'We moeten robots omarmen, niet kapotslaan'

31/07/15 om 10:38 - Bijgewerkt om 10:38

Volgens Erik Brynjolfsson, co-auteur van het boek 'The Second Machine Age', beweegt de maatschappij niet snel genoeg mee met de technologische vooruitgang.

'We moeten robots omarmen, niet kapotslaan'

© istock

De Amerikanen Erik Brynjolfsson en Andrew McAfee bestuderen al sinds de jaren negentig de impact van technologie op de economie. Hun boek The Second Machine Age bracht het duo wereldfaam. Anderhalf jaar na de publicatie is Brynjolfsson nóg optimistischer over alle technologische vooruitgang. "Maar de maatschappij beweegt niet snel genoeg mee", waarschuwt de 51-jarige hoogleraar in een gesprek op het befaamde Massachusetts Institute of Technology.

De titel van hun bestseller verwijst naar de Industriële Revolutie als het eerste machinetijdperk. Erik Brynjolfsson zegt lachend dat de opvolger beter is dan het origineel. "In de negentiende eeuw verbeterde technologie de menselijke spierkracht. Mens en machine vulden elkaar aan. De stoommachine maakte onze spierkracht zelfs deels overbodig." Niemand zal betwisten dat dit wereldwijd een enorme omwenteling betekende. Maar het tweede machinetijdperk gaat volgens Brynjolfsson veel verder omdat cognitieve taken worden geautomatiseerd. "Robots kunnen tegenwoordig betere beslissingen nemen dan mensen. Ze komen in plaats van de menselijke denkkracht. In het tweede machinetijdperk vervangen machines het brein van de mens." Door de exponentiële groei van het vermogen en de rekenkracht van computers is dit volgens Brynjolfsson "nog maar het begin" van wat we allemaal zullen meemaken.

"Tien jaar geleden konden we nog niet praten met machines. Het werkt nu nog niet perfect, maar over een paar jaar is het routine: machines die ons begrijpen en onze instructies uitvoeren. Dan praten we over auto's die zichzelf besturen en de passagiers ophalen of ons pizza's brengen. Of over machines die beter medisch, financieel of juridisch advies kunnen geven dan mensen. Dat is een fundamentele verandering. Dat een machine ons brein overneemt, is nieuw. Dat is duidelijk belangrijker dan het overnemen van onze spierkracht in het eerste machinetijdperk."

Niet iedereen gelooft dat er sprake is van een verschuiving van de historische verhoudingen, zoals in het eerste machinetijdperk met de uitvinding van de stoommachine. Paul Krugman schreef eerder dit jaar in zijn column in de New York Times: "We moeten gas terugnemen in deze hype. Dat hele digitale tijdperk, verspreid over meer dan vier decennia, is een teleurstelling. Grote krantenkoppen, maar bescheiden economische resultaten." Krugman staat niet alleen. De beroemde econoom Robert Gordon vindt dat ook. En in een bijdrage aan Foreign Affairs deze zomer twijfelt Financial Times-coryfee Martin Wolf sterk aan de economische relevantie van nieuwe technologie. Hij noemt Facebook en de iPad veel minder belangrijk dan uitvindingen als de koelkast, elektriciteit, de wc en stromend water. Energie komt nog altijd van fossiele brandstoffen en mensen reizen niet veel sneller dan een halve eeuw geleden.

Werkpaarden

Brynjolfsson vindt dat hij ten onrechte neergezet wordt als een techno-utopist. "Ik ben een grote optimist over technologie en over wat ons de komende tien jaar te wachten staat. Mensen vonden ons aanstellers om de passages in ons boek over zelfrijdende auto's. Dat was onnozele fictie. Als ik het boek weer zou schrijven, zou ik nog agressiever het punt maken dat de technologie ons vooruitsnelt."

Maar de auteurs maken ook duidelijk dat de maatschappij als geheel een hoge prijs betaalt. Brynjolfsson en McAfee concluderen dat de helft van de Amerikaanse werkgelegenheid de komende twintig jaar op het spel staat. De globalisering zal daarnaast ook veel slachtoffers maken in ontwikkelingslanden. Multinationals hebben eenvoudige taken overgebracht naar lagelonenlanden. Maar robots kunnen dat werk gemakkelijk overnemen. Deze ontwikkelingen maken wereldwijd in politiek, het bedrijfsleven en samenleving een stevig debat los.

De zakenbladen Harvard Business Review en Foreign Affairs besteden deze zomer ruime aandacht aan robotisering met bijdragen van beide bestsellerauteurs. Foreign Affairs ligt voor Brynjolfsson op tafel. Hi, Robot, staat op het voorblad. Zijn artikel wordt geïllustreerd met een zwartwitfoto van een brandweerwagen, getrokken door twee paarden. Door de uitvinding van de verbrandingsmotor eind negentiende eeuw werden werkpaarden compleet overbodig. In het jaar 1900 telde Amerika 21 miljoen paarden. Daarvan waren er in 1960 nog maar 3 miljoen over. "We moeten robots verwelkomen. Mensen gaan nog niet de werkpaarden achterna. Zo extreem is het niet. Maar mensen moeten zich wel voorbereiden."

Mensen kunnen robots en machines beter knuffelen dan kapotslaan. "We moeten veranderingen en de toekomst omarmen. De taxichauffeurs tegen Uber beschermen, is een heilloze missie." Maar dat betekent niet dat mensen passief moeten toekijken hoe hun banen verdwijnen. "We moeten met onze politieke leiders praten, met de mensen die bepalen wat er in het bedrijfsleven gebeurt en met onze eigen kinderen. Mensen kunnen in opstand komen."

Gerben van der Marel in Cambridge

Het volledige artiekl leest u in Trends van deze week.

Lees meer over:

Onze partners