Philip Neyt: 'Lage coupon op 100-jarige Belgische obligatie voor niet in te schatten risico's'

01/09/15 om 11:19 - Bijgewerkt om 11:19

Bron: Trends

De Belgische overheid schreef vorige week voor het eerst een lening op honderd jaar uit. Dat gebeurde op vraag van Goldman Sachs. De coupon bedroeg amper 2,5 procent. Er werd voor 50 miljoen euro ingeschreven op de obligatie. Trends vroeg aan Philip Neyt, de voorzitter van de Belgische Vereniging voor Pensioeninstellingen (BVPI), of beleggen op honderd jaar een goed idee is.

Philip Neyt: 'Lage coupon op 100-jarige Belgische obligatie voor niet in te schatten risico's'

© Belga

Komen uitgiftes met een looptijd van honderd jaar vaak voor?

PHILIP NEYT: "Neen, ze zijn een zeer grote uitzondering. Pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen zijn van nature langetermijnbeleggers, maar hun beleggingen in staatspapier hebben doorgaans een maximale looptijd van 25 tot 30 jaar. Pensioenfondsen bijvoorbeeld moeten de stortingen van werknemers tijdens hun actieve loopbaan beleggen met het oog op hun pensionering. De looptijd van hun verplichtingen varieert van bedrijf tot bedrijf en van sector tot sector, maar de gemiddelde looptijd tot de pensionering bedraagt vaak 15 tot 20 jaar."

In 100 jaar kan er heel veel gebeuren. Is het als professionele investeerder dan wel verantwoord om dergelijk papier te kopen?

NEYT: "Dat er een kredietrisico bestaat, is vanzelfsprekend. Maar eigenlijk is het grootste risico dat van inflatie. Bij een oplopende inflatie smelt de reële waarde van een coupon van 2,5 procent als sneeuw voor de zon. En bij een rente-opstoot zal de marktwaarde van de obligatie snel onder de nominale waarde zakken."

De coupon van 2,5 procent lijkt, voor een belegging op honderd jaar, aan de heel lage kant?

NEYT: "Kijk, inflatie op 100 jaar valt uiteraard niet in te schatten. De Belgische OLO op dertig jaar biedt nu een rendement van 2 procent. Ondanks de 70 extra jaren is er slechts een extra vergoeding van 0,5 procent. Dat is zeer weinig voor niet in te schatten risico's die zich gedurende een eeuw kunnen voordoen."

Wie koopt dan in godsnaam zo'n obligatie?

NEYT: "Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat het om een investeerder gaat die een ander doel voor ogen heeft, namelijk het creëren van een extra kapitaalbuffer met het oog op de introductie van Solvency II voor de verzekeraars vanaf 1 januari 2016. Waarschijnlijk gaat het om één belegger-verzekeraar die via zijn zakenbank de mogelijkheid heeft bekomen om in te schrijven op 100-jarig papier. Op die manier kan hij de looptijd van zijn activa snel opvoeren om tot een betere matching met zijn verplichtingen te komen. Vermoedelijk kampt deze verzekeraar met een duration gap, dat wil zeggen dat de gemiddelde looptijd van zijn activa een pak korter is dan de looptijd van zijn verplichtingen. Onder Solvency II moet een verzekeraar daarvoor extra kapitaal opzijzetten."

Is zo'n kunstgreep toegelaten?

NEYT: "De toezichthouders kunnen weinig doen. Door te beleggen in 100-jarig staatspapier rijdt de verzekeraar een groot stuk van zijn duration gap toe. Solvency II legt ook geen extra kapitaalvereisten voor overheidspapier uit de EU op. Men gaat ervan uit dat dit papier 'risicoloos' is - zelfs op honderd jaar. Dat is het perverse karakter van het eenzijdig becijferd keurslijf van Solvency II. Daarbinnen gebruikt iedereen de trucen van de foor om kunstmatige kapitaalbuffers te creëren. Vaak doen verzekeraars dit door terug te vallen op hun interne modellen, waar legers actuarissen en consultants op werken en waar niemand zijn jongen nog in terugvindt."

Lees meer over:

Onze partners