Hoge productiviteit niet langer Belgische troef

29/07/10 om 10:43 - Bijgewerkt om 10:43

Bron: Trends

De trage productiviteitsgroei is een probleem voor de concurrentiekracht van de bedrijven in ons land, en doet de vergrijzingskosten toenemen.

Hoge productiviteit niet langer Belgische troef

© belga

Een van de sterkste - maar ook laatste - troeven van onze economie, de hoge productiviteit van bedrijven en werknemers, staat onder druk. De productiviteit neemt nog amper toe, terwijl onze buurlanden het almaar beter doen.

Dit jaar lag de factorproductiviteit in België (dat is een maatstaf voor technologische kunde van een land) slechts 2 procent hoger dan in 2000. In 2008 en 2009 daalde de arbeidsproductiviteit per uur (de output per gewerkt uur) zelfs met respectievelijk 0,4 en 1,5 procent. En voor de komende jaren ziet het er niet veel beter uit.

Het Planbureau is in zijn laatste verslag weinig optimistisch: "Tijdens de periode 2011-2015 zou de productiviteit per uur toenemen met gemiddeld 1,25 procent per jaar, wat historisch gezien een laag percentage is. De gemiddelde groei van de productiviteit per uur, die tijdens de jaren tachtig nog 2,5 procent bedroeg, was al teruggevallen tot 1,8 procent tijdens de jaren negentig en tot slechts 1,3 procent tijdens de periode 2000-2007."

De impact van deze evolutie is niet te onderschatten; de productiviteitstoename is naast de input van arbeid en kapitaal in de economie de belangrijkste determinant van economische groei. Een sterke productiviteitsgroei wijst erop dat het productieproces efficiënter wordt. Dat was jarenlang een Belgische troef. In de jaren zestig lag de Belgische productiviteitsgroei een stuk hoger dan in onze buurlanden en zelfs in de VS Maar zeker sinds de jaren negentig nam de productiviteitsgroei bij onze buurlanden sneller toe.

Deze lage productiviteitsgroei wordt een groot probleem voor het Belgische concurrentievermogen. De Belgische loonkostenhandicap is meer en meer te verklaren door een tragere productiviteitsgroei dan in onze buurlanden. De Belgische loonkostenhandicap per uur ten opzichte van onze buurlanden komt in de buurt van 4 procent, maar als we de loonkostenhandicap corrigeren voor productiviteit, bedraagt die 9 procent. Onze productiviteit is sinds 1996 cumulatief trager gegroeid dan in onze buurlanden. Het is dus niet zozeer de relatief snelle groei van het uurloon, maar veeleer de relatief zwakke groei van de arbeidsproductiviteit die aan de basis ligt van de relatieve achteruitgang van de Belgische arbeidskosten per eenheid product.

De slabakkende productiviteit ondermijnt ook de betaalbaarheid van de vergrijzingskosten. Uit het jaarrapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing blijkt dat een langere productiviteitsgroei de vergrijzingskosten hoger doet uitvallen dan aanvankelijk gedacht. Begin juli voorspelde de Commissie dat de meerkosten van de vergrijzing zullen stijgen tot 6,3 procent van het bbp tegen 2060. Daarbij gaat de Commissie uit van een productiviteitsgroei van 1,5 procent. Maar met een productiviteitsgroei van 1,25 procent (realistischer volgens de voorspellingen van het Planbureau) lopen de meerkosten op tot 7,5 procent van het bbp.

A.M.

Onze partners