De winnaar die liever niet won

12/03/15 om 17:44 - Bijgewerkt om 18:01

De vermogensbeheerder Capfi Delen, een dochter van Bank Delen, loopt liever niet te veel in de kijker met zijn award in de categorie gemengde fondsen op vijf jaar.

De winnaar die liever niet won

© .

" Mensen kopen vaak blindelings beleggingsfondsen die in de prijzen vallen", zegt Paul De Meyer van Capfi Delen Asset Management. "Ons fonds C + F Optimum kun je bij om het even welke bank kopen, maar de mensen zijn zich niet altijd bewust van het risico dat ze lopen. Alleen een zeer beperkte groep beleggers heeft het juiste risicoprofiel voor dit fonds. We willen graag met de mensen praten voor ze deelbewijzen kopen, om na te gaan of het product wel bij hen past."

De vermogensbeheerder rekent 2 procent extra kosten aan voor C + F Optimum, boven op de normale 2 procent instapkosten. Wellicht kunnen cliënten over die kosten onderhandelen met de medewerkers van Bank Delen en dienen ze vooral om het gesprek over het fonds aan te moedigen.

De beheerders kunnen volgens het prospectus van 0 tot 100 procent beleggen in aandelen. Op dit ogenblik is 90 procent van het fonds geïnvesteerd in risicovolle activa, waarvan 55 procent in aandelen en 35 procent in hybride obligaties, waaronder eeuwigdurende, converteerbare en hoogrentende obligaties. De Meyer: "We kiezen vooral voor waarden met een groot stijgingspotentieel en met een risico. Er worden soms grote posities ingenomen, bijvoorbeeld bijna 6 procent in het aandeel van Canal+, of in smallcaps, zoals het biotechnologiebedrijf IBA (bijna 2 %). We schuwen in dit fonds ook aandelen die minder vlot verhandelen niet, zoals Aliaxis dat slechts één keer per week noteert op Expert Market (de vroegere Openbare Veiling)."

Defensief en flexibel

Capfi Delen zet liever zijn Universal Invest-fondsen in de kijker. De Meyer: "De beheerders van die patrimoniale fondsen gaan in de eerste plaats op zoek naar waarden met een beperkt risico. Die producten zijn meer gediversifieerd en minder volatiel. Ze beleggen ook minder in illiquide activa." Volgens De Meyer zijn Universal Invest Low, Medium en Global Flexible meer geschikt voor de klassieke klant voor vermogensbeheer.

De Universal Invest-fondsen haalden een gemiddelde jaarreturn van respectievelijk 4, 6 en 7 procent over de voorbije vijf jaar. Dat is minder dan C + F Optimum (9,5 %). "Maar daar staat tegenover dat de Universal Invest-fondsen slechts 1,5 tot 6 procent hebben verloren in 2011, terwijl C + F Optimum dat jaar meer dan 10 procent onderuitging. Dat geeft een idee van het extra risico dat beleggers lopen."

Die visie wordt ook weerspiegeld in de grootte van de fondsen. C + F Optimum beheert niet eens 72 miljoen euro, tegenover meer dan 4 miljard euro voor Universal Invest Low en Medium. In Universal Invest Global Flexible zit zelfs 6 miljard euro.

Short gaan

De komende maanden verwachten de beheerders van C + F Optimum dat risicodragende activa beter presteren dan zogenoemde risicovrije activa. Daarom gaan ze voor een beperkt bedrag short op overheidsobligaties. Ze spelen onder meer via een future in op een waardedaling van Duitse Bunds, of een stijging van de Duitse rente.

Het trackrecord van een beleggingsfonds is nooit een garantie voor toekomstige prestaties. De Meyer: "De voorbije vijf jaar heeft deze dynamische beleggingsstrategie mooie vruchten afgeworpen. Maar het is nooit zeker wat de toekomst brengt." Volgens De Meyer hebben beleggers vandaag de neiging meer risico te nemen, omdat veilige beleggingen amper nog iets opbrengen. Er is een verschuiving aan de gang van defensieve naar dynamische risicoprofielen.

Lees meer over:

Onze partners