Beleggen zonder fiscale zorgen

10/10/12 om 18:20 - Bijgewerkt om 18:20

Bron: Trends

De regering-Di Rupo heeft de belasting op roerende inkomsten opgetrokken. De fiscaliteit van dividenden en intresten is daardoor een ingewikkeld kluwen geworden. Maar er zijn beleggingen die buiten schot zijn gebleven.

Beleggen zonder fiscale zorgen

© reuters

De regering-Di Rupo heeft de belasting op roerende inkomsten opgetrokken. De fiscaliteit van dividenden en intresten is daardoor een ingewikkeld kluwen geworden. Maar er zijn beleggingen die buiten schot zijn gebleven.

De fiscaliteit van de roerende inkomsten is een ingewikkeld kluwen geworden. Naast de verhoging van de roerende voorheffing van 15 naar 21 procent, werd een bijkomende belasting van 4 procent ingevoerd voor wie per jaar meer dan 20.020 euro aan roerende inkomsten ontvangt - de zogenoemde rijkentaks. Om die taks te kunnen invorderen, zijn de banken verplicht aan de fiscus te melden hoeveel dividenden en intresten ze uitkeren. Een belastingplichtige kan dat vermijden door aan zijn bank de opdracht te geven om meteen, vanaf de eerste euro, 4 procent extra belasting in te houden. Maar paradoxaal genoeg moeten banken bepaalde roerende inkomsten altijd opgeven aan de fiscus. Dat geldt onder meer voor dividenden die onderworpen zijn aan 25 procent roerende voorheffing en voor de belastbare rente op spaarboekjes boven de vrijgestelde schijf van 1830 euro. Veel beleggers worden afgeschrikt door die nieuwe regels. Toch zijn er beleggingen die nog altijd een fiscaal streepje voor hebben.

Tak21-beleggingen

Via een tak21 belegt u kapitaal in een verzekeringscontract. De premies leveren geen fiscaal voordeel op, maar u hebt wel een vast rendement, plus een eventuele bonus in de vorm van een winstdeelneming. Er zijn ook tak21-contracten zonder gewaarborgd rendement, met enkel een winstdeelneming - de zogenoemde 0 procent-contracten. In beide gevallen hebt u hoe dan ook een kapitaalgarantie.

De kapitalen en de afkoopwaarden van tak21-verzekeringen blijven belastingvrij, op voorwaarde dat de looptijd langer is dan acht jaar en de uitkering gebeurt na acht jaar en een dag. Ook als de polis voorziet in een overlijdensdekking van 130 procent van de gestorte premies en de verzekerde tegelijk de begunstigde bij leven is, zijn de kapitalen en de afkoopwaarden belastingvrij.

Op de gestorte premies moet een verzekeringsbelasting van 1,1 procent worden betaald en de premies worden vaak ook afgeroomd door instapkosten. Bij een uitkering binnen de acht jaar, bent u op de intresten een roerende voorheffing van 21 procent verschuldigd.

Tak23-beleggingen

Via een tak23 belegt u in een fonds in de vorm van een levensverzekeringscontract. Meestal zijn het klassieke, open fondsen zonder vervaldag - bijvoorbeeld aandelen- en obligatiefondsen - waarvan het rendement niet op voorhand bekend is. Maar u kunt via een tak23 ook investeren in een gesloten fonds dat belegt in obligaties en een vaste einddatum heeft. De jaarlijkse opbrengsten worden gekapitaliseerd en via een eenmalige coupon uitgekeerd op de eindvervaldag. U hebt dus een morele garantie op een minimumrendement dat u ontvangt boven op uw netto belegd kapitaal, na aftrek van de kosten. Als op de einddatum bepaalde voorwaarden zijn vervuld - de langetermijnrente moet bijvoorbeeld een bepaald niveau bereiken - kan het rendement hoger uitvallen.

Op de gestorte premies worden een verzekeringsbelasting van 1,1 procent en eventuele instapkosten ingehouden. Het rendement is niet onderworpen aan roerende voorheffing. Bij een tak23 gekoppeld aan een gesloten fonds geldt wel een voorwaarde voor die belastingvrijstelling. Op de uitgekeerde meerwaarde is geen roerende voorheffing verschuldigd als de reserve van de tak23 minstens acht jaar en een dag na de storting van de premie wordt uitgekeerd. Gebeurt dat vroeger, dan is de meerwaarde onderworpen aan 21 procent belasting.

Obligaties

Op de coupon van een obligatie betaalt u voortaan 21 procent roerende voorheffing. Maar u kunt die belastbare coupons omzetten in een onbelaste meerwaarde door een vervroegde arbitrage van uw obligatie. Dat betekent dat u een lopende obligatie verkoopt voor de eindvervaldag en het vrijgekomen kapitaal plus de intresten herinvesteert in een andere obligatie uitgegeven à pari (tegen 100%), of het op een effectenrekening zet tot de vervaldag van de oorspronkelijke obligatie. De lage rente heeft de prijs van oude obligaties flink doen stijgen. U mist wel de jaarlijkse coupons - waarop 21 procent roerende voorheffing wordt ingehouden - van de gearbitreerde obligatie, maar dat weegt niet op tegen de belastingvrije meerwaarde bij een vroegtijdige verkoop. Een arbitrage levert fiscale winst op, zodra een lopende obligatie boven de 110 procent noteert.

Johan Steenackers

Meer details kunt u lezen in Trends van donderdag 11 oktober.

Onze partners