10/05/12 om 11:34 - Bijgewerkt om 11:34

Het enige zinvolle relancebeleid

Er valt niet aan te ontkomen: het debat over de noodzaak aan relancebeleid is all over the place.

Zowel op Belgisch als op Europees niveau scherpt de discussie aan. François Hollande haalde zondag het Franse presidentschap in belangrijke mate binnen dankzij zijn pleidooi voor een relance onder het dubieuze motto 'minder besparen, meer investeren'. Onze eigenste eerste minister Elio Di Rupo (PS) stak niet onder stoelen of banken dat hij behoorlijk wild wordt van die Hollande-filosofie over macro-economisch beleid.

De vraag is uiteraard wat er precies bedoeld wordt met 'relancebeleid'. Zoals nu eenmaal onvermijdelijk lijkt in economische thema's, doen ook over relance en groei nogal wat meningen de ronde. Er bestaat evenwel zowel in België als in de rest van Europa maar één realistisch pad voor een relancebeleid. Dromen mag, maar met het oog op sociaaleconomisch beterschap lijkt realisme een veel interessanter uitgangspunt.

Eerst een voorafgaandelijke bemerking. De politieke wereld ziet eindelijk collectief in dat zonder economische groei de grote problemen van vandaag onoplosbaar zijn. We denken in de Europese context dan in de eerste plaats aan de aanslepende crisis in de eurozone en de houdbaarheid van de publieke financiën. Dat laatste thema heeft veel te maken met de vergrijzing van de bevolking die snel begint door te zetten. Economische groei alleen kan deze en andere structurele zorgenkinderen niet uit de wereld helpen, maar zonder méér economische groei dan wat vandaag in de pijplijn zit, zullen deze problemen gegarandeerd verder escaleren.

Wat die groeipijplijn betreft, ziet het er beroerd uit voor de eurozone. Een relevante vergelijking is die met de groei in de VS. De eurozone zonk in 2009 dieper weg dan de VS (-4,3 % versus -3,5 %) terwijl de VS toch veel krachtiger opveerden in 2010 (+3 % in de VS, + 1,9 % in de eurozone). In 2011 zaten beide regio's erg dicht bij elkaar qua groei, maar voor dit en volgend jaar ziet het IMF grote verschillen opduiken. Gecumuleerd over 2012-2013 ziet het IMF een groei van 4,5 procent in de VS, terwijl de eurozone niet verder komt dan 0,6 procent. Europa kampt duidelijk met een groeiprobleem.

De discussie over een relancebeleid om de groei aan te zwengelen valt dan ook licht te begrijpen. Hogere overheidsuitgaven om de groei te stimuleren zijn echter volstrekt uit den boze, om de doodeenvoudige reden dat alle eurolanden al tegen torenhoge schuldenbergen aankijken. Sedert het onderzoek van Kenneth Rogoff en Carmen Reinhart weten we dat een schuldgraad van méér dan 90 procent negatief inwerkt op het groeipotentieel van een land. In de eurozone zitten Griekenland, Italië, Portugal, Ierland en België ruim boven die drempel. Eind dit jaar zal Frankrijk er arriveren en Duitsland komt met de verwachte 79 procent toch ook vrij hoog. In Spanje en Nederland is de overheidsschuld nog vrij laag, maar die landen torsen dan weer omvangrijke private schulden.

Deficit spending als middel om tot relance van de economie te komen, snijdt geen hout. Het enige zinvolle relancebeleid is een Siamese tweeling: sanering aan de kant van de uitgaven, gekoppeld aan stimuleringsmaatregelen aan de aanbodzijde van de economie. Onder meer het onderzoek van de economen Albert Alesina, Francesco Giavazzi en Roberto Perotti toont duidelijk aan dat een saneringsaanpak met de nadruk op besparingen een dubbel voordeel oplevert. Enerzijds blijken zulke saneringen duurzamer dan die met een nadruk op belastingverhogingen, en anderzijds lijdt de economische groei veel minder onder besparingen dan onder belastingverhogingen.

Relancemaatregelen aan de aanbodzijde hebben veel te maken met een verbeterde marktwerking en meer concurrentie. In zowat heel Europa dringen zich maatregelen op om de arbeidsmarkten flexibeler te maken. Zeker met de acuut wordende vergrijzing is een optimaal gebruik van het krimpende arsenaal aan actieven een absolute noodzaak. Die vaststelling doet niets af aan de constatering dat nogal wat landen voor een heel wat betere werking van hun energie- en productmarkten kunnen zorgen.

Saneringen aan de kant van de uitgaven en een verbetering van de flexibiliteit en de marktwerking aan de aanbodzijde van de economie vormen samen een krachtig herstelbeleid. Die dubbele aanpak zal op korte termijn bitter weinig zoden aan de groeidijk zetten. Maar hij brengt wel een verbetering van het groeipotentieel van de economie met zich, die op termijn stevig zal doorwerken. Dat er op heel korte termijn geen mogelijkheden meer zijn om de economie een verantwoord zetje te geven, is een realiteit waaraan onze politici zich beter zo snel mogelijk aanpassen.

Onze partners