10/12/12 om 10:17 - Bijgewerkt om 10:17

Eurocrisis: daar gaan we weer

Italië, Griekenland, Spanje, bankenunie, ... Ook al mag de Europese Unie de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst nemen, de eurocrisis is terug van nooit helemaal weggeweest.

Eurocrisis: daar gaan we weer

© AFP

De boutade is bekend: Griekenland, net zoals Portugal, is een probleem voor de eurozone, Spanje is een groot probleem en Italië vormt een onoverkomelijk probleem voor de autoriteiten binnen de eurozone. Met zijn 2000 miljard euro aan ronddobberende overheidsschuld en zijn amechtig presterend economie vormde Italië altijd de angstaanjagende gorilla in de euroslaapkamer. Toen technocraat en Europees boegbeeld Mario Monti eind vorig jaar de onberekenbare Silvio Berlusconi verving als premier van Italië leek het risico op een Italiaanse ontsporing gevoelig te verkleinen.

Mario Monti nam een vliegende start. Hij zorgde zowel qua publieke financiën als inzake structurele ingrepen in het sociaal-economische weefsel voor een beleid dat brak met het Berlusconi-verleden. Geleidelijk aan kreeg Mario Monti het echter alsmaar moeilijker daar de voorgestelde ingrepen nogal wat gevestigde belangengroepen als vakbonden, grote bedrijven en grote banken tegen de haren in streken.

Bovendien bleef de traditionele instabiliteit van het politieke gebeuren in Italië slechts tijdelijk op de achtergrond. Er was niet enkel de merkwaardige opkomst als nationale politieke figuur van de komiek Beppe Grillo, Silvio Berlusconi himself wil, omwille van persoonlijke (lees: juridische) redenen, nu toch terug naar het hoogste schavotje. Berlusconi profileert zich daarbij steeds nadrukkelijker als de anti-Merkel en anti-besparingen figuur, een houding die hem electoraal allicht geen windeieren zal leggen.

Alhoewel zeker in de Italiaanse politiek de zaken lang niet altijd zijn wat ze lijken te zijn, zegt de partij van Berlusconi de steun aan het kabinet-Monti op. Deze laatste liet onmiddellijk aan de Italiaanse president weten het ontslag van zijn regering te zullen indienen.

Dat zorgt voor het verwachte effect: de Italiaanse rentevoeten schieten sprongsgewijs de hoogte in en nemen in één beweging de Spaanse mee. De scherpe recessie en torenhoge werkloosheid in Spanje alsmede de blijvende onzekerheid over de budgettaire situatie en vooral over de toestand van de Spaanse banken krijgen meteen een nieuwe dimensie als gevolg van de Italiaanse toestanden.

Hetzelfde geldt voor de toestand in en rond Griekenland. Rond de buyback van eigen obligaties die de Griekse overheid nu tracht te organiseren, blijft een waas van onduidelijkheid hangen ook al stelt Grieks premier Samaras dat de operatie "zeer goed" verloopt. Deze buyback is een noodzakelijke voorwaarde om het hulpprogramma dat vorige week werd overeengekomen echt te deblokkeren.

Tegelijk weet iedereen betrokken bij de Griekse toestanden dat ook dit nieuwe hulppakket, met alles er op en er aan, niet zal volstaan om de Griekse tragedie een halt toe te roepen. De uitlating van eurogroep-voorzitter Juncker dat de Griekse overheidsschuld met het nieuwe pakket "op een duurzaam pad" is terecht gekomen, slaat echt nergens op.

Voeg bij dit alles de nieuwe vragen die de voorbije week rezen rond het hoe en het wanneer van de bankenunie binnen de eurozone en het plaatje van verhoogde onzekerheid en scherp gestegen zenuwachtigheid in en rond de eurozone is compleet.

De voorbije drie maanden was na de uitspraken en beloftes van ECB-voorzitter Mario Draghi een relatieve rust neergedaald over het eurohuishouden. Daaraan komt nu een einde. Tenzij er op diverse fronten snel heel concrete acties komen, lijkt de geest van de eurocrisis weer compleet terug uit de fles.

Onze partners