Anciënniteit legt te veel gewicht in de loonschaal

16/05/13 om 08:54 - Bijgewerkt om 08:54

Bron: Trends

Oudere werknemers verdienen in dezelfde functie tot 50 procent meer dan hun jongere collega's. Die sterke loonspanning is een van de vaak vergeten verstorende elementen op de Belgische arbeidsmarkt.

Anciënniteit legt te veel gewicht in de loonschaal

© ThinkStock

Oudere werknemers verdienen in dezelfde functie tot 50 procent meer dan hun jongere collega's. Die sterke loonspanning is een van de vaak vergeten verstorende elementen op de Belgische arbeidsmarkt. In België zien de meeste werknemers hun loon stijgen naarmate ze meer jaren ervaring of anciënniteit hebben. Met als gevolg dat er een grote loonspanning ontstaat tussen werknemers in dezelfde functie die veel of weinig jaren ervaring hebben.

Het humanresourcesbedrijf Hay Group vergeleek de lonen van jongeren tussen 25 en 30 jaar met die van 55-plussers. Daaruit blijkt dat een uitvoerend bediende van meer dan 55 jaar 35 procent duurder is dan zijn jonge collega. Opvallend is dat de loonspanning een stuk lager is in andere landen: 20 procent in Frankrijk, 18 in Duitsland, 17 in Nederland en amper 10 in Zweden. Bij kaderleden loopt het verschil nog op: een oudere werknemer verdient in België 50 procent meer dan een jongere. In Duitsland bijvoorbeeld is dat 35 tot 40 procent.

Negatief effect op arbeidsmarkt

Op het eerste gezicht is er niets verkeerd aan de Belgische loonschalen en de sterke loonspanning. Ze belonen ervaring. Het uitgangspunt is dan wel dat de productiviteit van de werknemer gedurende zijn hele loopbaan verbetert en dat hij dus in de loop van de jaren beter betaald mag worden. Maar verschillende onderzoeken tonen aan dat die productiviteit na verloop van tijd plafonneert. Dat betekent dus dat de loonprogressie op een bepaald moment volledig losstaat van resultaatsverbeteringen.

Gevolg van die grote loonspanning tussen jonge en oude werknemers in dezelfde functie is een verstoring van de arbeidsmarkt. Ze is een van de oorzaken van de lage werkgelegenheidsgraad van 55-plussers. Er is een duidelijk verband tussen de werkgelegenheidsgraad van ouderen en de loonspanning. Een relatief vlakke loonstructuur voor dezelfde functies gaat gepaard met een betere werkgelegenheidsgraad van ouderen.

Die grote loonspanning en het baremieke salarisstelsel bemoeilijken aanzienlijk de hertewerkstelling van werkloze ouderen. Het is niet zo dat iemand die van job verandert en of uit de werkloosheid komt, sowieso zijn anciënniteit verliest en bij wijze van spreken opnieuw onder aan de ladder moet beginnen. Veel sectoren hanteren zogenaamde beroepservaringsbarema's. De anciënniteit in een vorige job is daarbij (deels) overdraagbaar wat de loonkost voor ouderen doet oplopen.

Amper verschil met leeftijd

Moet het huidige op anciënniteit gebaseerd baremieke loonstelsel dan op de schop? Het antwoord is niet zo eenvoudig te geven. Loonbarema's op basis van anciënniteit zijn al een bijsturing van een vroeger stelsel. In België werden werknemers lange tijd verloond op basis van leeftijd. Maar dat systeem werd een vijftal jaar geleden afgevoerd onder druk van de Europese Commissie, die het stelsel discriminerend vond. Sectoren schakelden massaal over op anciënniteitsbarema's.

"Maar anciënniteit werd dan wel zodanig breed gedefinieerd _ ook prestaties bij vroegere werkgevers en gelijkstellingen voor periodes van ziekte en werkloosheid tellen bijvoorbeeld mee _ dat het een synoniem is van leeftijd. Er werd dus geen echte vooruitgang geboekt", stelt de Hoge Raad voor Werkgelegenheid vast in haar laatste jaarrapport. De loonspanning is inderdaad slechts in zeer beperkte mate gedaald. Volgens werkgevers zijn peak wages een mogelijke piste: dat betekent dat lonen gedurende een bepaalde periode kunnen stijgen en dan stabiel blijven. Of zelfs dalen wanneer ze een piek hebben bereikt. Landen die voor die aanpak kiezen hebben een hogere werkgelegenheidsgraad.

Onze partners