09/01/12 om 10:57 - Bijgewerkt om 10:57

Een topjaar voor toppen

Angela Merkel neemt nu écht de leiding in de eurozone.

Een topjaar voor toppen

© EPA

Op 30 januari vindt de eerste Europese top van het jaar plaats. Werd 2011 al gekenmerkt door een diarree van Europese toppen, dan mag er gif op ingenomen worden dat het nieuwe jaar niet zal onderdoen.

De Duitse kanselier Angela Merkel en de Franse president Nicolas Sarkozy schieten vandaag de voorbereiding voor de top op gang. Op hun bilaterale ontmoeting in Berlijn zou het vooral over economische groei en meer arbeidsmobiliteit binnen de EU gaan. De aandacht voor die thema's is positief. De Europese schuldencrisis kan onmogelijk bedwongen worden zonder dat de economische groei structureel naar een hoger niveau getild wordt.

Een beter functionerende arbeidsmarkt is noodzakelijk om meer economische groei te halen. In een monetaire unie is het trouwens van het grootste belang dat arbeid voldoende mobiel is. Het is een basisvoorwaarde om tot een duurzame en efficiënt functionerende arbeidsmarkt te komen. Het verdient dan ook applaus dat Merkel en Sarkozy er eindelijk de nodige aandacht aan willen geven.

Voorts valt het op dat Angela Merkel woensdag de Italiaanse eerste minister Mario Monti ontvangt. Dat gebeurt in afwezigheid van Sarko, die weliswaar zelf vorige week even met Monti sprak. De Italiaanse premier start nu volop de onderhandelingen met de vakbonden over de heikele thema's van de Italiaanse arbeidsmarkt (loonvorming, ontslagvergoeding, ...). Op 20 januari trekken Merkel en Sarkozy dan naar Rome om de vooruitgang in Italië te bespreken en de top van 30 januari verder voor te bereiden.

Het hoefde nog nauwelijks benadrukt te worden, maar dit alles geeft duidelijk aan dat Merkel nu echt de leiding neemt in de eurozone. Het is merkwaardig om vast te stellen hoe mensen als Europees president Herman Van Rompuy en Commissievoorzitter José Manuel Barroso blijkbaar niet meespelen in deze besprekingen. Merkel gunt Sarkozy nog wel de schijn, maar voor de Duitse kanselier staat Italië blijkbaar even hoog nu op de prioriteitenlijst als Frankrijk.

De houding van Merkel heeft alles te maken met het feit dat Frankrijk steeds meer afdrijft naar het peloton der probleemlanden. Het is nog een kwestie van tijd vooraleer Frankrijk zijn AAA-rating verliest, en de Franse banken hangen meer dan ooit als junkies aan de lijnen van de Europese Centrale Bank (ECB). Merkels aandacht voor Italië hangt nauw samen met de omvang van het Italiaanse probleem. De staatsschuld beloopt er bijna 2000 miljard euro, het drievoudige van de Spaanse overheidsschuld en op de Amerikaanse en de Japanse na de hoogste ter wereld. In 2012 moet Italië voor 375 miljard euro aan schulden vernieuwen en ook nog eens het deficit voor het lopende jaar gedekt krijgen (allicht ergens tussen 50 en 75 miljard euro). Het zal er dus voortdurend om spannen of Italië die financiële behoeften gelenigd krijgt en vooral tegen welke prijs.

Is de aandacht van Merkel en Sarkozy voor economische groei en meer mobiliteit op de arbeidsmarkt zeer lovenswaardig, het blijft natuurlijk een feit dat er tal van problemen blijven die op korte termijn een antwoord vereisen. Griekenland en Italië kunnen elk moment opnieuw aan crisissituaties ten prooi vallen. Voor Spanje, Portugal en Ierland is die mogelijkheid nooit ver weg. Verder mangelt het de meeste eurolidstaten nog altijd aan echte saneringsplannen voor de publieke financiën. Bovenal blijft de toestand van de bancaire sector acuut op tafel liggen. Gegeven de evoluties van de spreads op obligaties van euro-probleemlanden (en dus de prijs van die obligaties) zijn de kapitaalbehoeften van de Europese banken al opgelopen tot rond de 150 miljard euro (tegenover de 106 ingeschreven door de European Banking Authority).

Het voorbeeld van het Italiaanse Unicredit vorige week toont aan dat banken slechts via grote discounts op hun aandelenkoers kapitaal op de markten zullen kunnen ophalen. Voor de bestaande aandeelhouders die niet mee kunnen of willen doen, betekent dit een enorme verwatering van hun participaties. Het alternatief is dat de overheden de kapitaalbehoeften onderschrijven. Gegeven de toestand van de publieke financiën is dat geen goed idee, niet in het minst omdat alzo verdere waardeverminderingen op obligatieportefeuilles onvermijdelijk worden en dus de kapitaalstructuur van de banken verder aangetast wordt. De overheden moeten dus aan de banken duidelijk maken dat zij dringend nieuw kapitaal moeten bij elkaar brengen tegen de prijs die de markt oplegt. De bestaande aandeelhouders moeten op de blaren zitten, niet de belastingbetaler.

Ondertussen moeten de Europese leiders zich toch wel afvragen welke Angela Merkel zij tegenover zich zullen hebben bij de komende onderhandelingen. In Duitsland neemt de weerstand tegen het huidige euro-beleid toe. Beter dan allerhande opiniepeilingen geven twee evenementen van de jongste weken de richting aan. Ten eerste, de Bogenberger Verklaring, een 17-punten tellend pamflet ondertekend door 21 vooraanstaande Duitsers, zowel politici en bankiers als economen en intellectuelen. Deze groep roept in niet mis te verstane bewoordingen de Duitse regering op te stoppen met het huidige beleid van reddingsoperaties allerhande en van uitgebreide interventies vanwege de ECB. Ook eurobonds blijven voor deze groep totaal onbespreekbaar.

Een tweede opmerkelijk gegeven van de voorbije dagen was een hoofdartikel in de Frankfurter Allgemeine Zeitung van 31 december jl.. De conservatieve FAZ geldt als meest invloedrijke krant van Duitsland voor zover het beleidsniveaus betreft. Onder de titel "Der Euro-Ausstieg ist machbar" pent de auteur een analyse waaruit moet blijken dat een exit van Griekenland best organiseerbaar is en dat het hoe dan ook fout is te doen alsof er echt geen alternatief zou zijn voor de euro. De conclusie van de FAZ luidt: "Het is duidelijk: de monetaire unie is niet alternatiefloos". Dit artikel, zo vernemen we in Frankfurt, kon op fluistersteun vanuit de Bundesbank rekenen.

Onze partners