onderzoekers van de KU Leuven en Universiteit Hasselt bestuderen drie transformatiescenario's en peilden via interviews ook al naar het maatschappelijke draagvlak ervoor.

Het eerste scenario gaat uit van kleinschalige verdichting op het niveau van de individuele woning. Denk aan de opdeling, al dan niet via een uitbreiding, van de woning in twee wooneenheden en/of kangoeroewonen. Scenario twee is ingrijpender: de toevoeging van grootschaliger bouwprojecten die woningen van verschillende typologieën combineren met ondersteunende functies. Het derde scenario zet in op landschapsherstel door de sloop van slecht gelegen, verouderde woningen.

Volgens Marijn van de Weijer, doctoraatsonderzoeker aan de KU Leuven en de Universiteit Hasselt, bevestigen de lauwe reacties van de ondervraagde bewoners op de scenario's "dat er nog altijd een robuust beeld leeft van hoe zo'n perifere wijk er moet uitzien". "Het eerste scenario kan op de meeste steun rekenen", zegt hij.

Het past volgens Marijn van de Weijer, ook in onze liberale bouwattitude: "Op het eigen perceel is iedereen vrij te doen wat hij wil, is zowat de gangbare mening. Maar slechts weinig mensen zien het als een oplossing voor hun eigen woonsituatie. Ze vrezen het verlies van privacy. Maar ik denk dat onbekend hier ook onbemind maakt: de meeste mensen hebben nog geen voorbeelden gezien van geslaagde transformaties." (LV)

Het volledige artikel leest u deze week in de vastgoedrubriek van Trends.

Postcode

Onze partners