De dictatuur van het kortetermijndenken

16/07/14 om 11:01 - Bijgewerkt om 11:09

Op de lange termijn zijn we allemaal... met pensioen. Jonge mensen zijn er zich steeds meer van bewust dat ze langer zullen moeten werken dan hun ouders en dat ze wellicht ook minder pensioen zullen krijgen. Ze geraken stilaan doordrongen van het idee dat ze een aanvullend pensioen moeten opbouwen. Als zelfs twintigers en dertigers bereid zijn dertig tot veertig jaar vooruit te denken, waarom slagen regelgevers, politici en financiële instellingen er dan niet in om op lange termijn te denken?

De dictatuur van het kortetermijndenken

© Thinkstock

Vorig jaar zetten de Belgen 2,2 miljard euro opzij voor pensioensparen. De Belgische werkgevers stortten in 2013 voor hun werknemers ruim 3,5 miljard euro in groepsverzekeringen of pensioenfondsen. Het is geld dat per definitie voor een lange periode - een jaar of twintig - opzij staat. Geen levende ziel haalt het in zijn hoofd dat potje voor zijn 65ste aan te spreken, omdat er zware fiscale straffen op staan. Wat gebeurt er met al dat geld? Wel, dat vloeit voornamelijk richting obligaties die amper nog geld opbrengen en geen enkele bescherming bieden tegen inflatie.

Nochtans leert het verleden dat aandelen op lange termijn bijna dubbel zo veel opbrengen als obligaties. Volgens berekeningen van de Stern Business School van de universiteit van New York leverden Amerikaanse aandelen de voorbije twintig jaar 11 procent op en tienjarig Amerikaans staatspapier 5,9 procent (inclusief dividenden en coupons). Dezelfde verhoudingen vinden we terug voor de voorbije vijftig jaar en sinds de start van de statistieken in 1928.

Delen

Er is niets mis met het nemen van risico's zolang die risico's maar voldoende gespreid zijn

Het leeuwendeel van het geld voor onze oude dag staat vast bij verzekeraars. Die stopten 51 procent van onze pensioenspaarpot in staatspapier (waarvan 57 procent Belgisch) en 27 procent in bedrijfspapier. Het percentage aandelen in hun beleggingsportefeuilles daalde van 8 procent eind 2008 tot 5 procent eind 2013. De overige 17 procent van hun geld zit in vastgoed, hypotheekleningen, beleggingsfondsen en alternatieve beleggingen. Die concentratie van geld in schuldpapier is grotendeels het gevolg van het demoniseren van risicokapitaal door regelgevers en beleidsmakers, maar even goed van de voorzichtige aard van verzekeraars.

Het regelgevende kader heeft verzekeraars grotendeels uit aandelen gejaagd, maar het creëert vandaag ook een vals gevoel van veiligheid. Ten eerste omdat we ook 'verliezen' als ons geld niets opbrengt. Binnen twintig jaar kunnen we met 10.000 euro veel minder kopen dan vandaag. Ten tweede omdat obligaties leningen zijn. Ons land kan vandaag geld lenen op zes maanden tegen een negatieve rente. Als landen en bedrijven geld krijgen om schulden aan te gaan, dan komen ze ook gemakkelijk in de verleiding om meer te lenen dan ze ooit kunnen aflossen. En de wanhopige zoektocht naar rendement drijft voorzichtige beleggers op termijn richting obligaties uitgegeven door Absurdistan met een nulcoupon, waarvan de terugbetaling op zijn minst twijfelachtig is. Het is dan ook hoog tijd dat langetermijnbeleggers weer op de lange termijn durven te denken. Er is niets mis met het nemen van risico's zolang die risico's maar voldoende gespreid zijn.

Ilse De Witte

Lees meer over:

Onze partners