29/02/12 om 11:18 - Bijgewerkt om 11:18

Een nieuw rondje Duitsland-bashen

In het eurohuishouden neemt de animositeit ten opzichte van Duitsland weer toe.

Minstens twee voorvallen gooiden verse olie op het vuur. Minister van Binnenlandse Zaken Hans-Peter Friedrich, lid van de Beierse zusterpartij van het CDU van kanselier Angela Merkel, pleitte afgelopen weekend in Der Spiegel openlijk voor een exit van Griekenland uit de eurozone.

En ondanks de grote druk van het Internationaal Monetair Fonds en zijn lidstaten doet Duitsland ook erg moeilijk over de uitbreiding van de financiële slagkracht van het Europees stabiliteitsfonds (EFSF, ESM). Kanselier Merkel zei maandag nog dat een uitbreiding niet aan de orde is, waarop Europees president Herman Van Rompuy een geplande vergadering van de leiders van de eurozone afgelastte.

Met de regelmaat van een klok weerklonk de voorbije maanden de kreet dat het ongehoord is dat Duitsland zich zo terughoudend opstelt. Die negatieve houding is des te wraakroepender, zo gaat deze argumentatie verder, omdat met name Duitsland zo enorm profiteert van de euroconstructie.

De argwaan van Duitsland tegenover de aanpak die vooral Frankrijk en zijn acolieten propageren, is zeer terecht. Het ligt er al te vingerdik op dat de finale doelstelling van die oefeningen blijft de kosten van de euromisère zo veel mogelijk naar grote broer Duitsland door te schuiven. Ook het argument dat Duitsland flagrant profiteert van de euro snijdt bij nader inzien geen hout.

Het staat buiten kijf dat Duitsland nu al jaren op minstens twee punten erg goed gedijt in het euroblok. Ten eerste vormt de euro vandaag voor Duitsland een fors ondergewaardeerde munt. Anders uitgedrukt: als Duitsland vandaag nog met zijn eigen munt zou moeten werken, dan zou die op de internationale wisselmarkten meer dan waarschijnlijk 10 tot 20 procent sterker staan dan de euro. De Duitse export - en dus ook het globale groeivermogen van de Duitse economie - zou daar behoorlijk onder lijden. Ten tweede kan Duitsland zich vandaag op tien jaar financieren tegen een rente van 1,8 procent. Dat erg lage cijfer hangt in niet geringe mate samen met de gebrekkige (of zelfs compleet verdwenen) kredietwaardigheid van diverse andere eurolidstaten. De intrinsieke zwakte van anderen bezorgt Duitsland hier een imposant voordeel.

Maar Duitsland heeft die comfortabele positie in de eurozone in hoge mate aan zijn eigen inspanningen te danken. Ondanks de loodzware kosten van de hereniging van het land hebben de Duitse autoriteiten de begroting de jongste jaren beter onder controle gekregen dan de meeste europartners. De uitstekende groeiprestaties hadden initieel alles te maken met het rigoureus herstelde internationaal concurrentievermogen van de Duitse ondernemingen. Daartoe werd in de eerste jaren van de 21ste eeuw een opmerkelijke matiging van de loonkosten volgehouden.

Daarbij wordt zelden vermeld dat parallel een vermindering van de lasten op arbeidsinkomsten werd doorgevoerd. Lagere loonkosten vertaalden zich dan ook niet in een lager beschikbaar inkomen van particulieren. Niks belette andere landen een soortgelijk beleid te voeren.

Aangezien economische groei geen zero sum game is (dat wil zeggen: iedereen kan tegelijk winnen) zou een bredere toepassing van het Duitse model ook in andere landen de groeimotor hebben aangezwengeld. Het argument dat Duitsland sowieso een stuk groei van andere eurolanden afnam, is onzin. De anderen gaven het Duitsland cadeau bij gebrek aan moed en/of inzicht om tot een degelijke variant van het Duitse beleid te komen.

Bij veel Duitsers begint de onwennigheid waarmee zij omgaan met de kritiek op het beleid van hun land stilaan maar duidelijk om te slaan in kribbigheid. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat wij steeds opnieuw de zwartepiet toegeschoven krijgen omdat we orde op zaken hebben gesteld, vragen de Duitse Jan Modaal en in toenemende mate ook de beleidsverantwoordelijken in Berlijn zich af. Bovendien zijn de Duitsers er zich goed van bewust dat zij ook de zwaarste lasten zullen dragen bij reddingsoperaties van landen als Griekenland en Portugal. Voeg daarbij nog de potentiële destabilisering waar de Europese Centrale Bank (ECB) met een beetje pech op afstevent, en het valt licht te begrijpen dat de Duitse argwaan ten opzichte van alles wat met de euro te maken heeft gestaag toeneemt.

Onze partners