Quaden wijst op omvang vergrijzingskosten

05/07/10 om 14:24 - Bijgewerkt om 14:24

Bron: Trends

Guy Quaden, gouverneur van de Nationale Bank van België (NBB), maakt de regering attent op de problematiek van de vergrijzing in ons land en stelt daarbij enkele maatregelen voor.

Quaden wijst op omvang vergrijzingskosten

© belga

De budgettaire kosten van de vergrijzing in ons land stemmen tussen 2009 en 2060 overeen met 6,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat blijkt maandag uit het negende jaarverslag van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. Dat is 0,1 procent meer dan de berekening uit het vorige verslag voor dezelfde periode.

De Studiecommissie heeft ook berekend dat de pensioenen tegen 2060 14,4 procent van het bbp zullen bedragen. Vandaag is dat 9,7 procent. De gezondheidszorg zal op 11,7 procent uitkomen, in vergelijking met 8,1 procent vandaag. Lagere uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen, kinderbijslag en onderwijs zouden ervoor moeten zorgen dat de vergrijzingskosten verminderen.

De Studiecommissie maakt zijn berekening op basis van een referentiescenario dat een jaarlijkse productiviteitsgroei van 1,5 procent omvat.

Volgens Guy Quaden, voorzitter van de Studiecommissie, moet de effectieve leeftijd waarop de Belgen met pensioen gaan met drie jaar omhoog. In dat geval zou de vergrijzingskost 1,4 procent lager liggen dan de 6,3 procent van het bbp waarvan sprake is in het referentiescenario.

Om de kosten voor de vergrijzing binnen de perken te houden, stelt Quaden dus twee maatregelen voor: meer economische groei, en meer personen die langer aan de slag blijven op de arbeidsmarkt. "Een economische groei die aangezwengeld wordt door een grotere banencreatie, zou het gewicht van de verschillende categorieën sociale uitgaven in het bbp beperken", luidt het.

Hoewel het voorbije decennium de werkgelegenheidsgraad voor de 50- tot 64-jarigen gestegen is, blijkt de graad met de leeftijd sterk af te nemen. Waar in 2008 de werkgelegenheidsgraad bij mannen tussen 55 en 59 jaar nog 64 procent bedroeg, was dat nog slechts 30 procent voor de 60- tot 64-jarige mannen.

Het volledige rapport van de Vergrijzingscommissie vindt u hier

Lees meer over:

Onze partners