Luc Huysmans
Luc Huysmans
Luc Huysmans is senior writer bij Trends.
Opinie

15/02/13 om 10:46 - Bijgewerkt om 10:46

Energie heeft een sterke scheidsrechter nodig

Het wordt hoog tijd dat de regering beslist wie de scheidsrechter wordt die de elektriciteits- en gasvoorziening in goede banen moet leiden.

Het wordt hoog tijd dat de regering beslist wie de scheidsrechter wordt die de elektriciteits- en gasvoorziening in goede banen moet leiden.

In België hoeven de grote elektriciteitsproducenten geen vergoeding meer te betalen om hun stroom op het hoogspanningsnet te krijgen. Het Brusselse hof van beroep schrapte de tariefstructuur die de federale energieregulator CREG had opgelegd aan Elia, de uitbater van het hoogspanningsnet. Tegelijk verdwijnen de injectietarieven, die goed zijn voor ongeveer 150 van de 800 miljoen euro die Elia mag aanrekenen voor het beheer van het net.

Dat zal wrang overkomen bij de eigenaars van zonnepanelen en andere lokale hernieuwbare-energiebronnen. Zij krijgen dit jaar voor het eerst zo'n injectietarief te verwerken. Hoewel groene energie een Vlaamse bevoegdheid is en de tarieven van Elia een federale, is dit mogelijk een juridisch precedent.

Maar de uitspraak van de rechtbank roept ook vragen op over de bevoegdheden van de federale energieregulator CREG. De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas zou de scheidsrechter van de sector moeten zijn. Ze moet beslissingen van de regering desnoods kunnen terugfluiten, als die geen wettelijke grondslag hebben. Al moet er, uiteraard, ook een beroepsmogelijkheid tegen haar besluiten zijn.

Het wordt tijd om het huidige systeem grondig tegen het licht te houden. Het kan niet de bedoeling zijn dat de rechtbank het beleid uitstippelt. Het Brusselse hof van beroep fluit volgens de CREG ongeveer 80 procent van haar beslissingen terug. Tot 2008, toen het Grondwettelijk Hof bevoegd was voor die geschillen, won de regulator ze bijna allemaal. Toch legt het Derde Europese Energiepakket de bevoegdheid over de tarieven heel duidelijk bij de regulator.

Die score van 20 procent is bijzonder laag voor een organisatie die doorgaans als zeer competent wordt omschreven. Om slechts één voorbeeld te geven: het auditoraat van de Raad voor de Mededinging kwam vorige week tot dezelfde conclusie die de CREG al in 2009 had getrokken over het mogelijke misbruik dat Electrabel heeft gemaakt van zijn dominante positie op de elektriciteitsmarkt. Het lage succespercentage van de CREG wordt echter in de hand gewerkt door de wetgeving. De meeste actoren riskeren bijna niets als ze naar de rechtbank trekken. De gerechtskosten mogen ze inbrengen in hun algemene kosten. De consument betaalt uiteindelijk dus toch. Daarbovenop komt dat de CREG, op cassatie na, zelf niet in beroep kan gaan tegen een beslissing.

Een grondige herziening van de wetgeving dringt zich op. Helaas toont de slabakkende vernieuwing van het directiecomité, die werd verdronken in een pakket van politiek gekleurde benoemingen, dat het grootste pijnpunt niet de gerechtelijke mallemolen is, maar de politieke desinteresse voor een sterke regulator.

Onze partners