Loon naar anciënniteit is voorbijgestreefd

05/09/12 om 09:22 - Bijgewerkt om 09:22

Bron: Trends

Werkgevers willen af van de koppeling anciënniteit-verloning. Werknemers worden best vergoed op basis van competenties en prestaties, blijkt uit een Voka-enquête.

Loon naar anciënniteit is voorbijgestreefd

© Thinkstock

De lonen van de Belgische werknemers worden op een veel te rigide manier bepaald. Naast een flexibilisering van de werking van de arbeidsmarkt is ook een flexibelere verloning dringend nodig. Dat is de kernboodschap van de enquête die Trends, Knack, Voka en Securex uitvoerden naar aanleiding van de politieke en sociaaleconomische Rentrée 2012.

Een eerste opvallende vaststelling is dat werkgevers én hun medewerkers voor een evolutie van collectieve naar meer individueel gedifferentieerde verloning zijn. Een verloning in functie van competenties en prestaties moet in de plaats komen van een collectieve loonstijging, vindt 92 procent van de respondenten.

Ook vindt zowat iedereen (97 procent) dat een fiscaal vriendelijker kader nodig is om prestatieverloning voor medewerkers interessant te maken. Slechts 29 procent stelt dat ondernemingen genoeg ruimte krijgen om medewerkers gedifferentieerd te belonen.

Lager loon, langere carrières

De nood aan meer flexibiliteit in de verloning staat niet los van de discussie over de aanwerving of het behoud van oudere werknemers. Belonen op basis van leeftijd mag dan al een aantal jaren niet meer toegelaten zijn, het loon van de Belgische werknemers wordt in belangrijke mate gedetermineerd door anciënniteit.

Daardoor zijn oudere werknemers een stuk beter betaald dan jongere. Een 55-jarige is in België bijna 50 procent duurder dan een 28-jarige werknemer. Nergens in Europa is de loonspanning tussen jong en oud zo sterk als in België. Arbeidsmarktspecialisten zien hierin de oorzaak van de lage tewerkstellingsgraad van oudere werknemers.

Ook de deelnemers aan de enquête zien hier een probleem. 64 procent vindt de koppeling van anciënniteit en verloning voorbijgestreefd. 73 procent van de CEO's, 59 procent van de kaderleden en 42 procent van de andere medewerkers gaan hiermee akkoord. Maar slechts 33 procent vindt dat jongeren sneller meer moeten verdienen dan nu.

Toch een meerderheid van 55 procent vindt dat een stapje terugzetten met een lager loon (demotie/remotie) een oplossing is om langer aan de slag te blijven. Bijna 82 procent is van oordeel dat prestatiebeloning vanaf een bepaalde leeftijd de plaats moet innemen van loongroei.

En het blijft tweerichtingsverkeer: driekwart van de ondervraagden benadrukt dat de werknemers langer aan de slag kunnen worden gehouden door hen inspraak te geven in hun jobinhoud. (AM)

Onze partners