21/03/12 om 08:35 - Bijgewerkt om 08:35

Het isolatievoordeel

Het is te opmerkelijk om toevallig te zijn. Terwijl Griekenland verder wegzinkt in een sociaaleconomisch en financieel moeras zonder dat het nieuwe hulppakket daar ten gronde iets aan verandert, voltrekt zich in IJsland een economische wederopstanding die twee jaar geleden niemand voor mogelijk achtte.

De geschiedenis is bekend. De waanzinnige expansie van de IJslandse banken toverde de economie van het prachtige eiland om in één grote zeepbel die, zoals dat altijd gebeurt met zeepbellen, in 2008 uit elkaar plofte. IJsland leek van de economische en financiële tabellen te worden geblazen. De omvang van de crisis was zo indrukwekkend dat het voortbestaan zelf van het land op de helling leek te staan.

Niet eens vier jaar later staat datzelfde IJsland te blinken in de kast van de economische mirakels. Na een diepe recessie in 2009-10, met een gecumuleerde val van het bruto binnenlands product van 12 procent, haalde het land vorig jaar een groei van 2,2 procent. Voor 2012 wordt zelfs 2,9 procent in het vooruitzicht gesteld. Er blijven zware problemen, maar de omslag is hoe dan ook spectaculair. Il faut le faire, komende waar IJsland vandaan komt en in een internationale conjuncturele omgeving die er allesbehalve florissant bij ligt. De details van de manier waarop de IJslanders dit huzarenstukje voor elkaar brachten.

Hoe valt het opmerkelijke verschil tussen Griekenland en IJsland te verklaren? Terwijl de financiële crisis veel harder toesloeg op het noordelijke eiland, klimt het land veel sneller en energieker uit de put dan de Grieken. Het heeft er alle schijn van dat IJsland zijn grote voordeel gehaald heeft uit het feit dat het land er alleen voor stond, op wat mondjesmaat toegediende assistentie en steun van het IMF na. Het verplichtte de IJslanders om het drama dat ze voor een groot deel zichzelf op de hals gehaald hadden, recht in de ogen te kijken. Er kon onmogelijk verstoppertje gespeeld worden. De ene zware maatregel volgde op de andere pijnlijke ingreep. Er was gewoon geen keuze, ook al hielp de default op een groot pak buitenlandse schulden natuurlijk wel. Maar dat laatste doet Griekenland ook.

Hoewel de schijn en de retoriek vaak een heel ander beeld oproepen, beschikte Griekenland wel over opties. Europa, en meer bepaald het lidmaatschap van de eurozone, dat Griekenland de mogelijkheden bood om, en we overdrijven nauwelijks, spelletjes te spelen. In Athene besefte men vrij snel dat de eurozone minstens evenveel de gevangene van de toestand in Griekenland was (en is) als omgekeerd. Het was vrij snel duidelijk dat Europese leiders, met de Duitse kanselier Angela Merkel en de Franse president Nicolas Sarkozy op kop, erg beducht waren voor het besmettingsgevaar dat van Griekenland kon uitgaan.

Dat besef gaf de Grieken aanzienlijke maneuvreerruimte. De niet-Griekse regeringsleiders en ministers riepen met de regelmaat van een klok dat Griekenland zijn engagementen diende na te komen, want dat anders de geldkraan zou toegaan. Dat dreigement is nooit echt geloofwaardig geweest, precies omdat de Grieken zeer goed beseften dat Merkozy en de anderen het in de broek deden bij de gedachte van wat er bij een rauwe faling van Griekenland zou gebeuren met heel de eurozone. We laten in het midden of die angst terecht was. Het feit dat ze bestond, speelde een belangrijke rol in de Griekse saga van de voorbije twee jaar.

De politieke elite van Griekenland maakte handig en sluw gebruik van de angsten van de euroleiders om hun partners schaamteloos te melken en zo de zure realiteit almaar maar voor zich uit te duwen. IJsland kon dat niet, omdat Reykjavik gewoon geen te melken tegenpartij had. Daar waar Athene maandenlang verstoppertje kon spelen voor de echte structurele ingrepen in het sociaaleconomische en financiële bestel, moesten de IJslanders onmiddellijk de koe bij de horens te vatten.

Het enorme verschil in de crisisaanpak tussen IJsland en Griekenland roept vragen op bij de Europese realiteit zoals we die vandaag kennen. Anno 2012 blijft het politiek incorrect om bedenkingen te formuleren over de zin van het Europese project. De prijs van de Griekse crisis en van de gevolgen voor de eurozone dringt die vraagstelling echter steeds meer op. Europa blijft een schitterend en noodzakelijk project voor een continent dat in het verleden al te zeer naar zelfdestructie neigde. Ook ondergetekende blijft daar onverkort van overtuigd, laat daar niet de minste twijfel over bestaan. De kapiteins van het schip moeten zich echter dringend te bezinnen over de koers die ze willen volgen. Want de huidige koers is een ramkoers.

Onze partners