Patrick Claerhout
Patrick Claerhout
Patrick Claerhout is redacteur bij Trends.
Opinie

14/03/13 om 09:29 - Bijgewerkt om 09:29

De regering heeft de bankenkoe nu wel genoeg gemolken

Het valt te vrezen dat de begrotingscontrole uitmondt in nieuwe eenmalige heffingen. En dan is de financiële sector doorgaans een gemakkelijk slachtoffer. De vraag is of er niet stilaan een limiet bereikt is aan het melken van dezelfde koe.

De federale regering moet 2 tot 3 miljard euro vinden om haar begroting 2013 bij te passen. Door de crisis vallen de inkomsten tegen, en van een aantal maatregelen die genomen werden bij het opstellen van de begroting blijken de opbrengsten overschat.

Dat krijg je met een regering die het vertikt structurele maatregelen te nemen om te snoeien in het overheidsapparaat of om de competitiviteit van de economie te herstellen. Dan blijft er niets anders over dan tot vijf uur 's nachts te vergaderen met een rekenmachientje bij de hand. Een belasting hier, een heffing daar, en een occasionele besparing om de oppositie niet al te veel munitie te geven. En zie, aan het einde van de rit klopt de rekening. Althans op papier.

Vooral de financiële sector vreest dat er om 5u 's nachts weer een of andere lastenverhogende maatregel uit de koker van de politici zal rollen. De banken zijn een gemakkelijk doelwit. Enkele Belgische grootbanken zijn de voorbije jaren door de overheid gered. Bij de publieke opinie klinkt het goed dat de banken de crisis veroorzaakt hebben en dat ze nu maar de rekening moeten betalen.

Dat doen die banken overigens al. In 2012 betaalden ze 1,35 miljard euro aan specifieke bankheffingen. Door een terugstorting van centen uit het vroegere depositogarantiefonds kwam hun nettobijdrage tot de staatsfinanciën vorig jaar op 765 miljoen euro. Zonder bijkomende heffingen loopt dat in 2013 op tot 800 miljoen euro.

Daar zijn twee bedenkingen bij. Aangezien de bankheffingen gelinkt zijn aan de spaardeposito's betalen de kleinere banken disproportioneel meer dan de grootbanken die met overheidssteun gered werden. De winst van veel kleinere financiële instellingen, die zich niet misdragen hebben door overdreven risicogedrag, wordt afgeroomd en dat brengt hun businessmodel en concurrentievermogen in gevaar. Minder winst betekent ook dat de banken, klein én groot, minder middelen kunnen reserveren om hun kapitaalbuffers aan te dikken en dat ze twee keer gaan nadenken voor ze hun kredietverstrekking opvoeren.

Maar hét grote pijnpunt is dat het geld van de bankheffingen rechtstreeks naar de begroting vloeit. Het dient om de huidige put te vullen en niet om reserves aan te leggen voor eventuele toekomstige bankcrisissen. De beslissing om de depositobescherming en een mogelijk bankfaillissement via de begroting te dekken, lijkt ingegeven door opportunisme. Telkens als een gat moet worden dichtgereden, kan er geld getrokken worden via de bankenheffing. Terwijl veel problemen niet aangepakt worden, kan nog altijd de melkkoe van stal gehaald worden.

Het moge duidelijk zijn: veel financiële instellingen hebben er genoeg van. En wie kan ze ongelijk geven? Is het van onze ministers zo veel gevraagd dat ze van de begrotingscontrole geen knip- en plakwerk maken, en zich niet laten verleiden tot gemakkelijke en gemakkelijk verkoopbare maatregelen? Er is nood aan een overheid die werk maakt van structurele besparingen en hervormingen. Dat vinden niet allen de belangrijkste bankeconomen van het land, maar ook een steeds groter deel van de bevolking.

Onze partners