07/12/11 om 18:26 - Bijgewerkt om 18:26

Eurotop: het Merkozy-plan is een schuchter begin

Gaat de Europese top meer worden dan een goed uitgekiende verleidingschoreografie naar de Europese Centrale Bank (ECB) toe?

Eurotop: het Merkozy-plan is een schuchter begin

© belga

Het eurogebouw, zo onderschrijft onderhand wel haast iedereen, lijdt aan een aantal elementaire constructiefouten waar nu dringend moet aan verholpen worden om een ineenstorting te voorkomen. Het belangrijkste euvel van de huidige euroconstructie is het ontbreken van een heuse politieke unie. Vermits het ideaal van een krachtige, over reële volmachten beschikkende Europese politieke unie op dit ogenblik geen haalbare kaart vormt, moet er vrede genomen worden met zogenaamde second-best oplossingen zoals het afsluiten van bindende, afdwingbare akkoorden tussen de lidstaten met duidelijke delegatie van bevoegdheid naar het Europese niveau.

Alleen met dit soort van akkoorden kunnen de structurele onevenwichten die aan de basis van de huidige crisis liggen voortaan onmogelijk te maken. Naar aanleiding van haar ontmoeting in Parijs afgelopen maandag met de Franse president Nicolas Sarkozy stelde de Duitse bondskanselier Angela Merkel trouwens zeer expliciet dat er alles moet aan gedaan worden om die "structurele onevenwichten" naar de toekomst toe te vermijden. Sarkozy en Merkel kwamen maandag op de proppen met een voorstel rond een belangrijk structureel onevenwicht binnen de eurozone, nl. de evolutie van de publieke financiën in de lidstaten.

Merkel en Sarkozy willen in de toekomst budgettaire ontsporingen bij de euro-lidstaten onmogelijk maken. Er zou in elk van de lidstaten een grondwettelijke verplichting tot budgettair evenwicht moeten ingeschreven worden (in de Duitse grondwet staat nu ingeschreven dat de begroting van de federale overheid tegen 2016 nog maximaal een deficit gelijk aan 0,35% van het BBP mag vertonen en dat de deelstaten tegen 2020 enkel nog begrotingen in evenwicht mogen hebben). Lopen budgettaire tekorten toch op tot 3% van het BBP dan zouden er automatische sancties komen met dien verstande dat een gekwalificeerde meerderheid van de regeringsleiders kan beslissen de sancties niet toe te passen.

Alhoewel nog een aantal details verder moeten uitgeklaard worden, is het duidelijk dat dit Merkozy-plan kan omschreven worden als een potentieel strengere versie van het Stabiliteits- en Groeipact dat het voorbije decennium geen deugdelijke optie bleek te zijn. Er is in het Merkozy-plan een bijna-overdacht van bevoegdheid inzake de controle op het budgettaire gebeuren. Bijna-overdracht, omdat finaal een meerderheid van regeringsleiders toch nog naar eigen goeddunken de budgettaire beoordeling kan sturen. Voor Frankrijk, net zoals voor nog wel een aantal andere euro-lidstaten, blijft onvoorwaardelijke afgifte van een stuk nationale soevereiniteit een niet te nemen hindernis. De ervaring leert dat het echt afdwingen van budgettaire discipline in zulke omstandigheden vroeg eerder dan laat erg problematisch wordt.

Het budgettaire vormt echter niet het enige van de "structurele onevenwichten" welke de eurozone bedreigen. Minstens twee andere onevenwichten zouden ook via bindende akkoorden moeten aangepakt worden om een minimaal aanvaardbaar en werkbaar alternatief te hebben voor een echte politieke unie. Het eerste betreft de regulering van en het toezicht op de banken. Landen als Spanje en Ierland behoorden tot in 2007 tot de allerbeste leerlingen van de klas inzake publieke financiën. Toch ging het die landen grondig fout, met ook grote gevolgen voor de publieke financiën. Zowel in Spanje als in Ierland blies waanzinnige kredietverlening historische zeepbellen aan in het vastgoed.

Het tweede grote onevenwicht dat blijkbaar niet aan bod komt in de pre-top discussies, betreft de evolutie van de lopende rekening van de betalingsbalans van de individuele lidstaten (zeg maar de handelsbalans). Hier ontstonden grote surplussen (o.m. Duitsland en Nederland) naast gigantische deficits (o.m. Spanje, Ierland Portugal en Griekenland). Deze onevenwichten vloeiden voort uit te forse expansie van de overheid en van interne sectoren als de bouw als gevolg van het ééngemaakte monetaire beleid (te lage rentevoeten voor de deficitlanden). De stijging van de loonkosten bij de overheid en in de gesloten sectoren sijpelde door naar ondernemingen onderworpen aan de internationale concurrentie. Alle probleemlanden binnen de eurozone (incl. Italië) zitten vandaag opgescheept met relatieve loonkosten die 25% tot 35% hoger liggen dan de Duitse. Het totaal verlies aan internationaal concurrentievermogen, binnen de eurozone niet te genezen via een devaluatie, ondermijnt structureel de capaciteit van deze economieën om te groeien.

Willen de euroleiders met een geloofwaardig alternatief komen voor een hechte politieke unie dan moeten ze dus niet enkel met voorstellen komen die bindende afspraken en afstand van nationale soevereiniteit op het vlak van begrotingstekorten en overheidsschuld bevatten. Gelijkaardige akkoorden moeten er komen rond bankenregulering en -toezicht en het toezicht op de concurrentiepositie van de individuele lidstaten. Het is erg onwaarschijnlijk, zeg maar uitgesloten, dat we zaterdagochtend wakker worden in een nieuw eurohuis met dergelijke kenmerken.

De bedoeling van deze eurotop lijkt dan ook meer en meer te zijn een akkoord te maken dat moet toelaten aan de ECB om vanaf volgende week alle registers open te trekken als er op de obligatiemarkten opnieuw grote druk op de probleemlanden ontstaat. Maar ook al haalt de ECB dan haar grote bazooka boven, ten gronde verandert dit nauwelijks iets aan de basisproblematiek van de eurozone. Grote institutionele, economische en financiële problemen kleven bovendien potentieel aan massale ECB-interventies. De ECB kan er enkel voor zorgen dat de politici wat extra tijd krijgen om hun (aartsmoeilijk) gedeelte van de deal rond te maken. Omtrent dit laatste blijft er natuurlijk ook het heikele punt van een deal met 17 dan wel met 27. Merkel wil eerder het laatste, Sarkozy aarzelt niet voor het eerste. Het is hoe dan ook naar de cohesie van de Europese Unie als geheel, lopen op een heel dunne lijn.

Onze partners