16/11/10 om 14:26 - Bijgewerkt om 14:26

Het Japanse schuitje in

Bij de tussentijdse verkiezingen van begin november kregen president Barack Obama en zijn Democratische Partij er flink van langs.

Uit exitpolls bleek dat de Amerikanen het hun president kwalijk nemen dat hij niet meer heeft gedaan om het recessietij te keren. Vooral het gebrek aan jobaanbod in de economie kregen de president en zijn partijgenoten zwaar aangerekend. Gezien de belabberde toestand van de Amerikaanse arbeidsmarkt valt wel enig begrip op te brengen voor die reactie. Toch keeg Obama voor een stuk onterecht de zwartepiet van de aanhoudende economische malaise doorgespeeld.

In tegenstelling tot wat de dagelijkse berichtgeving over de economische gang van zaken suggereert, is het vermogen van politici en andere bewindslui om de economie echt uit het slop te trekken en duurzame banen te creëren erg beperkt. Het beleid leeft in die materie in een asymmetrische wereld. Voert het een gammel en schadelijk macro-economisch beleid, dan ontstaat, sluipend of erg snel, behoorlijk wat schade voor het economisch en sociaal welzijn. Wil het die schade weer herstellen, zal het eerst opnieuw tot een deugdelijk macro-economisch beleid moeten komen om vervolgens veroordeeld te zijn tot afwachten. Dan hangt het beleid immers af van de mate waarin consumenten, producenten en investeerders de positieve wending in het beleid als duurzaam inschatten, en van hoezeer ze vanuit die inschatting hun gedrag en plannen aanpassen.

Obama en zijn team erfden begin 2009 een economie die aan het instorten was. In de slipstream van de zware financiële stormen die tijdens september en oktober van 2008 door het Amerikaanse (en Europese) systeem raasden, ging het in die periode angstaanjagend snel bergaf met de Amerikaanse (en Europese) economie. Tijdens de slotmaanden van 2008 en de beginperiode van 2009 ging de economie steiler onderuit dan tijdens eender welk kwartaal van de Grote Depressie van de jaren 1930. Hoe je het ook draait of keert, de prompte beleidsreactie vanuit zowel de monetaire (de centrale bankiers) als de budgettaire hoek (de regeringen) belette dat de zware inzinking zich à la jaren 1930 voluit doorzette.

Amerikaanse kiezers hadden dus in november 2010 misschien beter iets meer begrip opgebracht voor de moeilijke erfenis die Obama in de schoot geworpen kreeg, én voor het feit dat zijn zware budgettaire stimuluspakket zeker hielp een catastrofe af te wenden.

Die argumentatie betekent echter niet dat Obama's economisch parcours een A+ verdient, integendeel zelfs (tegelijk houdt dat statement in dat de Amerikaanse kiezer dan misschien toch nog niet zo dom is...). Economische logica en het Japanse voorbeeld leren ons immers dat een zware budgettaire stimulus aan een kapseizende economie een prompt en moedig vervolg eist.

Japan probeerde via budgettaire weg de economie uit de put te trekken die het uiteenspatten van aandelen- en vastgoedzeepbellen eind jaren tachtig had geslagen. Dat lukte niet, want Japan is nu al jaren het groeikneusje van de rijke landen, terwijl de overheidsschuld tot bijna 200 procent van het bruto binnenlands product opliep. Die situatie creëert zoveel onzekerheid doorheen het Japanse economisch-financiële systeem, dat aanhoudende deflatie en slappe heroplevingen afgewisseld met stevige recessies het normale patroon van die Japanse economie zijn gaan uitmaken. De onontwarde knoop van banken in structurele solvabiliteits- en liquiditeitsproblemen verzuurde de Japanse problematiek nog meer. De Japanse overheid slaagde er dus niet in een optimistische wending te geven aan de verwachtingen van consumenten, producenten en investeerders.

In de VS en in Europa dreigen we volop in het Japanse schuitje terecht te komen. Iedereen weet dat de huidige budgettaire posities onhoudbaar zijn (zeker in combinatie met de ongebreidelde monetaire expansie). Toch komen er nauwelijks geloofwaardige plannen voor die afbouw op tafel. En dus heersen onzekerheid en wantrouwen. Misschien geven de grondig herschikte machtsverhoudingen in Washington aanleiding tot een nieuw discours aldaar. Als daar een geloofwaardige afbouw van het crisisbeleid van de voorbije jaren uit voortvloeit, kunnen de Amerikanen alsnog de vaart met het Japanse schuitje vermijden.

Johan Van Overtveldt

Onze partners