Loonsubsidies verlagen arbeidskosten amper

14/08/13 om 10:05 - Bijgewerkt om 10:05

Bron: Trends

Op basis van het rapport van de expertcommissie over de concurrentiekracht concluderen de vakbonden dat het loonkostenverschil met onze buurlanden amper 0,55 procent bedraagt. Economen van de werkgeversorganisaties betwisten dat.

Loonsubsidies verlagen arbeidskosten amper

© Hans Hansen

Op basis van het rapport van de expertcommissie over de concurrentiekracht concluderen de vakbonden dat het loonkostenverschil met onze buurlanden amper 0,55 procent bedraagt. Economen van de werkgeversorganisaties betwisten dat.

Een studie van experts van de Nationale Bank, het Planbureau en Eurostat moest de Belgische loondiscussie objectiveren, maar de interpretaties over de Belgische loonkostenhandicap en het gebrek aan concurrentiekracht blijven uiteenlopen. Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) ziet in het rapport het bewijs dat de Belgische bedrijven ten opzichte van de buurlanden een loonhandicap van minstens 16 procent torsen. De vakbonden wijzen erop dat miljarden aan werkgeversbijdrageverminderingen en loonsubsidies de arbeidskostenverschillen aanzienlijk verlagen. Tot amper 0,55 procent, zo leert het rapport.

6,2 miljard loonsubsidies

De vakbonden wijzen op de batterij aan loonsubsidies die de Belgische overheden de voorbije jaren in stelling hebben gebracht om de arbeidskosten te verlagen. In 2011 bedroegen die 6,2 miljard euro. Die subsidies werden volgens het rapport in het verleden niet meegerekend in de arbeidskostenberekeningen. Als alle loonsubsidies worden afgetrokken van het arbeidskostenverschil (per uur) tussen België en de buurlanden (4,6 procent volgens de CRB), dan daalt de Belgische loonkostenhandicap naar 0,55 procent.

Dat cijfer gebruikt het ABVV om aan te tonen dat het loonkostenprobleem fel wordt overdreven. Wat de socialistische vakbond er niet bij vertelt, is dat de auteurs van het rapport aanraden om niet alle subsidies zomaar af te trekken. Subsidies aan bedrijfstakken die uitsluitend produceren voor de binnenlandse markt en niet onderworpen zijn aan internationale concurrentie, worden het beste niet meegerekend. Het gaat dan om de zorgsector en de dienstenchequemarkt. "Die loonsubsidies hebben niet als doel de concurrentiekracht te herstellen, maar wel om laagbetaalde non-profitbanen te creëren", zegt Geert Vancronenburg, de hoofdeconoom van het VBO. "Wat niet belet dat het rapport grondig is en heel wat interessante cijfers bevat. Maar plaats ze in de juiste context. Is het de bedoeling om het loonkostenprobleem te minimaliseren, of om het te objectiveren?"

In een analyse van het rapport benadrukt Voka-econoom Stijn Decock dat bepaalde subsidies "de exporterende bedrijven maar beperkt ten goede komen". Door het niet verrekenen van die 3 miljard euro aan loonsubsidies, loopt de handicap opnieuw op naar ongeveer 3 procent.

Hetzelfde geldt voor sectorale en regionale subsidies, zoals de Vlaamse aanmoedigingspremie voor het aanwerven van een oudere werknemer. Die zijn te beperkt om ze zomaar macro-economisch te veralgemenen. Als die financiële steun wordt weggelaten, komt arbeidskostenverschil in de buurt van 4 procent, leert het rapport.

Verkeerd vertrekpunt?

En er is meer. Economen vinden het vertrekpunt van 4,6 procent uurloonkostenhandicap betwistbaar. Volgens Stijn Decock is het fout te spreken over de evolutie sinds 1996, omdat er al een grote handicap was voor 1996: meer dan 8 procent. In plaats van de handicap sinds 1996 af te bouwen, werd hij dus vergroot.

"Wat de bedrijven echt interesseert, zijn de loonkosten aan de pomp, degene die ze moeten betalen", vult Geert Janssens van het Ondernemersplatform VKW aan. "De verhaaltjes daarrond doen weinig ter zake. Dan krijg je een dik rapport als een muur van gewapend beton, maar vol gaten. De essentie zijn de cijfers van Eurostat en de OESO, en tot nader order heb ik geen redenen om daaraan te twijfelen. Een uur arbeid in de privésector kost bij ons 40,5 euro, tegenover 31,0 in Duitsland, 34,6 in Frankrijk en 31,3 in Nederland. Dat levert een gemiddelde handicap van 24,94 procent op. Dat is wat een bedrijf reëel ervaart, en die prijs is relevant voor onze concurrentiepositie en de werkgelegenheidscreatie."

Lees meer over:

Onze partners