10/02/11 om 09:25 - Bijgewerkt om 09:25

Europese top: "Spijkers met koppen, aub"

Straks beginnen de leiders van de eurozone aan een top die, in combinatie met de Europese top van 24 en 25 maart, van buitengewoon belang is voor de toekomst van de euro en de Europese monetaire unie.

De vermindering van de kredietwaardigheid (rating) van Spanje gisteren en de erg moeilijke financiering van de behoeften van Portugal geven duidelijk aan dat zij die denken dat de relatieve rust van de voorbije weken betekent dat het ergste van de eurocrisis voorbij is, er compleet naast zitten. Worden er in de komende twee weken geen spijkers met koppen geslagen dan, zo valt te vrezen, begint de eurocrisis pas écht.

In de discussies zou het niet in de eerste plaats over het reddingsfonds moeten gaan. Dit fonds moet kunnen bijspringen om liquiditeitstekorten van landen mee op te vangen.

Liquiditeitstekorten komen per definitie pas voor vanuit ongelukkige omstandigheden in een stabiele en gezonde omgeving. De Europese monetaire unie is stabiel noch gezond, omdat er structurele fouten in de basisconstructie zitten. De discussie de komende weken moet zich toespitsen op die structurele tekortkomingen. De markten en grote investeerders, zoals verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen, zijn zich haarscherp bewust van die realiteit en wachten af. De politici kregen en krijgen respijt van de markten. Speculatie is helemaal niet de oorzaak van de eurocrisis.

Wat zijn die structurele tekortkomingen? In essentie gaat het om twee elementen: de noodzaak aan een echte politieke unie en meer flexibele arbeidsmarkten en loonvorming. Het competitiviteitspact voorgesteld door Merkel (en Sarkozy) bevatte zinvolle suggesties. Het is een volstrekte utopie om tot een politieke unie te komen, en dus zijn strakke, bindende regels rond, onder meer, begroting, schuld en concurrentiepositie de second best-oplossing. Merkel zat in de goede richting met haar competitiviteitsvoorstel. Komen Barroso en Van Rompuy met een afgezwakte versie van het pact, dan is dat voor de toekomst van de euro geen goed nieuws. De voorstellen van de Duitse bondskanselier moeten niet afgezwakt maar verdiept en verscherpt worden.

Onze Europese politici schijnen te vergeten dat hun internationale geloofwaardigheid over alles wat met de euro te maken heeft erg laag pitje is. Zij kunnen zich geen derde mislukking meer veroorloven. De eerste was het Verdrag van Maastricht. De convergentiecriteria voor de toetreding tot de euro waren hoogst onvolledig. Bovendien werden de normen voor begrotingstekorten en overheidsschuld flagrant met de voeten getreden. Als men die normen met een minimum aan ernst had behandeld, hadden België, Italië en Griekenland nooit tot de euroclub toegelaten mogen worden.

Een nog grotere afgang voor de Europese credibiliteit was het Stabiliteits- en Groeipact, de opvolger van Maastricht. Het leek erop alsof men de normen dat pact had vastgelegd om ze zeker niet te laten naleven. En dus werkt men nu aan een soort van Maastricht III. Is dat wederom te vrijblijvend, dan zal de reactie scherp en hard zijn. De markten en de investeerders zullen dan terecht concluderen dat Europa hardleers is en niet wil onder ogen zien wat de onvermijdelijke gevolgen zijn van een monetaire unie. Velen zullen dan hun europortefeuille zwaar willen afslanken.

Onze partners