28/09/11 om 09:32 - Bijgewerkt om 09:32

Europroblemen stapelen zich verder op

Nieuwe problemen rond Griekenland en rond het stabiliteitsfonds jagen de kakofonie verder op. Blijft nog enkel de geldkraan van de ECB.

Europroblemen stapelen zich verder op

© Reuters

Griekenland voert een taks op eigendom in en gaat die innen via de electricteitsfactuur. Hiermede is allicht de daad gesteld die nodig was om de uitkering van de volgende schijf van 8 miljard euro steun voor Griekenland vrij te maken. Die 8 miljard komt sowieso op tafel want anders stevent Griekenland in de komende weken af op een ongecontroleerd faillissement, het meest lugubere van alle denkbare scenario's.

De hopelijk gecontroleerde faling (default) van Griekenland is een onvermijdelijkheid geworden. Het land zit economisch in een zo diepe recessie dat de begrotingstoestand niet meer onder controle te krijgen is op een orthodoxe manier. Opdat de schuldkwijtschelding die met die default gepaard zal gaan enig tastbaar effect op het begrotingsaldo van Griekenland zou hebben, moet het al over een schuldkwijtschelding met minstens 50% gaan.

Een Griekse default nu zou heel problematisch zijn omdat die onmiddellijk leidt tot het bankroet van de Griekse banksector die tjokvol zit met Grieks staatspapier. Opdat de vereiste snelle herkapitalisering van de Griekse banken zou kunnen doorgevoerd worden moet het Europese stabiliteits- of noodfonds (EFSF, later ESM) up and running zijn. Daarvoor moeten de parlementen van alle eurolidstaten de besluiten van de top van 21 juli goedkeuren, een proces dat als alles volgens plan loopt in de komende weken zijn beslag moet krijgen. Maar wat loopt in de eurozone volgens plan? ...

Wat in ieder geval nu al vast staat, is dat het andere grote luik van het euroconclaaf van 21 juli, nl. het tweede reddingsplan voor Griekenland, nu al aan herziening toe is. Door de scherpte van de Griekse recessie vallen de financiële noden van de Griekse staat groter uit dan begroot bij het begin van de zomer. Hierdoor zwengelt de discussie omtrent hoeveel verlies de private houders van Grieks papier (zeg dus maar de banken) zullen moeten gaan afslikken opnieuw aan. De top van 21 juli voorzag een haircut van 21%. De Duitse regering wil nu dat dit percentage gevoelig omhoog gaat. In een zeer voorspelbare herhaling van de eurogeschiedenis verzetten de Fransen en de Europese Centrale Bank (ECB) zich daartegen.

Parallel met de discussie over Griekenland ontspint zich nu ook al wekenlang een felle discussie over het stabiliteitsfonds. Stilaan groeit de overtuiging dat het fonds over veel meer dan de nu voorziene 440 miljard euro moet beschikken om de situatie onder controle te houden, zeker gezien de aanhoudende moeilijke financiële situatie van grote landen als Italië en Spanje. Meerdere analysten en economen waarschuwden reeds lang voor de noodzaak aan een veel groter fonds. Het Europese stabiliteitsfonds kan de haar beschikbare middelen op drie manieren verder opdrijven: door kapitaalverhoging, door verhoging van de garanties van de lidstaten (vooral de AAA-landen) en door massaal gebruik van ECB-krediet.

De eerste twee opties liggen erg moeilijk, zoniet onmogelijk in landen als Duitsland, Nederland, Finland en Slowakije. Bovendien riskeren deze opties een desastreus boomerang-effect te veroorzaken. Moet een land als Frankrijk aanzienlijk meer kapitaal en/of garanties voor het fonds ophoesten, dan komt de AAA-status van het land onmiddellijk in het gedrang. Gaat het om substantiële bedragen (en dat zou zo zijn want kleine bedragen hebben geen zin) dan dreigt zelfs Duitsland haar topkwotering te verliezen. Welke status gaat het fonds zelf dan krijgen?

Blijft dus de ECB-optie. Om deze lijn te kunnen aftappen moet het stabiliteitsfonds eerst tot bank worden omgevormd. Ook dit zal politiek in enkele landen zeer gevoelig liggen. Bovendien verliest op dat moment de ECB echt wel haar onafhankelijkheid en gaat de geldpers draaien op het ritme van de politieke desiderata. De economische gevolgen van een verlies aan vertrouwen in het geldscheppingsproces zijn sluipend maar diepgaand én desastreus.

Leent de ECB zich tot de aftap-optie dan zal dit allicht gebeuren onder supervisie van de Italiaan Mario Draghi, de man die binnen enkele weken Jean-Claude Trichet aan het hoofd van de ECB opvolgt. Men kan zich licht de storm inbeelden die vooral in Duitsland zal ontstaan bij deze configuratie. De oppositie van de Bundesbank tegen het ECB-beleid is nu al heel duidelijk maar zal dan biezonder scherp worden. De impact daarvan in Berlijn is moeilijk te overschatten.

Het gaat dus van kwaad naar erger met de eurozone. Zelfs erg overtuigde en bezielende Europeanen als Guy Verhofstadt dragen deze boodschap nu ondubbelzinnig uit. Zijn uitspraak dat "zelfs een versterkt stabiliteitsfonds de euro niet zal redden" spreekt echt wel boekdelen.

Onze partners