Drie alternatieven voor de woonbonus

11/12/13 om 10:23 - Bijgewerkt om 10:23

Bron: Trends

De woonbonus onverkort handhaven is geen goed idee. Maar hoe krijg je een belangrijke inperking van een 'verworven recht' verkocht aan de kiezers? Drie alternatieven kunnen de bittere pil verzachten.

Drie alternatieven voor de woonbonus

© Thinkstock

Het grootste manco van de woonbonus is het prijsopdrijvende effect, waardoor het eigenlijk een dure maat voor niets is: de hogere woningprijzen neutraliseren in belangrijk mate het fiscale voordeel. Er is ook een goede budgettaire reden om te sleutelen aan de formule, want de kostprijs van de woonbonus zal op termijn ver uitstijgen boven de middelen die overkomen van het federale niveau.

Een plotse, botte afschaffing van de woonbonus is niet wenselijk omdat dat een schok kan veroorzaken op de woningmarkt met effecten op de rest van de economie. Een geleidelijke en/of gedeeltelijke afbouw, zoals de Vlaamse Woonraad al voorstelde, kan de ongewenste neveneffecten beperken.

Maar ook dat ligt gevoelig, en niet alleen bij belangengroepen in de bouw- en vastgoedsector. De meeste politieke partijen willen om electorale redenen niet te veel aan de woonbonus raken. Een belangrijk deel van het kiespubliek geniet van het fiscale voordeel. Hervormen kan wel, afbouwen liever niet.

Alternatieve stimulansen voor de bouw- en woningmarkt kunnen een geleidelijke afschaffing of een drastische hervorming van de woonbonus wel verteerbaar maken. Want de overdracht van de middelen naar Vlaanderen is vooral een kans om een efficiënter woonbeleid te voeren. We nemen drie scenario's onder de loep.

1. Hervorming woonfiscaliteit met lagere registratierechten

Voor Carine Smolders, publiek econoom en expert in vastgoedbelastingen (UGent), moet Vlaanderen de overheveling van de woonbonus vooral aangrijpen om de woonfiscaliteit te herbekijken in functie van de doestellingen van het woonbeleid. Ze wijst er ook op dat de fiscale druk nu vooral erg hoog is bij de aanschaf van een onroerend goed, door de transactiekosten die daarmee gepaard gaan. Het is een pijnpunt waar de woonbonus niet echt op inspeelt. Daar staat tegenover dat wie een huis koopt, onmiddellijk belast wordt in de vorm van registratierechten. Voor een woonbeleid dat inzet op eigendomsverwerving, is een verlaging van de registratierechten logischer dan een uitgesteld voordeel. Ook uit het oogpunt van het tewerkstellingsbeleid valt iets te zeggen voor een verlaging van de registratierechten. De hoge registratierechten zetten een rem op de woon- en arbeidsmobiliteit.

2. Een btw-verlaging op nieuwbouw

Ook een btw-verlaging heeft in vergelijking met de woonbonus het voordeel van het onmiddellijke effect. De bouwer of verbouwer voelt het meteen in zijn portefeuille wanneer hij 6 procent btw betaalt in plaats van 21 procent. Een lagere btw zou voor bouwers ook een welkome compensatie zijn voor de kostprijsverhogende maatregelen die de overheid oplegt in het kader van duurzaam bouwen. Nieuwbouw prijst zich daardoor meer en meer uit de markt. Op de secundaire markt leidt het tot schaarste en opwaartse druk op de prijzen, vooral in het lagere prijssegment.

3. Steun voor de private huurmarkt

De huurmarkt is de zwakke schakel op onze woningmarkt. Aan de aanbodzijde kan je via de fiscaliteit, ook via een btw-verlaging, eigenaars ondersteunen die door bouw of renovatie huurwoningen op de markt brengen voor bepaalde doelgroepen. Om het probleem van het almaar zwakkere inkomensprofiel van huurders te counteren, pleit CIB Vlaanderen voor een veralgemening van het stelsel van huursubsidies. (LV)

In Trends van deze week leest u het volledige artikel met de drie uitgewerkte scenario's.

Lees meer over:

Postcode

Onze partners