Roeland Byl
Opinie

19/04/13 om 12:03 - Bijgewerkt om 12:03

Gunstmaatregelen vormen geen oplossing

Subsidies afschaffen om loonlasten te kunnen drukken, zal het Belgische competitiviteitsprobleem niet oplossen. Net zo min als een lastenverlaging gesneden op Volvo-maten duurzame tewerkstelling creëert.

Subsidies afschaffen om loonlasten te kunnen drukken, zal het Belgische competitiviteitsprobleem niet oplossen. Net zo min als een lastenverlaging gesneden op Volvo-maten duurzame tewerkstelling creëert.
Het is niet gemakkelijk, weet u. Maar soms gaat moeilijk ook. Lang gold een bovengemiddelde productiviteit van onze werknemers als argument voor onze hoge loonlasten. Maar dat volstaat niet langer. Stilaan is dat besef zelfs bij de vakbonden doorgedrongen. En voor wie het niet wist, heeft Hakan Samuelsson, de topman van Volvo, er tijdens een bezoek van minister-president Kris Peeters (CD&V) aan het hoofdkwartier in Göteborg, nog eens op gewezen.

In moeilijk mis te verstane bewoordingen maakte de topman duidelijk dat er de komende jaren iets moet veranderen aan de loonkostenhandicap. Zo niet, dreigt de Gentse fabriek op termijn te verdwijnen. Niet dat Vlaanderen veel kan veranderen aan die loonkostenhandicap, maar goed. Alle beetjes helpen nu de autoverkoop slabakt, moet de topman hebben gedacht.

De oproep van Peeters begin deze week om een dialoog op te starten met alle overheden om de concurrentiepositie te verbeteren, valt dan ook best te begrijpen als een symbolisch gebaar. Of het veel zoden aan de dijk brengt, is wat anders. Al is een praatbarak nog altijd onschadelijker dan in paniek gunstmaatregelen af te kondigen voor de afkalvende automobielsector in ons land. Als een bedrijfsleider in Göteborg vraagt om wat te doen aan de hoge loonkosten, vormt dat zeker een legitiem alarmsignaal. Maar een fiscale gunstmaatregel om Volvo in Gent te houden, zal de patstelling van de traditionele industrie in ons land niet oplossen. Opel, Ford en ArcelorMittal hebben al aangetoond dat maatregelen à la tête du client niet bepaald lonen.

De loonkosten in Zweden liggen trouwens nog hoger dan bij ons. En de productiviteit is er lager. Het is dankzij de gunstige wisselkoers van de Zweedse kroon dat bij een shoot-out de fabriek in Gent het eerste zou sneuvelen. Bovendien bouwt Geely, de Chinese aandeelhouder van Volvo, intussen productiecapaciteit in China. In de eerste plaats is die bedoeld voor de Aziatische markt, en voorlopig dus geen competitie voor Gent. Voorlopig, want vroeg of laat gelden de wetten van de mondialisering onverbiddelijk. En auto's bouwen in Vlaanderen is nu eenmaal te duur.

Het is dus niet gemakkelijk. Maar moeilijk gaat ook. Traditioneel predikt Vlaanderen uit de innovatiebijbel. Het geloof in innovatie alleen volstaat misschien niet, maar het kan helpen om het vertrouwen in de kenniseconomie te laten voorgaan op pessimisme over onze welvaart.

Zo'n vertrouwen is geen gebakken lucht, zo blijkt uit het onderzoek van Yannick Dillen voor de Universiteit Antwerpen dat Trends vorige week signaleerde. Hij stelde vast dat tussen 2008 en 2011 de banengroei bij 475 snelgroeiende bedrijven de terugval in de maakindustrie grotendeels compenseert. In totaal viel de werkgelegenheid in Vlaanderen tussen 2008 en 2011 wel terug met 1927 banen, maar bij die 475 snelgroeiende bedrijven kwamen er 28.838 banen bij. Een kwart van die snelle groeiers is bovendien terug te vinden in de kennisintensieve dienstensectoren. Dat is bemoedigend. Want het betekent ook dat onze economie opschuift in de richting waar er nog toekomst is. En dat is gezonder dan overheidsmiddelen te gebruiken om een zieltogende sector te redden.

Onze partners