De zeepbel van 9000 miljard dollar

13/08/15 om 10:01 - Bijgewerkt om 10:12

Terwijl België zich bezighoudt met de taxshift en Europa nog de handen vol heeft met Griekenland, heeft de rest van de wereld andere economische katten te geselen. Vooral de groeilanden, met China op kop, hebben het lastig en kampen met overmatige dollarschulden.

De zeepbel van 9000 miljard dollar

© istock

De ontluikende markten hebben het zo moeilijk dat de wereldeconomie dit jaar maar met 3,3 procent groeit, en minder dan 4 procent is eigenlijk een recessie. Beterschap is niet meteen te verwachten. De ontluikende markten zijn niet in één zak te stoppen, maar een samenzwering van gedaalde grondstoffenprijzen, opdrogende kapitaalstromen en een stagnerende wereldhandel neemt de meeste groeilanden de wind uit de zeilen. Voeg daar een niet altijd doordacht economisch beleid aan toe, en het beloven bijzonder lastige maanden te worden, van Brazilië tot China.

Officieel bedraagt de Chinese economische groei nog een kleine 7 procent, maar wellicht is het een stuk minder. De devaluatie van de Chinese munt (de yuan) de voorbije dagen, de grootste devaluatie in twee decennia, om de export te ondersteunen wijst op paniekvoetbal in Peking.

Enkele maanden geleden signaleerde de regering nog dat een devaluatie niet aan de orde was, maar na tegenvallende economische cijfers volgde een opmerkelijke koerswijziging. In juli bijvoorbeeld daalde de export met 8 procent, en de pittige daling van de producentenprijzen wijst op een diepe malaise en overcapaciteit in sectoren als de bouw en de zware industrie. De pogingen om de economie nieuw leven in te blazen via een soepeler monetair beleid, nieuwe investeringen in infrastructuur en het intussen mislukte omhoogjagen van de aandelenmarkten leverden niet veel op. Dus zag het regime zich toch genoodzaakt toch het devaluatiewapen boven te halen.

In perspectief

De devaluatie met 3,5 procent van de voorbije twee dagen moet wel in perspectief worden geplaatst. De yuan was de jongste jaren een baken van stabiliteit en won gestaag aan waarde tegenover de munten van de belangrijkste handelspartners. Alleen al de voorbije twaalf maanden steeg de reële en handelsgewogen wisselkoers van de yuan met 12 procent. In vergelijking met 2010 is er zelfs 30 procent bij. De dure yuan zette dus de Chinese concurrentiepositie onder druk, al is er nog geen man overboord. China boekt nog altijd een royaal overschot op de handelsbalans.

De beslissing om nu toch te devalueren moet ook gezien worden in het licht van de eerste renteverhoging door de Amerikaanse centrale bank (de Fed), die op til is. Een krapper monetair beleid in de Verenigde Staten zal de dollar wellicht nog hoger sturen, en vermits de yuan tot begin deze week eigenlijk gekoppeld was aan de dollar, dreigde ook de yuan nog duurder te worden.

Daarnaast bood ook het Internationaal Monetair Fonds (IMF) China een mooi excuus om nu te devalueren. Vorige week zei het IMF nog dat China moet overschakelen op een meer marktconforme bepaling van de wisselkoers als het wil dat de yuan de status van wereldreservemunt krijgt. Of hoe China de devaluatie probeerde te vermommen als een marktvriendelijke hervorming die het Westen steevast vraagt.

De wanhoop nabij

De hoop op een vlotte transitie van een Chinese economie die gedragen wordt door investeringen en export, naar een economie die meer drijft op interne consumptie, mag opgeborgen worden. Een devaluatie staat zelfs haaks op die strategie, want een goedkopere munt maakt consumptie duurder en export goedkoper.

Het toont nogmaals aan dat de Chinese overheid stilaan wanhopig wordt. De focus ligt in elk geval opnieuw volledig op economische groei, ook al houdt deze koerswijziging enkele grote risico's in. Vooral de vraag hoe China en andere groeilanden hun dollarschulden moeten afbetalen als hun lokale munten de dieperik ingaan, staat opnieuw op scherp.

De voorbije jaren konden de ontluikende markten genieten van een ongebreidelde toestroom van goedkoop krediet in dollar. Dankzij het expansieve gratisgeldbeleid van de Fed gingen banken en beleggers op zoek naar wat extra rendement bij bedrijven en overheden uit de groeilanden. Sinds 2009 is de uitstaande schuld in dollar van de ontluikende markten gestegen van 6000 naar 9000 miljard dollar. De Chinese private sector bijvoorbeeld grossiert in dollarleningen.

Het staatsgeleide Chinese model leek even de maat te nemen van het westerse kapitalisme, maar maakt precies dezelfde fouten door zich overmatig in de schulden te steken. Allemaal goed en wel, zolang de groei stevig, de rente laag en de dollar zwak blijft. Die voorwaarden zijn niet meer vervuld. Vooral een sterke dollar is de voorhamer die het groeimodel van de halve wereldeconomie stuk kan slaan. Bedrijven die massaal geleend hebben in dollar, maar hun centen verdienen in lokale munt, roepen het ongeluk over zich af als die dollar in waarde stijgt _ ze moeten veel meer in lokale munt verdienen om dezelfde hoeveelheid dollars af te lossen.

China heeft er dus alle belang bij dat een verdere devaluatie van de yuan beperkt en geleidelijk verloopt. Een forse devaluatie kan het land zich eenvoudigweg niet veroorloven, ook al beschikt de Chinese centrale bank nog over een heel comfortabele dollarreserve van 3600 miljard.

Zeepbel in het buitenland

Een indigestie aan dollarschulden lag ook mee aan de basis van de Aziatische crisis van eind de jaren negentig. Een crisis die, net als de schuldencrisis in Latijns-Amerika van begin de jaren tachtig, begon in het spoor van een krapper Amerikaans geldbeleid. Als Fed-voorzitter Janet Yellen in september begint met een langzame verhoging van de beleidsrente, zal de halve wereldeconomie zich schrap moeten zetten.

Nu al stroomt het kapitaal weg uit de groeilanden, en nu al remt die uitstroom de groei af. Wisselkoersen staan onder druk en de deviezenreserves kalven af, ook al beschikken heel wat groeilanden nog over vrij grote reserves. De landen die het meest afhankelijk zijn van buitenlands kapitaal, zoals Brazilië en Turkije, zijn het meest kwetsbaar. Andere landen, zoals India, doen hun huiswerk, en zijn beter bestand tegen de dollardreiging. Kortom, de Fed heeft deze keer vooral een zeepbel in het buitenland geblazen, maar de Fed zal ook deze zeepbel lek prikken. Tenzij er een mondiale crisis uitbreekt die Yellen verplicht op haar stappen terug te keren.

Een alarmerend amechtige wereldhandel

Mochten de ontluikende markten in echt zwaar weer belanden, dan is de klassieke ontsnappingsroute - devalueren en meer exporteren - een stuk minder breed geworden. Het is opvallend, om niet te zeggen onrustwekkend, hoe de groei van de wereldhandel bijna helemaal stilgevallen is. De voorbije twaalf maanden dikte de wereldhandel slechts met 1,5 procent aan, ver beneden de gemiddelde groei van 7 procent van de voorbije decennia.

Catastrofaal is dat niet, omdat structurele krachten de groei van de wereldeconomie minder handelsintensief maken. De lange en complexe globale productiekettingen worden langzaam ontmanteld dankzij nieuwe, computergestuurde productietechnieken, een grotere zelfredzaamheid van de ontluikende markten, en een terugkeer van productie naar het Westen. Maar alarmerend is de amechtige wereldhandel wel. Het is een symptoom van een nog altijd vrij slappe vraag in het Westen, het gesukkel in China en de aanzwellende malaise in de groeilanden.

Tegen deze achtergrond is het niet overdreven te stellen dat China een nieuw front opent in de globale wisselkoersoorlog. De voorbije jaren mengde China zich niet dit gevecht om van elkaar jobs en bestelling af te pakken via een lagere wisselkoers, wat zeker in Azië voor enige rust zorgde. Maar nu ook de economische grootmacht China niet langer vies is van competitieve muntontwaarding, dreigt een escalatie van devaluaties in Azië en de rest van de wereld.

Per saldo levert dit gevecht niets op, wel integendeel. De toenemende onzekerheid weegt nog op de wereldwijde vraag waar iedereen om strijdt. En wat zal de Fed doen in deze omstandigheden? Doorgaan met een eerste renteverhoging, en op die manier als enige grootmacht de eigen munt hoger sturen, met alle risico's van dien voor de Amerikaanse economie én de halve wereldeconomie? De kans stijgt met de dag dat Yellen via het uitstel van een eerste renteverhoging zichzelf en de rest van de wereld nog wat respijt geeft.

Lees meer over:

Onze partners