28/12/11 om 10:11 - Bijgewerkt om 10:11

Hoge inflatie brengt index weer bovenaan agenda Di Rupo

België kan zich geen verdere verzwakking van zijn internationale concurrentiepositie veroorloven. Daardoor komt het indexprobleem onvermijdelijk snel bovenaan de agenda van de regering-Di Rupo.

Hoge inflatie brengt index weer bovenaan agenda Di Rupo

© belga

Onze twee grote bierbrouwers, AB Inbev en Alken-Maes, verhogen vanaf maart 2012 hun prijzen voor warenhuizen en de groothandel met 6 procent. Bart Vancraeynest, hoofdeconoom van Petercam, rekent voor dat na forse stijgingen de afgelopen jaren de energiefactuur voor een doorsneegezin het komende jaar opnieuw met 3,6% zal oplopen.

Twee illustraties van het feit dat België vandaag opgescheept zit met een relatief inflatieprobleem dat de al niet riante perspectieven qua groei en werkgelegenheid voor 2012 verder ondermijnt. Het automatische indexeringsmechanisme van de lonen speelt ons daarbij aardig parten.

In november 2011 lag de inflatie op jaarbasis in België op 3,7%, beduidend hoger dan het gemiddelde van de eurozone en het cijfer in de buurlanden. Daarmee wordt een trend voortgezet die ook een jaar geleden reeds nadrukkelijk aan de orde was (zie tabel hieronder). Over de periode 2008-2010 liep de inflatie gecumuleerd in België op met 6,9% (de gezondheidsindex met 6,6%), een stuk meer dan de stijging in de eurozone (+ 5,3%), in Nederland (+ 4,2%), in Duitsland (+ 4,3%) en Frankrijk (+5,1%).

Het mechanisme van de koppeling van de lonen aan de index van de consumptieprijzen (correcter: de koppeling aan de gezondheidsindex) maakt dat de hogere inflatie zich onvermijdelijk vertaalt in een snellere stijging van de brutolonen. Hogere brutolonen verzwaren de kostprijs van ondernemingen en leiden zo tot prijsstijgingen - zeker in de sectoren minder onderhevig aan de internationale concurrentie - die op hun beurt weer de index aanzwengelen.

In januari stijgen de meeste brutolonen in de Belgische privésector met 3,1%, een zware dobber voor veel ondernemingen. De toename van de productiviteit compenseert die loonstijgingen onvoldoende. Op basis van de jongste cijfers van de OESO mag dan ook verwacht worden dat, met 1996 als basisjaar, tegen eind 2012 de loonkosten per eenheid product (dus met correctie voor productiviteitsverschillen) bij ons 9,4% hoger zullen liggen dan het gewogen gemiddelde van de drie buurlanden.

Een dergelijke evolutie van de relatieve loonkosten tast de groei en de werkgelegenheid op diverse manieren aan. Ten eerste, de hogere loonkosten wegen op de kostenstructuur van de ondernemingen en tasten hun internationale concurrentievermogen aan. De verdere expansie en zelfs het voortbestaan van ondernemingen kan op die manier in het gedrang komen. Ten tweede, relatief hogere loonkosten leiden tot verscherpte rationalisering en automatisering waardoor de werkgelegenheid bijkomend onder druk komt te staan.

België kan zich geen verdere verzwakking van zijn internationale concurrentiepositie veroorloven. Het zal zonder twijfel weer de nodige commotie veroorzaken, maar de regering-Di Rupo zal het indexprobleem onvermijdelijk snel weer op haar agenda moeten plaatsen.


Evolutie van de consumentenprijzen (% op jaarbasis) November 2011 November 2010
België 3,7 3,0
Eurozone 3,0 1,9
Duitsland 2,8 1,6
Frankrijk 2,7 1,8
Nederland 2,7 1,4

Bron: Eurostat

Onze partners