Geert Noels
Geert Noels
Geert Noels is chief economist van Econopolis.
Opinie

08/10/10 om 17:06 - Bijgewerkt om 17:06

Een munt als dwangbuis

De problemen in de zogenaamde PIGS-landen (Portugal, Italië, Griekenland en Spanje) zijn weer helemaal terug. De zuiderse landen zitten in een vicieuze cirkel die niet kan worden doorbroken met het opkopen van hun schuldpapier alleen. Het onvermijdelijke zal ook moeten worden bekeken: een verandering van het eurosysteem.

Er gaapt een steeds diepere kloof in de eurozone. De economische groei in de noordelijke landen - met Duitsland op kop - zal in de periode 2010-2012 elk jaar zo'n 1 procentpunt hoger zijn dan in het zuiden. Die Club Med-landen lijden eveneens onder een hogere werkloosheidsgraad die elke maand verder oploopt (Spanje op kop met 20 procent van de beroepsbevolking), terwijl het noorden een lage werkloosheid heeft. Die is in Duitsland vandaag substantieel lager dan voor de start van de crisis (6,8 tegenover 8,4 procent voor de crisis).

Terwijl het noorden zijn budgettaire problemen aanpakt met een lichte rugwind, is het in het zuiden dweilen met de kraan open. Ze zitten in een vicueuze cirkel van hoge tekorten, bezuinigingen en belastingsverhogingen, negatieve groei, oplopende schulden. De beleggers hebben na 1000 miljard dollar eurostabilisatiefonds nog steeds geen vertrouwen, en jagen de rente van de PIGS-landen tot nieuwe recordhoogtes, opnieuw slecht voor de begrotingen.

Dwangbuis

Het feestje van 1 biljoen dollar in mei heeft een roes van een goede vijf maand opgeleverd. Het renteverschil van Griekenland is echter al opnieuw hoger dan voor de eurocrisis. Het land nieuwe schulden toestaan, terwijl het de oude niet kan betalen is geen oplossing, maar een versterking van het probleem. Ten tweede is er een gebrek aan concurrentievermogen, onder meer omdat de euro veel te duur is voor dit arme land. De oplossing van Europa is dus te vergelijken met het geven van een dwangbuis aan een patient met een maagzweer. Voor de Grieken is het vasthouden aan de euro geen duurzame optie, maar een kwelling: de dure munt wurgt het toerisme en de export.

Gecontroleerde devaluatie

Het krampachtig vastklampen aan de euro is een echo van Argentinië 15 jaar geleden. Het land bleef toen stug vasthouden aan de dollar, die toen aan een sterke klim bezig was. Terwijl het buurland Brazilië het onhoudbare daarvan inzag en losliet, bleef Argentinië de dollar volgen tot het een financieel-economisch infarct kreeg in januari 2002. Het land verzeilde in een bankroet. Acht jaar later is de toestand nog steeds hopeloos. Heel anders verging het met Brazilië. Dat had eerst een gecontroleerde depreciatie tegenover de dollar en daarna een reeks van snellere devaluaties. De wurggreep van de dollar verdween sneller, en het land kreeg aldus ook zuurstof om andere hervormingen op het spoor te zetten.

Met een door de ECB gecontroleerde depreciatie van 7 procent per jaar, gedurende 5 of 6 jaar zou Griekenland competitiever worden. Het zou de speculanten ook geen winst opleveren. Als we daarbij een rentemoratorium van enkele jaren voegen, kan het land ook budgettair orde op zaken stellen. Zo'n crawling peg van een southern euro wordt weggelachen als onmogelijk. Maar vasthouden aan de euro, betekent even goed dat het noorden een generatie of meer transfers zal moeten betalen aan het zuiden. Is dat wel houdbaar? Blijft de uitzichtloze koppigheid nog zes jaar duren zoals bij de Argentijnen, of zal Europa sneller ingrijpen, en een ander scenario overwegen?

Geert Noels

Reacties zijn welkom op trends@econopolis.be

Onze partners