Alain Mouton
Alain Mouton
Redacteur bij Trends
Opinie

21/02/11 om 17:49 - Bijgewerkt om 17:49

Het einde van het sociaal overleg

België botst op de grenzen van zijn vaak geroemde sociaaloverlegmodel. Om de Belgische economie op de sporen te houden, blijft straks alleen nog de Europese nooduitgang over.

Dit land faalt niet alleen om een federale regering op de been te brengen, ook een sociaal akkoord tussen werkgevers en vakbonden lijkt meer en meer een verre droom. Het ontwerp van interprofessioneel akkoord (IPA) dat de Groep van Tien op 18 januari afsloot, was een compromis van een compromis. Toch schoten twee van de drie vakbonden het ontwerp af. Een IPA-ontwerp dat de regering aanpaste en het nog met miljoenen euro's smeerde, kon hen evenmin bekoren. We moeten ons de vraag stellen of het sociaal overleg zoals het nu bestaat nog zin heeft.

Via een interprofessioneel akkoord moeten de sociale partners het kader creëren om de Belgische concurrentiepositie te handhaven en de werkgelegenheid te bevorderen. Maar ondanks de wet op het concurrentievermogen is de loonkostenhandicap de voorbije jaren toegenomen. En met een werkgelegenheidsgraad van 62 procent zit België nog altijd ruim onder het Europees gemiddelde (64,4 %).

Hier dragen zowel vakbonden als werkgevers een verpletterende verantwoordelijkheid. Bij elk loonoverleg hebben de vakbonden het steevast over het behoud of de versterking van de koopkracht. In hun ogen kan dat alleen door loonsverhogingen toe te kennen aan de werkenden en een verhoging van de uitkeringen. De vakbonden vergeten al te vaak dat de beste manier om de koopkracht te vergroten erin bestaat meer mensen aan het werk te krijgen. Duitsland toont aan dat dit mogelijk is, dat land koos voor loonmatiging en een flexibele arbeidsmarkt.

Maar de kritiek beperkt zich niet tot de vakbonden. Ook bij de rol van de werkgeversorganisaties moeten we vraagtekens plaatsen. Zij zijn positief over het IPA-ontwerp omdat er amper sprake is van reële loonstijgingen. "Het voorliggende ontwerp-akkoord is het best haalbare", klinkt het in werkgeverskringen. Ze zeggen er niet bij dat het VBO van een aantal sectoren alleen een mandaat had gekregen om onder de index te gaan. Dat de index wordt toegekend plus een mogelijke loonstijging, veroorzaakt wrevel.

Resultaat van dit mank lopende sociaal overleg is dat de Belgische loonkostenhandicap de komende jaren voort stijgt. Als we de cijfers in een aantal sectoren bekijken, dan neemt die handicap vormen aan zoals we die alleen nog in Zuid-Europa zien: Belgische arbeiders in de chemie die 28 procent duurder zijn dan in Duitsland, de Agoria-sectoren (onder andere metaal) die een handicap torsen van 15 procent.

Als de sociale partners of de regering er niet in slagen dit concurrentienadeel bij te sturen, dan wordt het vanuit Europa opgelegd. Het competitiviteitpact van de Duitse bondskanselier Angela Merkel, dat onder andere pleit voor de afschaffing van de automatische loonindexe-ring, is dan het scenario. Het pact werd op de voorbije Europese top afgewezen. Maar de geest is uit de fles en het Merkel-plan komt de komende maanden zeker weer op tafel.

Onze partners