De Griekse bankrun is verre van voorbij

21/07/15 om 08:07 - Bijgewerkt op 20/07/15 om 19:00

De Griekse banken heropenden maandag de deuren. Maar de lange wachtrijen voor de agentschappen bewijzen dat het vertrouwen niet terug is. Het blijft onduidelijk of grote depositohouders een deel van hun geld zullen verliezen.

De Griekse bankrun is verre van voorbij

© reuters

In een poging het moreel van de bevolking een boost te geven, heropenden de banken in Griekenland maandagmorgen hun deuren. De beslissing van de Europese Centrale Bank (ECB) eind vorige week om de noodlijnen op te trekken, had de onmiddellijke dreiging van een liquiditeitstekort weggenomen. Een cheque innen, papieren facturen betalen of de bankkluis openen, het was plots weer mogelijk.

Maar de kapitaalcontroles en de beperkingen op geldafhalingen blijven wel in voege. Dat betekent dat grensoverschrijdende geldtransfers onmogelijk blijven, wat zwaar weegt op de Griekse import en export. Voortaan kunnen Grieken ook meer dan 60 euro per dag afhalen, maar die beperking is vervangen door een wekelijkse limiet van 420 euro per week (het equivalent van 60 euro per dag).

De hele dag stonden lange rijen voor de bankagentschappen. Dat bewijst dat het vertrouwen van de Grieken in hun banken, na drie weken sluiting, niet terug is. De vier Griekse grootbanken - Alpha Bank, Eurobank, National Bank of Greece en Pireaus Bank, goed voor meer dan 90 procent van de markt - zijn grotendeels in handen van het Griekse overheidsfonds HFSF. Veel Grieken beseffen dat de problemen van het land en de banken hand in hand gaan. Ze vrezen nog altijd de mogelijkheid van een grexit. De herintroductie van een lokale munt kan de waarde van hun spaarcenten halveren.

Europese richtlijn

Bovendien moet Griekenland woensdag de Europese richtlijn op het herstel en de afwikkeling van noodlijdende banken goedkeuren. Dat is een van de voorwaarden die Europa het land oplegt voor onderhandelingen over het nieuwe reddingsplan. Die richtlijn is bedoeld om ervoor te zorgen dat belastingbetalers niet volledig moeten opdraaien voor de redding van een bank. Ze voorziet in een voorafgaandelijke bail-in, waarbij aandeelhouders, obligatiehouders en grote depositohouders eerst hun duit in het zakje doen.

In Griekenland veroorzaakt die richtlijn extra onrust. De Griekse banken lijden sinds begin dit jaar onder de depositovlucht en de spectaculaire toename van het aantal slechte kredieten. Afschrijvingen op die kredieten zouden hun kapitaalbuffers wegvegen. Europa becijferde al dat er 25 miljard euro nodig is om de Griekse banken te herkapitaliseren. Het staat buiten kijf dat aandeel- en obligatiehouders bij zo'n reddingsoperatie mee in het bad worden getrokken. Maar wat met de depositohouders die meer dan 100.000 euro op hun rekening hebben? Dreigen zij een deel van hun centen te verliezen, zoals in Cyprus gebeurde?

Slechte leningen afschrijven

De discussie daarover is volop bezig. In Europa gaan stemmen op om de Griekse depositohouders ongemoeid te laten. De meeste rijke Grieken hebben hun kapitaal eerder al naar andere oorden verhuisd. De gewone Grieken bezitten doorgaans niet meer dan 100.000 euro roerend vermogen. Dat betekent dat het gros van de deposito's van meer dan 100.000 euro toebehoort aan Griekse kmo's en bedrijven. Als die hun werkkapitaal afgeroomd zien, zou de noodlijdende Griekse economie nog zwaarder worden getroffen. En dat terwijl het derde hulpprogramma juist is opgezet om de economie te revitaliseren.

Maar niet iedereen is het daarmee eens. De Europese richtlijn schrijft voor dat eerst 8 procent van het kapitaal van banken die gered moeten worden, dient te worden aangezuiverd door aandeel-, obligatie- en depositohouders (in die volgorde). De hardliners, waaronder Duitsland, willen dat ook deposito's boven 100.000 euro worden gebruikt om de rekening voor de belastingbetalers te drukken.

Sinds eind vorig jaar hebben de Grieken al 40 miljard euro aan deposito's weggehaald bij de banken. Zolang er onzekerheid bestaat over de toepassing van de Europese bankenrichtlijn, zal die sluipende bankrun niet stoppen. Ook de twijfel over de reële gezondheid en solvabiliteit van de Griekse banken blijft bestaan. Als ze hun slechte leningen moeten afschrijven, zijn ze virtueel failliet. Europa wil wel 25 miljard euro uit het hulpprogramma van 86 miljard gebruiken om de banken te herkapitaliseren.

Cyprus en Argentinië

Hoe dan ook zullen de kapitaalcontroles noodgedwongen nog een hele tijd in voege blijven. Volgens sommige bronnen zal Griekenland de beperkingen maar kunnen schrappen als er weer meer geld naar de banken vloeit dan er wordt afgehaald. Dat impliceert evenwel een terugkeer naar een toestand van politieke stabiliteit, een groeiende economie en voldoende sterke banken.

In andere landen waar kapitaalcontroles werden ingevoerd, duurde het eveneens jaren voor ze terug konden worden afgeschaft. In Cyprus waren de beperkingen meer dan twee jaar van kracht. In IJsland werd het systeem geïnstalleerd in 2008, toen de drie banken van het land kopje-onder ging. Pas in juni dit jaar werden de kapitaalcontroles weer ingetrokken. In Argentinië zijn kapitaalcontroles sinds 2011 in voege, voorlopig zonder uitzicht op afschaffing.

Griekenland begon maandag ook zijn achterstallen bij het Internationaal Monetair Fonds te vereffenen, en betaalde leningen terug aan de Griekse centrale bank en de ECB. Volgens officiële bronnen werd de opdracht gegeven om voor 6,8 miljard euro aan kapitaal en intresten uit te betalen. Daarvoor had Griekenland van Europa een overbruggingskrediet van 7 miljard euro gekregen.

Lees meer over:

Onze partners