23/11/10 om 15:29 - Bijgewerkt om 15:29

Eigen schuld, dikke bult

De vaak gehoorde klacht van de Ieren dat zij het slachtoffer zijn van de internationale financiële crisis, is grotendeels onzin

Eigen schuld, dikke bult

'Een belangrijke tekortkoming van het eurosysteem betreft het gebrek aan centralisatie van de supervisie van het banksysteem. Bij verdere integratie van het bankwezen binnen de eurozone zal het huidige systeem van supervisie en controle vanwege de regelgevende autoriteiten het moeilijk maken om financiële crisissen te vermijden en te managen. Men kan enkel verhopen dat de noodzakelijke institutionele veranderingen zich doorzetten vooraleer de volgende financiële crisis komt aanrollen', zo schreef Paul De Grauwe, hoogleraar economie aan de KU Leuven, in 2003 in de vijfde editie van zijn boek Economics of Monetary Union.

Voorwaar profetische woorden want de Ierse crisis die dezer dagen het eurosysteem voor de tweede keer in zes maanden tijd op zijn grondvesten doet daveren, is op de eerste (en ook op de tweede en derde) plaats een bankencrisis. Dit in schril contrast met de Griekse crisis die van bij de aanvang samenhing met budgettaire excessen. In Ierland leidde een diepe bankencrisis tot budgettaire ontreddering. De vaak gehoorde jeremiade van de Ieren dat zij het slachtoffer zijn van de internationale financiële crisis is grotendeels onzin. Ierland bevindt zich nu in een erg hachelijke situatie als gevolg van eigen falen op zowel regelgevend als, jawel, budgettair vlak. Ook de structurele tekortkomingen eigen aan het euroregime droegen bij tot de Ierse eurocrisis.

Het Ierse bankwezen kende in de jaren voor 2008 een expansie vergelijkbaar met wat er in IJsland gebeurde. Buitenissige kredietcreatie greep in beide gevallen plaats op basis van schulden, aangegaan bij buitenlandse financiële instellingen (inclusief hefboomfondsen e.d.) op korte termijn. De Ierse banken verdrievoudigden tussen 2002 en 2007 hun globale kredietverlening tot een bedrag van 365 miljard euro, het dubbele van het toenmalige bruto binnenlands product (bbp) van Ierland. Tachtig procent van de kredietaanwas bestond uit vastgoedleningen. Een bezorgde John Hurley, de toenmalige gouverneur van de Ierse centrale bank, begon vanaf 2002 inspecteurs naar de banken te sturen om de kwaliteit van hun leningsportefeuilles te analyseren, maar dat haalde dus manifest niets uit.

In het geval van Ierland leidde deze kredietexplosie tot een reuzenzeepbel in de vastgoedsector. In het decennium tussen 1998 en 2007 stegen de reële (dit is voor inflatie gezuiverde) gemiddelde huizenprijzen in Ierland met 158%, veruit het hoogste percentage van de 19 geïndustrialiseerde landen waarover de Oeso terzake cijfers publiceert. Zeepbellen spatten altijd en overal uit elkaar. Zo ook in Ierland waar in de loop van 2007 de prijzen van de huizen begonnen af te kalven. De kwaliteit van de ontleningsportfeuilles van de Ierse banken zakte door de vloer. De buitenlandse financiering van de banken stokte en de overheid nam het op zich om die schulden te garanderen.

De gevolgen van die massale bancaire ineenstorting zijn ondertussen voldoende bekend. De economie kromp in 2008 met 3 procent, in 2009 met 7 procent en voor dit jaar mag opnieuw in ieder geval een flink negatief cijfer verwacht worden. De werkloosheid ging van 4,6 procent eind 2007 naar 14 procent nu. Het begrotingstekort escaleerde naar een hallucinante 30 procent van het bbp voor dit jaar. De overheidsschuld, eind 2007 nog 28 procent van het bbp (op Luxemburg na veruit het laagste percentage in de eurozone), zal eind dit jaar uitkomen op 80 tot 90 procent.

Begrotingsbeleid
Dat de controle op de ontwikkeling van het Ierse banksysteem op een uiterst spectaculaire wijze de mist in ging, staat niet ter discussie. Maar het falen van de Ierse overheden situeert zich ook op het budgettaire vlak en dit op twee niveaus. Ten eerste goot de Ierse overheid in de beginjaren van de 21ste eeuw voortdurend bijkomend olie op het vuur van de vastgoedzeepbel via een hele plejade van stimuleringsmaatregelen voor investeringen in vastgoed. Ten tweede verbergen de budgettaire evenwichten en zelfs surplussen het feit dat de overheidsuitgaven tussen 2000 en 2007 met ruim 5 procentpunt van het bbp toenamen. Aan de basis van deze stijging lag vooral een forse toename van zowel het aantal ambtenaren als van hun verloning. De belastinginkomsten namen ook toe maar dat hing voor een groot stuk samen met de extreme vastgoedboom. Deze inkomsten smolten als sneeuw voor de zon zodra de vastgoedzeepbel uiteenspatte, terwijl de uitgaven bleven.

Krijgen de Ieren dus vandaag in grote mate de rekening gepresenteerd van het eigen wanbeleid dan kan er toch niet voorbijgegaan worden aan het feit dat de huidige eurocrisis ook veel te maken heeft met de structurele constructiefouten aan het eurohuis. Centraal daarbij staat het gegeven dat een monetaire unie per definitie een eenvormig monetair beleid oplegt en geen onderlinge de- of revaluaties van de individuele wisselkoersen meer toelaat. Economen verbonden aan de National Irish University becijferden dat de ECB-basisrentevoet gedurende de jaren voor 2008 gemiddeld 6 procentpunt lager was dan wat de Ierse gegevenheden inzake inflatie, groei en financiële stabiliteit vereisten.

Opdat het gegeven van een eenvormig monetair beleid niet tot ernstige onevenwichten zou leiden, moet aan een aantal voorwaarden voldaan zijn. De voornaamste daarvan zijn het bestaan van een politieke unie (of toch minstens een sluitend mechanisme om de nodige budgettaire discipline af te dwingen), het bestaan van ruime prijs- en loonflexibiliteit, voldoende arbeidsmarktmobiliteit en, zoals het openingscitaat van Paul De Grauwe reeds aanreikte, voldoende coördinatie en afstemming inzake controle op het bankwezen. Politici veegden deze argumenten van de economen steeds van tafel. Wat er nu allemaal aan plannen circuleert, zal de tekortkomingen van het eurosysteem niet wegnemen. En dus zullen er nieuwe eurocrisissen blijven komen. De overlevingsstrijd waar president Van Rompuy het over had, dreigt permanent te worden.

Johan Van Overtveldt

Deze opinie verscheen eerder in De Standaard van maandag 22 november 2010.

Onze partners