België heeft een inflatieprobleem

15/12/10 om 12:22 - Bijgewerkt om 12:22

Bron: Trends

De Belgische inflatie is structureel hoger dan in de buurlanden. Dat is slecht voor onze concurrentiekracht en is munitie in handen van de werkgevers om de automatische indexering in vraag te stellen.

De Belgische inflatie is tijdens de eerste 10 maanden van 2010 tot 3,1% is opgelopen, terwijl in dezelfde periode de 3 buurlanden en belangrijkste handelspartners Duitsland, Frankrijk en Nederland, gemiddeld stranden op een inflatie van 1,5%. Sinds 1996 is de Belgische inflatie gecumuleerd 5% sneller gestegen dan in de buurlanden.

Volgens de Nationale Bank zijn er verschillende verklaringen voor die inflatie-opstootjes. De stijgende energieprijzen vormen een hoofdverdachte voor dat opgestapelde inflatieverschil met de buurlanden, maar zijn onschuldig.

De Belgische inflatie veert vooral op als de olieprijzen stijgen, zoals in de loop van dit jaar, maar ze daalt ook relatief snel als deze energieprijzen weer afkoelen.

Die mechaniek zorgt ervoor dat de Belgische inflatie zich wispelturiger gedraagt dan in de buurlanden, maar ligt over een langere termijn niet aan de basis van de vastgestelde inflatiehandicap.

De stuwende kracht achter het inflatieverschil met de buurlanden is het loonkostenverloop, zoals dat ook door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) is vastgesteld. Dat mag niet verwonderen, want lonen zijn nu eenmaal een belangrijke kostenfactor.

De inflatie en de loonkosten per eenheid product hebben sinds 1996 een vergelijkbaar parcours afgelegd: hand in hand, en sneller stijgend dan in de buurlanden.

De brandstof voor deze Belgische loonklim wordt onder meer geleverd door de automatische indexering van de lonen.

Dat gebeurt wel via de gezondheidsindex, waarin de prijzen van benzine en diesel niet meegeteld worden, maar ook deze index koerst dit jaar al 2,6% hoger. De analyses van de Nationale Bank zijn alvast bij de werkgevers niet in dovemansoren gevallen. Ze putten er munitie uit om hun onderhandelingspositie op het lopende interprofessionele overleg te verstevigen.

De loonkosten en de index komen normaal gezien deze week eindelijk op de tafel, na een maand onderhandelingen.

Op papier is er een kleine marge. Voor de komende twee jaar verwacht de CRB dat de automatische indexering de Belgische lonen met 3,9 procent vooruit zal branden. In onze buurlanden zouden de lonen in die periode met 5 procent stijgen, zodat een deel van de loonhandicap kan weggewerkt worden als onze lonen enkel de index volgen.

Maar de CRB geeft zelf toe dat het de loonstijgingen in de buurlanden steevast heeft overschat. De instelling hanteert een foutenmarge van 1,1 procent. Dus enkel de automatische indexering toekennen, betekent nog niet dat daarmee de loonontsporing binnen de perken blijft.

Om de loonkosten niet verder te laten oplopen wil de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka daarom een loonstop invoeren. Maar Voka zit niet mee aan tafel. Unizo (wel lid van de Groep van Tien) is dan weer voorstander van een netto-index: het nettoloon wordt aangepast aan de levensduurte, niet het brutoloon. Maar voor de vakbonden is raken aan de index sowieso onbespreekbaar.

A.M.

Onze partners