06/06/13 om 09:16 - Bijgewerkt om 09:16

Griekenland en de eurocrisis: de gevangene die eigenlijk cipier is

Het zwalpende Griekenland hield en houdt de Europese bewindslui in een houdgreep en niet omgekeerd. Dat blijkt ook weer uit een rapport van het IMF.

Griekenland en de eurocrisis: de gevangene die eigenlijk cipier is

© reuters

Het zwalpende Griekenland hield en houdt de Europese bewindslui in een houdgreep en niet omgekeerd. Dat blijkt ook weer uit een rapport van het IMF.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) maakte zopas haar evaluatie bekend van het eerste hulppakket dat Griekenland in mei 2010 van de Trojka - het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Europese Unie (EU) en de Europese Centrale Bank (ECB) - toegeschoven kreeg. Iets meer dan drie jaar na de feiten reikt dat document een erg verhelderende analyse aan, zowel door wat er expliciet instaat als door wat tongue in cheek wordt gesuggereerd.
De expliciete boodschap is duidelijk. Door wat het IMF als hoogst uitzonderlijke omstandigheden omschrijft, diende de instelling de normen die ze normaal gesproken hanteert ten aanzien van landen die om hulp vragen, drastisch te verlagen. Griekenland voldeed voor drie kwart niet aan de standaardvereisten die het IMF had opgelegd voor de verlening van financiële assistentie aan landen in nood. Nood breekt wet, heet dat dan.

Daarnaast documenteert het rapport een karrevracht van inschattings- en beoordelingsfouten die de betrokken IMF'ers en andere leden van de Trojka hebben gemaakt. Het gaat dan om de diepte van de recessie, de toename van de werkloosheid, de ware toestand van de Griekse banken, de voortgang van de structurele hervormingen en de oprechtheid van de Griekse "partners". Wat dat laatste betreft, zegt het rapport zeer expliciet dat de staf van het IMF "veel sceptischer moet zijn ten aanzien van de officiële gegevens die worden verstrekt tijdens reguliere controles".

Tussen de impliciete boodschappen die verweven zitten in dit IMF-rapport, vallen die over de haast onmogelijke onderhandelingspositie van de niet-Griekse betrokkenen op. Die situatie vloeit in hoge mate voort uit de basispremissen van het hele gebeuren. Centraal daarbij staat dat voor alle betrokken euro-instanties Griekenland ten koste van wat dan ook in de eurozone moest blijven. Al in de eerste paragraaf van het rapport meldt het IMF dat "Griekenland in de eurozone diende te blijven" ("Greece was to stay in the euro area"). Dat cruciale uitgangspunt overschaduwde niet enkel de onderhandelingen en de finale uitkomst in de lente van 2010, maar ook alle toekomstige onderhandelingen.

In het licht van de dwingende noodzaak om Griekenland in de eurozone te houden, stelt het IMF nu dat een heel belangrijke uitdaging in de toekomst erin bestaat "manieren te zoeken om de beloftes van voorwaardelijke steun van partnerlanden om te zetten in formele programma's" ("A particular challenge is to find ways to translate promises of conditional assistance from partner countries into formal program agreements"). Anders uitgedrukt: hoe kunnen we ervoor zorgen dat de voorwaarden die we opleggen ook echt worden nagekomen door de landen die de steun ontvangen?

Het korte antwoord op die vraag luidt dat je daar niet toe kunt komen, als het uitgangspunt is dat het crisisland hoe dan ook in de eurozone moet blijven. Zeker in het geval van Griekenland, maar ook in andere onderhandelingen, ondermijnt zo'n houding fundamenteel de onderhandelingspositie van instanties als het IMF, de EU en de ECB. Je kunt enkel dreigen en echt dwingend optreden als je ook sancties - en zo nodig heel forse - kunt opleggen. De dreiging met sancties verliest elke geloofwaardigheid als het zonneklaar is dat de ultieme sanctie - namelijk hulp aan Griekenland weigeren, zelfs als dat tot een exit uit de eurozone leidt - nooit op tafel zal komen. Het IMF kan worden bekritiseerd voor het feit dat ze is meegegaan in de logica van de eurogroep en zich achter het no exit-standpunt heeft geschaard.

Ook bij Europese instanties valt te vernemen dat de Griekse onderhandelaars zich in 2010 al vrij snel bewust waren van de belangrijkste uitgangsposities van de europartners en het IMF. Griekenland kwam meestal over als de hulpeloze gevangene, maar het was in wezen de cipier met de sleutelgordel. Het gevolg was dat de Griekse onderhandelaars instemden met allerhande condities, waarvan ze zelf al hadden uitgemaakt dat ze die niet of hooguit gedeeltelijk zouden nakomen. Waarom zou een politicus die gefocust is op de korte termijn dat doen, als hij weet dat de tegenpartijen toch altijd bereid zijn tot heronderhandelen, en vooral als hij weet dat ze het ultieme wapen - de weigering van hulp - nooit zullen durven te gebruiken? Alles wat er de voorbije drie jaar in en met Griekenland en de Trojka is gebeurd, vormt daar een perfecte illustratie van.

Griekse onderhandelaars stemden onder meer in met verminderingen van de overheidsuitgaven, acties tot een betere inning van de belastingen en structurele hervormingen van de economie. De intentie om die maatregelen ten gronde en op een volgehouden uit te voeren, was nooit aanwezig in Athene, omdat de opeenvolgende Griekse regeringen zeer goed beseften dat men hen nooit à fond zou afrekenen op die beloftes. Er viel altijd wel opnieuw te onderhandelen. Uiteindelijk zouden het IMF en Europa altijd wel met financiële assistentie over de brug komen. De voorbije drie jaar bleek dat een correcte inschatting te zijn.

Zulke toestanden zijn onvermijdelijk in de huidige vorm van de monetaire unie in Europa. Griekeland is daar het meeste extreme voorbeeld van, maar ook in de onderhandelingen met de andere crisislanden zie je hetzelfde patroon. De euro-instanties beschikken over te weinig bevoegdheden om de noodzakelijke spelregels op te leggen. Om te overleven moet de euro worden ingekapseld in een politieke unie met verregaande bevoegdheidstransfers naar het Europese niveau. In een goed werkende monetaire unie zou Griekenland in mei 2010 onder een echte curatele geplaatst zijn. De afhankelijkheid van de Griekse regering om de sanerings- en herstructureringsmaatregelen uit te voeren, zou dan veeleer symbolisch zijn geweest.

Onze partners