Hans Brockmans
Hans Brockmans
redacteur bij Trends
Opinie

24/04/14 om 10:55 - Bijgewerkt om 10:55

Een geniepige belastingverhoging

De prijs van de woningen in België kende vorig jaar een rustige evolutie met een stijging op of net boven het niveau van de inflatie. Maar er hangen donkere wolken boven de vastgoedmarkt. Een ervan is een eventuele rentestijging. Een andere is dat in januari 2015 de woonbonus wordt overgeheveld naar de gewesten.

Volgens Erik Buyst, professor economie aan de KU Leuven, legt dat "een tijdbom onder de vastgoedmarkt" (zie de Vastgoedgids). Zijn collega Nancy Huyghebaert berekende dat het behoud van de integrale woonbonus op federaal niveau de staatskas op termijn 4,9 miljard euro aan inkomsten zou hebben gekost. Maar omdat dit fiscale voordeel gevoelig ligt bij de bevolking - de gesubsidieerde baksteen is heilig voor de Belg - en het bijgevolg politiek delicaat was om eraan te morrelen, gebeurt de aanpassing via de omweg van de regionalisering.

Eigenlijk is de regionalisering van de woonbonus een geniepige, politiek briljante besparing op federaal niveau. Een copy paste van de woonbonus op regionaal niveau, zoals Open Vld en de N-VA propageren, is budgettair onhaalbaar. Als Vlaanderen het voordeel voor hypothecaire leningen volledig wil overnemen, moet het drie keer meer middelen inzetten dan er van het federale niveau worden overgeheveld voor het woonbeleid.

Maar het is beleidsmatig ook niet wenselijk. De politieke motivatie voor de invoering van de woonbonus was jonge koppels te ondersteunen bij de aankoop van een woning. Maar het omgekeerde is gebeurd. Het voordeel heeft vooral de prijs van de woningen de hoogte in gejaagd. De fiscale jackpot gaat vooral naar de verkopers en de promotoren.

De woonbonus heeft nog een pervers effect. Jonge gezinnen hebben er veel minder voordeel bij dan beoogd was. De woonbonus wordt interessanter naarmate gezinnen meer belastingen betalen. Kostwinners met enkele jaren carrière hebben financieel meer ademruimte, maar profiteren evengoed van het voordeel als startende of werkzoekende belastingbetalers. Bovendien genieten tweeverdieners twee keer van het voordeel, terwijl eenoudergezinnen - die het voordeel veel beter zouden kunnen gebruiken - er maar een keer gebruik van kunnen maken.

Het mattheuseffect in de woonfiscaliteit moet dan ook worden aangepakt. De vraag is wanneer. Als de Vlaamse regering dat onmiddellijk doet, creëert ze mogelijk een shock op de vastgoedmarkt. Nu de economie wat aantrekt, zal de rente weer naar een normaal niveau krabbelen. In theorie leidt een rentestijging met 1 procent tot een prijsdaling voor woningen met 6 procent. De afschaffing van de woonbonus heeft een neerwaarts prijseffect van 8 procent. De combinatie van beide kan de vastgoedmarkt zwaar treffen. In Zweden en Denemarken bijvoorbeeld viel de vraag naar woningen na een plotse hervorming van de woonfiscaliteit bijna helemaal stil. De prijzen donderden er een kwart lager.

Een onmiddellijke afschaffing van de woonbonus, ook voor bestaande contracten, zou bovendien heel wat gezinnen diep in de geldbeugel treffen. Het gemiddelde voordeel bedraagt 1728 euro. Dat is voor meer dan de helft van de werknemers ruim een maandloon. Een plotse afschaffing van de woonbonus kan tot sociale drama's leiden, en dat moet worden vermeden. Daarom moet de woonbonus geleidelijk uitdoven, zoals dat bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk probleemloos gebeurd is in de periode 1983-2000.

De Vlaamse regering kan ook besluiten de afbouw slechts gedeeltelijk door te voeren. Ze kan ervoor opteren doelgroepen, bijvoorbeeld jonge gezinnen, wel een fiscaal voordeel te geven. Of ze kan er een toekennen voor de aankoop of de bouw van woningen in steden of wijken, waar huizen dringend aan renovatie toe zijn.

Ten slotte moet Vlaanderen een (gedeeltelijke) afschaffing van het fiscaal voordeel compenseren met een lager belastingtarief. De Vlaamse en de federale regering moeten gezamenlijk een belastingvermindering uitwerken om de afgeschafte fiscale uitgaven terug te geven aan de belastingplichtigen. Maar of dat ooit zal gebeuren, is zeer de vraag.

Onze partners