25/11/10 om 10:26 - Bijgewerkt om 10:26

Groei is de enige reddingsboei

Het economische herstel na de zwaarste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog blijft in de rijke landen aarzelend voortsjokken. Die ongemakkelijke evolutie heeft heel veel te maken met de schuldenplas die almaar aanzwelt.

Vooral in de rijke landen gaat het hard. Banken met totaal uit de haak geleveragede balansen en consumenten die massaal meer leenden dan ze aankonden, brachten de wereld de voorbije twee jaar aan de rand van een financieel-economisch armageddon. Veel private schulden kwamen ondertussen op de nek van de overheden terecht, terwijl de zware recessiekosten op zich ook al voor budgettaire rode inkt zorgen. Volgens de jongste gegevens van de OESO bedraagt de schuldratio (overheidsschuld in procent van het bbp) voor het geheel van de rijke landen eind dit jaar 96 procent. Drie jaar geleden was dat nog 73 procent. We moeten teruggaan tot de oorlogstijden om nog zo'n snelle stijging van de overheidsschuld in het Westen te zien. Ondertussen blijft ook de schuldgraad van banken en consumenten (vooral in de VS, maar daar niet alleen) zorgwekkend hoog.

In de economie bestaan weinig zekerheden, maar dat zo'n schuldophoping onmogelijk kan blijven doorgaan, is er één. Zodra de schulddynamiek echt doorzet, wordt het van langsom moeilijker om met de 'normale' recepten van belastingverhogingen en besparing het tij te keren. Zeker democratische maatschappijen kunnen intense en langdurige saneringsperiodes maar moeilijk verteren. De ervaring die Griekenland en Ierland te wachten staat, zal dat duidelijk illustreren. De enorme zenuwachtigheid op de financiële markten maakt de verdere toename van de overheidsschulden ook almaar riskanter. De kans op crises lijkt meer dan evenredig toe te nemen met de stijging van de schuldgraad.

De oplossing voor de schuldescalatie kan vanuit drie hoeken komen: inflatie, faling en economische groei. Schuldvernietiging via faling en inflatie werken maatschappelijk destabiliserend, zeker omdat van beide medicijnen stevige doses geslikt moeten worden om tot tastbare resultaten te komen. Een langdurige periode van stevige economische groei is bijgevolg de enige manier om uit het schuldenmoeras weg te komen zonder al te grote kleerscheuren. Hoewel Griekse of Ierse toestanden bij ons echt nog niet aan de orde zijn, geldt de noodzaak van meer economische groei zeker ook voor België. Onze overheidsschuld komt tegen het einde van het jaar op 104 procent van het bbp uit. Zonder een stevig herstel van de economie wordt dat de komende jaren nog meer. De ongedekte uitgaven voor de vergrijzing alleen al staan daar garant voor.

Het gemiddelde groeiritme dat onze economie in normale omstandigheden kan halen, ligt volgens de schattingen van bijvoorbeeld de Nationale Bank, het Planbureau en de OESO ergens tussen 1 en 2 procent (en allicht dichter bij het eerste cijfer dan bij het tweede). Om dat cijfer naar pakweg 3 procent te krijgen, dringen zich twee grote ingrepen op. Ten eerste, een elektroschok voor onze arbeidsmarkten om vooral de participatiegraad fors de hoogte in te jagen. In België is amper 62,8 procent van de actieve bevolking ook echt aan het werk. Dat is beduidend onder het OESO-gemiddelde van 66 procent. Landen als Denemarken en Nederland halen een participatiegraad van meer dan 75 procent. Om zelfs maar het OESO-gemiddelde te halen, moeten ruim 200.000 Belgen extra aan het werk. Dat is simpelweg onmogelijk met de huidige organisatie van onze arbeidsmarkt.

De tweede ingreep om het bbp naar een sneller groeiritme te brengen, is zo mogelijk nog dwingender. De Belgische productiviteit moet omhoog. Dat kan enkel door investeringen en innovatie, twee factoren die op hun beurt in hoge mate afhangen van het ondernemingsklimaat. Het is slechts via de activiteiten van ondernemers dat technologische vooruitgang en andere innovaties omgezet worden in maatschappelijk nuttige en welvaartsverhogende ontwikkelingen. De overheden in dit land kunnen het ondernemingsklimaat ingrijpend verbeteren zonder handenvol geld uit te geven. Het schrappen van onzinnige en contraproductieve regulering (bijvoorbeeld in het vergunningsbeleid), een verbeterde marktwerking (bijvoorbeeld in de energiesector), meer rechtszekerheid. Het zijn maar drie van de vele initiatieven die zich opdringen.

Maar allereerst moeten onze bewindslui misschien een duidelijke sense of urgency voelen. In dit door communautaire kommer en kwel getormenteerde land lijkt het besef van onze stilaan hachelijke economische situatie maar mondjesmaat door te dringen.
De overheid kan het ondernemingsklimaat ingrijpend verbeteren zonder handenvol geld uit te geven.

Johan Van Overtveldt

Onze partners