De kansarmoede van de Griekse economie

16/07/15 om 10:46 - Bijgewerkt om 15:56

De Europese Unie en het Internationaal Monetair Fonds bekvechten over schuldverlichting voor Griekenland, maar het echte probleem is de Griekse economie. Met toerisme alleen redden de Grieken het niet. Het kleine land heeft vooral een krachtige exportindustrie nodig, maar die lijkt verder weg dan ooit.

De kansarmoede van de Griekse economie

© istock

Als je weinig verdient en toch je consumptie en je levensstandaard op peil wilt houden, dan moet je geld lenen, en stapelen de tekorten en de schulden zich op. Dat is het probleem van Griekenland. Het land moet van zijn schuldverslaving af, en dat kan alleen als de economie aan kracht wint.

Maar na vijf jaar crisis heeft de economie alleen maar aan kracht verloren. Volgens de Europese Commissie zal ze dit jaar alweer met 2 tot 4 procent krimpen. Dat maakt dat het land nog altijd aangewezen is op andermans geld om zijn huishouden overeind te houden. De schuldeisers schotelen Griekenland nu een nieuw pakket noodleningen voor, het derde al in vijf jaar tijd.

De Grieken kunnen de noodleningen alleen krijgen als ze voldoen aan een reeks voorwaarden. Pittig detail: de schuldeisers maken onderling ruzie. De eurolanden willen van geen schuldkwijtschelding weten. Het IMF daarentegen vindt de huidige Griekse schuld "uiterst ondraagbaar", en dat kan alleen veranderen "door maatregelen tot schuldverlichting die veel verder gaan dan wat Europa tot nog toe heeft willen bekijken".

Geraffineerde olie

De lijst met voorwaarden van de schuldeisers bevat best wel een zinnige punten, zoals een leefbaarder pensioensysteem, of een einde aan de politieke benoemingen aan de top van de banken. Maar dat zal op zich geen geld in het laatje brengen. Het Griekse probleem is een zwakke productiviteit, die achterloopt op de lonen, zodat de economie onvoldoende op eigen kracht kan exporteren en geld kan verdienen. In 2008, aan de vooravond van de uitbraak van de Griekse crisis, bedroeg het tekort op de handelsbalans maar liefst 13 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

Zowat alles wat het land nodig heeft, moet het invoeren. Het gaat niet alleen om machines, brandstoffen en geneesmiddelen, maar ook om huishoudapparaten en textielproducten. Zelfs voor landbouwproducten boekt het land een handelsdeficit, de lekkere feta en olijven ten spijt. Het belangrijkste exportproduct van Griekenland is geraffineerde olie. Daarvoor moeten de Griekse raffinaderijen eerst olie invoeren, waarop ze dan een raffinagemarge aanrekenen, maar heel veel toegevoegde waarde levert dat niet op voor de Griekse economie.

Hetzelfde geldt voor het maritieme transport, een sector waarvoor het land nochtans bekendstaat. De Griekse reders genieten belastingvoordelen en stellen weinig Grieken tewerk. De bemanning van hun schepen komt vaak uit lagelonenlanden. Aanverwante diensten, zoals transportverzekeringen, zijn vaak in het buitenland gevestigd, zoals in Londen.

Op pure industrie moeten de Grieken ook al niet rekenen. In 1980, een jaar voor de toetreding van Griekenland tot de Europese Unie, was het aandeel van de industriële productie nog goed voor 17 procent van het bbp. In 2009 was dat aandeel gezakt tot 10 procent, en sindsdien is het alleen maar verder afgekalfd.

Goedkopere euro

Er is een lichtpunt: het toerisme. Ondanks de crisis is de sector de voorbije jaren blijven groeien. Het aandeel van het toerisme in het bbp lag vorig jaar op 9,6 procent, volgens schattingen van de World Travel & Tourism Council (WTTC). Inclusief indirecte effecten op gelieerde activiteiten - de verhuur van auto's bijvoorbeeld - komt het aandeel op 19,3 procent.

Alleen al in 2014 stegen de ontvangsten uit toerisme met 10,2 procent tegenover een jaar eerder. In 2015 moet die positieve trend doorzetten. In het eerste kwartaal van 2015 gingen de ontvangsten van de toeristische sector alvast 12,7 procent hoger tegenover dezelfde periode vorig jaar. Dat komt vooral door de depreciatie van de euro. Toeristen uit de eurozone kiezen dan vaker een bestemming in hun eigen muntzone, zoals Griekenland. Ook voor toeristen uit andere muntzones wordt Griekenland aantrekkelijk door de goedkopere euro.

Die geografische diversifiëring van de toeristische toestroom is enkele jaren bezig. Dat is goed nieuws. Het betekent dat Griekenland ook zonder een goedkopere euro een internationaal publiek kan aanspreken. In 2009 kwam 27 procent van de toeristen uit landen buiten de EU28. In 2014 was dat aandeel gestegen tot 40 procent.

Maar het Centre for European Policy Studies (CEPS) relativeert die goede cijfers. De ontvangsten van de reissector zijn de voorbije jaren dan wel gestegen, maar de stijging op zich was niet zo indrukwekkend. Dat komt doordat de toeristen, hoewel ze almaar talrijker zijn, minder uitgeven in Griekenland. Tussen 2008 en 2012 is het aantal toeristische overnachtingen met de helft gestegen, veel meer dan bij concurrenten als Spanje, Italië en Portugal. Maar per overnachting spendeerde de toerist veel minder, terwijl hij bij de concurrenten evenveel of zelfs meer uitgaf. Het valt dus te bezien of het toerisme een economische motor wordt voor Griekenland.

Van krimp naar groei

Als de schuldeisers hun geld ooit willen terugzien, dan moet Griekenland weer groeien, en moet er een plan op tafel komen voor de industrialisering van het land, aldus enkele economen in Le Monde Diplomatique van deze maand. Ze willen een deel van de Griekse schuld onderbrengen in twee bilaterale staatsfondsen, een Frans-Grieks en een Duits-Grieks fonds. De Griekse overheid blijft de schuld aflossen, wat mogelijk is dankzij het primaire overschot op haar begroting. Maar het geld voor de aflossingen gaat naar productieve investeringen. De eigenlijke aflossing van de schuld gebeurt later, met de opbrengst van de verkoop van de investeringen.

De investeringen moeten bij voorkeur gaan naar activiteiten waarin de Grieken over enige knowhow beschikken, zoals agrovoeding, natuurlijke cosmetica en scheepsbouw. Volgens de economen kunnen de investeringen een positieve spiraal in gang zetten, met stijgende werkgelegenheid en groei, wat op zijn beurt de inkomsten uit belastingen zal verhogen en buitenlands kapitaal zal aantrekken.

Maar er is een grote voorwaarde: Griekenland moet schoon schip maken met het verziekende cliëntelisme. Zonder het met zoveel woorden te zeggen, verwijzen de economen naar de Griekse oligarchen, zakentycoons met corrupte banden met de politiek en het gerecht, die de economie in een verstarrende greep houden. De Griekse economie zal pas echt groeien als iedereen zijn kans mag grijpen.

Lees meer over:

Onze partners