07/12/10 om 10:03 - Bijgewerkt om 10:03

Het onuitsprekelijke

Griekenland, Ierland en Portugal zijn economisch gezien lilliputters binnen de eurozone. Gezamenlijk zijn ze goed voor 6 procent van het euro-bbp.

En toch kost het zweet, bloed, tranen en veel geld om deze landen boven water te houden. Zeer terecht houdt iedereen zijn hart vast voor het geval de crisis in acute vorm zou overslaan naar Spanje, Italië en België. Spanje alleen al is bijna even groot als Griekenland, Ierland en Portugal samen.

Stilaan kruipt een ander land naar de lijst van mogelijke probleemgevallen toe, namelijk ... Frankrijk, de tweede grootste economie van de eurozone. Begin december stelde de Fransman Xavier Rolet, directeur-generaal van de Londense beurs, zelfs onomwonden in een interview met de Britse krant The Independent dat "het niet lang zou duren" vooraleer ook Frankrijk voor de bijl zou gaan. Ook al omdat de hele euroconstructie altijd in essentie een evenwichtsoefening tussen Franse en Duitse belangen was (en is), zou een zware crisis rond Frankrijk zonder twijfel onuitsprekelijke gevolgen hebben.

Wederom een wilde speculatie? Neen, er zijn redenen om ongerust te zijn over Frankrijk. Het land van president Sarkozy heeft een erg rigide arbeidsmarkt, een overvet staatsapparaat en vooral een begrotingstoestand die systematisch niet onder controle lijkt. Volgens de jongste inschattingen zal het lopend tekort op de begroting van 2010 tegen de 8 procent van het bbp uitkomen.

Afgezien van zware saneringsingrepen gaat de overheidsschuld in de loop van 2011 door de grens van de 100 procent van het bbp. De voorbije 20 jaar boekte Frankrijk elk jaar een begrotingstekort. In 13 van die 20 jaren was het zelfs groter dan 3 procent van het bbp. In alle oefeningen rond het toekomstige pad van de overheidsschuld - de zogenaamde berekeningen rond generational accounting - komt Frankrijk op onwaarschijnlijke schuldratio's uit (veel hoger dan bijvoorbeeld België, Spanje, Italië en Duitsland).

Johan Van Overtveldt

Aandeel van de lidstaten in de economie van de eurozone (in procent, op basis van het bbp in 2009)
Duitsland 26,9
Frankrijk 21,3
Italië 17,0
Spanje 11,7
Nederland 6,4
België 3,8
Griekenland 2,6
Portugal 1,9
Ierland 1,8

Bron: ECB (Europese Centrale Bank)

Onze partners